"Het Louvre voor telefonieliefhebbers"

NA 40 JAAR VERZAMELEN OPENT INWONER MUSEUM OP HOOIZOLDER

Als eerste bezoekers van zijn telefoonmuseum mocht Michel de Stabroekse burgemeester Rik Frans verwelkomen die vergezeld was van schepen Herman Jongenelen en de Berendrechtse districtsschepen Rudi Sempels.
FSE Als eerste bezoekers van zijn telefoonmuseum mocht Michel de Stabroekse burgemeester Rik Frans verwelkomen die vergezeld was van schepen Herman Jongenelen en de Berendrechtse districtsschepen Rudi Sempels.
Wie eens iets anders wil zien in een museum dan een schilderij of beeldhouwwerk, kan vanaf nu terecht op de hooizolder van Albert Verhaert. Daar stelt Michel Van den Brande na meer dan 40 jaar verzamelen zijn immense collectie telefoons tentoon.

Als oud werknemer van RTT, het latere Belgacom en huidige Proximus, bouwde Michel in meer dan veertig jaar een collectie uit met honderden zeldzame telefoons en alles wat te maken heeft met telefonie. "Ook na mijn pensioen ging ik verder met mijn verzameling uit te breiden. Mijn oudste voorwerpen zijn een telefoon uit 1885 en een telefooncentrale uit 1920. Ik heb geen opvolging en daarom begon ik na te denken over het voortbestaan van mijn verzameling. Het openen van een museum leek de enige oplossing maar dat ging niet van een leien dakje", begint Michel.

10 ton aan materiaal

"Ik moest een plaats vinden waar ik terechtkon met ongeveer tien ton metaal, hout, bakeliet en plastiek voorwerpen. Na lang zoeken bood landbouwer Albert Verhaert mij de zolder van zijn schuur aan, langs de 's Hertogendijk. De locatie heeft een oppervlakte van 250 vierkante meter en is ruim voldoende om er de geschiedenis van de telefonie uit te stallen. De zolder kreeg een grondige poetsbeurt. Ik maakte een selectie van de voorwerpen, informatiepanelen, kasten en het museum was geboren. Met enige vorm voor overdrijving kun je zeggen dat dit museum het Louvre is voor de telefoonliefhebbers."


Michel zorgde voor een unieke private verzameling die nog nooit is getoond in België. Alle voorwerpen zijn van Antwerps makelij, vervaardigd door Bell Telephone, nu Alcatel en ATEA. De verzameling bestaat uit een reeks eerste houten toestellen, bakelieten toestellen, veldposten, semafoons, telegrafietoestellen, binnenhuiscentrales en zelfs meeluistertoestellen. Ook de originele publieke telefooncel, die dateert van rond 1923, uit het Antwerpse Centraal Station staat er opgesteld. "Het was een financiële inspanning om alles rond te krijgen maar toch wil ik aan de bezoekers geen inkomgeld vragen. Ik geef altijd een persoonlijke rondleiding met uitleg en wie wil kan nadien een vrije bijdrage achterlaten. Alles is geschiedkundig, en vooral educatief voorgesteld. Het museum is ook bedoeld om een liefhebber-koper te vinden voor de volledige collectie en liefst zou ik dat in het Antwerpse houden. Het zou zonde zijn dat deze collectie zou verdwijnen naar het buitenland", zegt Michel. Het museum is te bezoeken op woensdag en zaterdag van 13.30u tot 18 uur. Er zijn sessies van telkens één uur met een beperkt aantal bezoekers per sessie. Bezoekers kunnen een afspraak maken via 0475-689.688.