Gedichten van Walter Haesaert sieren straatbeeld: “Letterlijk even stilstaan bij poëzie”

Walter Haesaert bij het gedicht 31., dat op de markt staat. Het is een van de titelloze gedichten uit zijn laatste bundel ‘Een Warme Holte’
Sam Vanacker Walter Haesaert bij het gedicht 31., dat op de markt staat. Het is een van de titelloze gedichten uit zijn laatste bundel ‘Een Warme Holte’
Naar aanleiding van de 85ste verjaardag van Walter Haesaert zijn nog tot 5 februari op vier locaties in de stad gedichten van zijn hand te bewonderen. De Tieltse dichter legde de pen dan wel veertig jaar geleden aan de kant, zijn gedichten werden destijds tot de absolute top van poëzieschrijvend Vlaanderen gerekend.

In de jaren zeventig werd Haesaert in dezelfde adem genoemd met grootheden als Hugo Claus en Paul Snoek, terwijl hij zelfs een van de grote voorbeelden was van Jotie T’Hooft. Hij onderhield zelfs een correspondentie met die veel te vroeg gestorven junkiedichter uit Oudenaarde. Haesaert publiceerde tussen 1965 en 1979 zes dichtbundels en twee romans. Zijn werk werd liefst zestien keer bekroond met een literaire prijs. 

Sinds 1979 zijn geen gedichtenbundels meer verschenen van hem, waarop hij zich vooral toelegde op zijn werk als leerkracht aan het atheneum en later als directeur van het CVO. “Ik was ervan overtuigd dat mijn zesde bundel ‘Een Warme Holte’ mijn beste was”, vertelt hij. “Bovendien had ik ooit gezegd dat ik zou stoppen met poëzie schrijven als ik vijftien keer bekroond werd. Uiteindelijk is het zestien geworden. Verder heeft ook het feit dat mijn uitgever failliet ging een rol gespeeld. Tot slot heeft ook de dood van mijn goede vriend Paul Snoek een invloed gehad. Hij kwam van bij mij thuis toen hij verongelukte in Egem. Dat was voor mij een breukmoment. Tegenwoordig schrijf ik wel nog af en toe een haiku. Het is telkens een boeiende uitdaging om een idee in amper zeventien lettergrepen vorm te geven.”

Walter Haesaert
Sam Vanacker Walter Haesaert

Op zijn 85ste verjaardag werd de bekende Tieltenaar door het stadsbestuur getrakteerd op koffie en taart in het stadhuis. “Op de Markt, op de binnenkoer van Huis Mulle de Terschueren, op de hoek van de Steenstraat en de Kortrijkstraat en aan het bushokje van de Ieperstraat prijken sinds maandag overal twee gedichten van Haesaert. Ook in de bibliotheek worden zijn bundels in de kijker gezet”, zegt cultuurschepen Grietje Goossens (Iedereen Tielt). “Uit ervaring weten we dat het niet eenvoudig is om de mensen poëzie te doen lezen. Door de gedichten van Walter een plaatsje te geven op straat, zal men nu letterlijk even kunnen stilstaan bij het werk van Walter.”

Walter selecteerde zelf de acht gedichten, na overleg met cultuurbeleidscoördinator Céline d’Hulst en Wim Vanseveren. De dichter omschrijft het initiatief van de stad een mooi teken van erkenning. Hetzelfde geldt voor het nieuwe boek dat de heemkundige kring De Roede van Tielt uitbrengt over de glasramen van de Sint-Pieterskerk. Voor dat boek, dat komende zondag voorgesteld wordt, schreef Walter haiku’s  bij een aantal van de details uit de glasramen. De borden met zijn gedichten blijven nog staan tot 5 februari, niet toevallig het einde van de Vlaamse poëzieweek.

‘Bijna’, van Walter Haesaert
Sam Vanacker ‘Bijna’, van Walter Haesaert
31. van Walter Haesaert
Sam Vanacker 31. van Walter Haesaert
Walter Haesaert samen met vertegenwoordigers van het stadsbestuur aan zijn gedicht dat op de markt staat.
Sam Vanacker Walter Haesaert samen met vertegenwoordigers van het stadsbestuur aan zijn gedicht dat op de markt staat.