Broers stellen geschiedenis van loonwerkbedrijf voor

MARCEL, ROGER EN JOZEF NEMEN BEZOEKERS MEE TOT IN HET JAAR 1948

De broers Marcel, Roger en Jozef Stouthuysen bij de landbouwvoertuigen uit de jaren '66 en '69.
Bollen De broers Marcel, Roger en Jozef Stouthuysen bij de landbouwvoertuigen uit de jaren '66 en '69.
Wie wil weten hoe een echt loonwerkbedrijf er vroeger uitzag en hoe ze werkten, kan best eens een bezoekje brengen aan een van de eerste loonwerkbedrijven in de regio, dat van de gebroeders Stouthuysen in de Herestraat in Oplinter. Marcel (83), Roger (82) en Jozef (71) hebben een fotomuur gemaakt met de evolutie van het bedrijf, dat zijn oorsprong in 1948 kende.

Het was vader Pierre die in 1948 een eerste dorsmolen aankocht. "Ik was toen veertien jaar en ik ging graag mee met mijn vader", vertelt de oudste zoon Marcel. "Later, in 1962, besloten de drie broers een eigen bedrijf te starten en kochten we een eerste pikdorser aan. Ik weet nog dat we daar 350.000 oude Belgische frank voor moesten betalen en daar stond niet eens gek zoveel op. Ik moest bijvoorbeeld zelf een beschutting boven mijn hoofd maken, zodat ik de zon niet de hele dag moest verdragen. Wat ik me ook nog goed herinner is dat onze eerste machine niet onder de poort van het bedrijf kon. We hebben toen de poort moeten verhogen."

De drie broers hebben een fotomuur gemaakt die de evolutie van het bedrijf mooi in beeld brengt.
Bollen De drie broers hebben een fotomuur gemaakt die de evolutie van het bedrijf mooi in beeld brengt.

Ochtendgloren

Van bij het ochtendgloren stonden er mensen op het bedrijf van de gebroeders Stouthuysen om werkjes op te knappen. "We waren een van de weinige loonwerkbedrijven in de regio en we hadden dus goed onze handen vol. Al snel werd duidelijk dat we het vele aangevraagde werk niet met één machine zouden aankunnen en dus kochten we een tweede en later een derde, vierde en vijfde pikdorser aan. Voor de aankoop van elke machine moesten we weer keihard werken, want de prijs voor de aankoop bleef naargelang de evolutie ook stijgen. Aan de laatste hebben we over de drie miljoen oude Belgische frank betaald."


De broers werkten werkelijk dag en nacht. "Het was inderdaad een zware stiel", zegt Jozef. "Ik heb mijn kinderen niet zien opgroeien. Dat is heel jammer, maar het kon niet anders in die tijd. Er was te veel werk. Het hoogste aantal bewerkte oppervlakte, bedroeg maar liefst 402 hectare op een jaar. We deden echt alles: bieten, maïs en gras zaaien, botten van hooi maken, oogsten, pikdorsen, bieten rooien, maïs hakselen en graan zaaien." En de gebroeders waren tot ver gekend voor hun goed werk aan een klein prijsje. Marcel had als oudste broer de taak om alles in goede banen te leiden. "Ik hield elke dag in schriftjes bij wat er moest worden gedaan en waar. Die schriftjes heb ik allemaal bewaard en kunnen de mensen hier komen inkijken.""

Gouden tijden

Vandaag is het meeste landbouwgetuig verkocht. Enkel nog twee tractoren uit de jaren '66 en '69 staan nog opgesteld aan de hangar op de binnenkoer. Vandaag worden ze niet meer gebruikt, want het loonwerkbedrijf sloot in 2008 de deuren.


"Vandaag merk je dat de landbouwbedrijven steeds groter worden en zelf over alle machines beschikken", aldus Marcel. "Loonwerkbedrijven, die geen opvolging hebben, doen dan ook de boeken toe en er komen er geen nieuwe meer bij. Wij hebben gelukkig de gouden tijden mogen meemaken en daar houden we heel mooie herinneringen aan over. Die willen we delen met alle mensen, vandaar dat we een fotocollage hebben gemaakt, waarin de geschiedenis en de evolutie van ons bedrijf in beeld wordt gebracht. Iedereen is dagelijks welkom om een kijkje te komen nemen."