Rwandaproces: onderprefect ontkent beschuldigingen

Fabien Neretse met zijn advocaatJean Flamme
Photo News Fabien Neretse met zijn advocaatJean Flamme
Dismas Nzanana, de gewezen onderprefect van Busengo (Rwanda), heeft dinsdag voor het hof van assisen in Brussel ontkend dat hij de bevolking aangezet zou hebben tot genocide in Mataba, het geboortedorp van Fabien Neretsé. 

Nzanana werd dinsdag voor het Brusselse hof van assisen ondervraagd via een videoconferentie. De gewezen onderprefect van Busengo zit momenteel een levenslange gevangenisstraf uit voor zijn aandeel in de genocide in Rwanda. De ondervraging ging over een bijeenkomst in Mataba tijdens de genocide. Nzanana was daar als Rwandese functionaris aanwezig, net als de prefect van Ruhengeri, de burgemeester van Ndusu (de gemeente waarvan de Mataba afhankelijk was) en de inwoners van Mataba. “Voor zover ik weet, was ook Fabien Neretse aanwezig op deze vergadering. Ik herinner me de datum niet, maar ik denk dat het in juni 1994 was”, legde Nzanana uit. Volgens andere getuigen vond deze bijeenkomst eind april 1994 plaats, net voor de moorden plaatsvonden waarvan Neretsé beschuldigd wordt. 

De rechter vroeg ook of de prefect, de burgemeester en Nzanana zelf de inwoners van Mataba hadden aangezet om zich te keren tegen de Tutsi’s en om de huizen van de mensen die al gedood waren te vernielen. Daarop antwoordde Nazanana: “Geen enkele verstandige leider kan zoiets zeggen. Ik heb niets gehoord over de vernieling van huizen in Mataba.” Verschillende getuigen verklaarden nochtans dat de bevolking werd aangezet om Tutsi’s te doden. Hierop antwoordde Nzananat: “Ik zei u al dat de bijeenkomst plaatsvond in juni 1994, terwijl de slachtingen werden gepleegd in april. Er leefden nog maar weinig Tutsi’s toen deze bijeenkomst werd gehouden.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.