Natuurpunt Houtem gaat op zoek naar hazelwormen

Een hazelworm lijkt op een slang maar is in feite een pootloze hagedis.
Natuurpunt.be Een hazelworm lijkt op een slang maar is in feite een pootloze hagedis.
Van de hazelworm wordt al enige tijd vermoed dat die in Sint-Lievens-Houtem voorkomt. “Vorig jaar werden twee waarnemingen doorgegeven via het online platform waarnemingen.be. Iemand botste op een hazelworm tijdens het werken in de tuin in de Diepestraat en een wandelaar zag er eentje in de Kapellekouter”, zegt voorzitter van Natuurpunt Houtem Erwin Declercq.

Een hazelworm lijkt op een slang maar is eigenlijk een pootloze hagedis. Het reptiel is gemiddeld zo’n 30 centimeter lang. De bovenzijde van het lichaam varieert van brons-, koperkleurig tot beige met soms donkere lengtestrepen. “Hazelwormen komen bij voorkeur voor in beboste gebieden en liefst op de overgang van bos naar meer open gebied en op bospaden. Ook in kerkhoven, parkjes, tuinen en composthopen kan je ze aantreffen. De hazelworm heeft een uitgesproken verborgen levenswijze en houdt zich meestal schuil onder houtstronken, stenen of planken. Het is een bijzonder nuttig en onschadelijk diertje dat zich voornamelijk voedt met slakken en regenwormen. De belangrijkste vijand van de hazelworm is de mens. Aangezien veel mensen bang zijn voor alle slangachtige dieren worden jaarlijks vele exemplaren onterecht gedood”, weet Erwin Declercq.

Van de hazelworm wordt al enige tijd vermoed dat deze in Sint-Lievens-Houtem voorkomt. Dat bevestigen twee waarnemingen. “Geen van beide personen kon echter een foto maken dus een echt bewijs van het voorkomen van de hazelworm in Sint-Lievens-Houtem ontbreekt nog.” Natuurpunt Houtem doet een oproep aan iedereen die vaak gaat wandelen of graag in de tuin werkt. “Zie je een hazelworm, laat deze rustig zitten, probeer er een foto van te nemen en laat het ons weten via nphoutem@gmail.com. Pas als we zicht krijgen op waar dit bijzondere en heel zeldzame diertje nog voorkomt, kunnen we inspanningen doen om te voorkomen dat de soort uit onze regio verdwijnt”, besluit Declercq.