"Aan de Tour kan je niet wennen"

Waaslander gidst tv-kijkend vlaanderen drie weken lang door Ronde Van Frankrijk

José De Cauwer beleeft nog altijd plezier aan de Tour. "Maar een plezierreisje is het allerminst."
Foto Legreve José De Cauwer beleeft nog altijd plezier aan de Tour. "Maar een plezierreisje is het allerminst."
Na vijf decennia op het ritme van het peloton heeft de koers geen geheimen meer voor José De Cauwer. Maar ook op zijn 67ste staat hij nog met het enthousiasme van een nieuweling aan de start van de Ronde van Frankrijk, als schaduwkopman naast Michel Wuyts. Zijn stem klinkt warm en vertrouwd, zijn ervaring en koersinzicht maken zelfs de saaiste overgangsritten draaglijk. Maar wielrennen is niet alleen glorie, en dat weet de Waaslander als geen ander.

Met z'n vieren trokken ze gisterochtend naar Düsseldorf, waar vandaag 'Le Grand Départ' van de Ronde van Frankrijk plaatsvindt: tv-commentatoren Michel Wuyts en José De Cauwer, en Sven Nys en Christof Vandegoor voor de radioverslaggeving. Voor Nys is het zijn eerste Tour, en misschien heeft hij De Cauwer wel gevraagd wat te verwachten. Maar zelfs voor een doorgewinterde koerskenner blijft het telkens weer een ontdekking. "Ik zit al mijn hele leven in de koers, maar aan de Tour kan je niet wennen", zegt De Cauwer. "Heb je het nog nooit meegemaakt, dan ben je bang omdat je niet weet wat er komt. Ken je de Tour wél al, dan ben je bang omdat je wéét wat er komt. (lacht) Toch blijft het een mooie koers - de grootste ter wereld, met de beste renners. En dan mag je nog zoveel jaren ervaring hebben, dat went nooit. Het is ook mooi om te zien hoe zelfs een kampioen als Sven Nys ernaar uitkijkt. Toen hij zijn accreditatie kreeg, zag ik hem er met grote ogen naar kijken. Zoveel uitstraling heeft de Tour."

Bereid jij je nog speciaal voor?

"Niet echt. Ik fiets nog elke week 300 kilometer, dus mijn conditie is in orde - niet onbelangrijk. Ik krijg ook alle nodige info over de renners, maar ik vertrouw toch vooral op mijn parate kennis. Ik heb ook een heel goed fotografisch geheugen en ik heb het geluk dat ik veel renners en ploegleiders bij de jeugd gekend heb. Ik weet wie er durft te gokken, wie meestal impulsief reageert,... De kijkers verwachten duiding, en ervaring is hierbij doorslaggevend."

Beleef je plezier aan de Tour?

"Absoluut. Maar het is werk, geen plezierreisje. Mensen vragen mijn vrouw soms of ze eens mee mag. Domme vraag, want ze zou er niets aan hebben. We staan op om 8 uur en als alles naar wens verloopt, zijn we rond 21 uur klaar. Na de aankomst duiken we meteen de wagen in om naar het volgende hotel te rijden, meestal tientallen kilometers verderop. En dat meestal via de 'routes nationales', waar het dan erg druk is. Vanuit de auto bellen we ook dikwijls naar het hotel om toch nog iets te kunnen eten. Niet veel culinaire hoogtepunten, dus. Velen denken ook dat we 's avonds leuk in de bar achterover hangen, maar dat is niet zo. We sprinten een hele dag lang, de Tour is pure survival. Ik zorg ervoor dat ik altijd water en voedingsrepen in de buurt heb. En in mijn twee toiletzakken zit alles wat ik nodig heb. Je moet maar eens diarree krijgen op een berg in de Pyreneeën."

Je blijft een Waaslander die een nomadenbestaan leidt.

"Ik ben inderdaad nog steeds zo'n 130 dagen per jaar van huis door de koers."

Maar je bent ook honkvast. Je woont al je hele leven in de Brandstraat, op de grens van Temse en Sint-Niklaas.

"In de winter organiseer ik ook fietsvakanties in de Algarve - nog eens een 100-tal dagen extra van huis. Dan gaat mijn vrouw meestal wél mee. Maar eens ik de Brandstraat inrij, voel ik me écht thuis. Hier speelt het echte leven zich voor mij af, hier kom ik tot rust. Ik ga bijvoorbeeld al graag eens naar de manège om de hoek, om een pint te drinken met oude bekenden."

Jouw vader woont in dezelfde straat. Klopt het dat hij nog nooit de zee gezien heeft?

"Ja, en dat terwijl twee van mijn drie dochters aan zee wonen! Jammer, want we hebben hem al vaak gezegd dat we eens naar zee zouden rijden. 'Die heb ik al op televisie gezien', zegt hij dan. Het komt er wellicht niet meer van - hij is een groot deel van zijn gezichtsvermogen kwijt. En hij wordt tijdens deze Tour 97 jaar. Maar hij is gelukkig: hij speelt nog met de duiven en volgt alles van de koers."

In 2008 nam je Greg Van Avermaet mee naar Toscane voor een stage, toen hij in de put zat. Is het gemakkelijker om een goeie band op te bouwen met een streekgenoot?

"Ja, je bent sowieso milder voor elkaar. Je hebt het nu eenmaal iets meer voor gasten uit je eigen regio. Je komt hen veel vaker tegen, en je kent hun supporters. Iets kritisch zeggen over een Italiaan of Fransman is gemakkelijker dan over een landgenoot - laat staan een streekgenoot."

Jouw stem klinkt warm en vertrouwd, maar je blik verraadt een zekere hardheid. Iemand die zich kan handhaven in het wespennest dat het leven soms is.

"Dat is heel raar. Voor foto's wordt ik vaak gevraagd om even te lachen, maar dat lukt me moeilijk. Nochtans kan ik wel de clown uithangen."

Heeft de koers veel gemeen met het leven?

"Het échte leven is zoals de koers: een verhaal van lossen, aanklampen, overleven, boven jezelf uitstijgen, omgaan met je eigen pijn,... Je kan vallen in de koers, maar de koers gaat door. Dat is in het leven niet anders. Mijn eerste vrouw is gestorven aan kanker, toen ze 31 jaar was. We hadden toen een dochter van 9 jaar. Na haar laatste vier dagen in het ziekenhuis, reed ik op een zaterdagochtend huiswaarts. De zon scheen in mijn gezicht en ik zat te dromen, terwijl ik 90 km/uur op de snelweg reed. Plots claxonneerde een automobilist, die me met veel gebaren scheen te vragen wat ik in godsnaam deed. En hup, weer aan 120 km/uur mee met de rest. In de Tour vertel je 's avonds ook wel iets over je leven aan de mensen met wie je op pad bent, maar dat is altijd maar een héél klein stukje van je verhaal. Als je daarna alleen op je kamer bent, val je terug op jezelf en overloop je nog eens de 'komedie' van de dag. Die momenten heb ik echt nodig, in de koers en in het leven."