Truiense zaterdagmarkt zal op twee locaties plaatsvinden: 50 kramen op Grote Markt en 50 op Veemarkt

Een archiefbeeld van de zaterdagmarkt in Sint-Truiden.
Mine Dalemans Een archiefbeeld van de zaterdagmarkt in Sint-Truiden.
In Sint-Truiden is men tot een oplossing gekomen om de zaterdagmarkt weer te kunnen laten plaatsvinden. “Vijftig kramen op de Grote Markt en vijftig kramen op de Veemarkt. Zo zal de Truiense zaterdagmarkt er gaan uitzien”, zegt schepen van Middenstand Jos Pierard (Open Vld). “Heel warm worden we er niet van. Maar kijk, de zaterdagmarkt gaat opnieuw door en daar zijn we blij mee”, reageert de voorzitter van de Truiense marktkramers Nico Noppen.

De grootste zaterdagmarkt van Sint-Truiden met haar 130 kramen stond voor een moeilijke opdracht. Vanaf maandag 18 mei werden openbare markten opnieuw toegelaten. De Nationale Veiligheidsraad heeft wel een aantal voorwaarden opgelegd. Zo is er een beperking van het aantal marktkramen tot 50 en wordt er maximaal 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam toegelaten. Er wordt ook gevraagd om een circulatieplan te maken, waarbij er met eenrichtingsverkeer en aparte in- en uitgangen wordt gewerkt. De marktkramers en hun personeel dragen verplicht een mondmasker. Elke marktkramer moet ook middelen voorzien om handhygiëne te voorzien en voeding en drank mag niet geconsumeerd worden op de markt.

Standgeld

“Eerst dachten we de zaterdagmarkt te spreiden over de twee weekenddagen, maar dat was logistiek toch een bijzonder zware dobber. Ook de piste om het op de vesten te laten doorgaan, heeft het niet gehaald. Maar nu gaan we dus vijftig kramen op de Grote Markt plaatsen en vijftig kramen op de Veemarkt”, zegt schepen van Middenstand Jos Pierard (Open Vld).

“Heel warm worden we er niet van. Maar kijk, de zaterdagmarkt gaat opnieuw door en daar zijn we blij mee”, zegt de voorzitter van de Truiense marktkramers Nico Noppen. “We hebben 130 deelnemers, trek daar de eetstanden vanaf, zoals de hotdogkramen die niet mogen opengaan. Dan zitten we nog een achttal kramen die we beurtelings zullen laten deelnemen. Het is natuurlijk moeilijk om te bepalen wie waar komt te staan. Maar daar buigt de marktleider zich nu over. Ik hoop verder ook dat het stadsbestuur de standhouders tegemoet zal komen met de jaarlijkse inning van het standgeld.”