"De hele buurt lag vol lijken"

DE GROOTE OORLOG: Zes dagen lang een uniek verhaal over WO I uit onze regio

Ponsaerts
'Ze waren 300, die vielen op den morgen van 12 september 1914' staat op het enorme monument dat de gesneuvelden van de Slag bij de Molen in Rotselaar moet gedenken. Maar in werkelijkheid sneuvelden er bij een van de bloedigste veldslagen in onze regio op die zaterdagochtend zeker 500 Belgische soldaten.

"De Slag bij de Molen in Rotselaar vond plaats in het kader van de tweede uitval vanuit Antwerpen", vertelt Rotselaars historicus Bart Minnen. "In een poging ter ondersteuning van de geallieerden de Duitsers die naar Frankrijk trokken af te remmen, gingen zo'n 80.000 Belgische soldaten van 9 tot 13 september de bloedige confrontatie aan. Aan de 40 kilometer lange frontlinie tussen Werchter en Londerzeel troffen ze naar schatting 130.000 Duitsers. Omstreeks zes uur in de vroege ochtend van die 12de september zetten vooral soldaten van het 5de en 25ste linieregiment van Majoor Tielemans vanuit het toenmalige gehucht de Molen in Rotselaar de aanval in op Wijgmaal, waar de vijand achter het vaartkanaal lag. In de rug gedekt door grenadiers trokken de Belgen aan de weg tussen Rotselaar en Wijgmaal via de smalle, stenen brug - een flessenhals waar ze een makkelijk doelwit vormden - in looppas de Dijle over. Meteen werden ze al aan de watermolen hevig beschoten door Duits artillerievuur en veldkanonnen. Direct vielen er vele slachtoffers", weet de voorzitter van de Haachtse Geschied- en Oudheidkundige Kring HAGOK. Verschillende aanvalsgolven volgden. Ook Wakkerzeel kwam zwaar onder vuur te liggen en er waren in de buurt eveneens aanvallen in Tildonk en Wespelaar. "Pas toen ook Majoor Tielemans en zowat de helft van de officieren was gesneuveld en de paniek onder de soldaten de bovenhand nam, werd er teruggetrokken. Opnieuw de twee bruggen aan de watermolen over de Dijle over, richting Werchter. Een Duits verkenningsvliegtuig - een zogenaamde Taube - cirkelde erboven, om aan te geven waar er precies gevuurd en gebombardeerd moest worden. Soldaten die de Duitsers op zich af zagen komen, sprongen in een poging te ontkomen radeloos met hun zware stoffen jassen de Dijle in. Maar ook de afdamming aan de molen werd door Duits geschut geraakt, wat op de Dijle een enorme watervloed veroorzaakte waarin velen werden meegesleurd en verdronken. Het moet hier 100 jaar geleden echt horror zijn geweest. De hele buurt lag hier vol met lijken. De enorme graansilo van het molengebouw is, ondanks de zware beschietingen die de bruggen ernaast volledig in puin legden, wonderwel goed intact gebleven."

Ponsaerts

Zeker 500 slachtoffers

Rond 11 uur, amper vijf uur na de eerste aanval, was de slag al voorbij. Op het slagveld, dat van aan de molen in Rotselaar tot achter de Jezuïetenhoeve in Wijgmaal liep, werden er 324 Belgische lijken geteld. Maar ook een groot aantal gewonden stierf nog in de dagen na de slag. Die doden werden nooit meegeteld. "Het is wel wat jammer dat we het precieze aantal, dat een pak hoger moet liggen, niet kennen. Wat ook wel eens wordt vergeten, is dat er op het kerkhof van Wijgmaal nog 67 soldaten liggen die hier zijn gesneuveld. In werkelijkheid vielen er dus zeker een 500-tal Belgische slachtoffers. Ze werden begraven op het oorlogskerkhof van Rotselaar, om in 1926 samen met de lichamen van de soldatenkerkhoven van Werchter en Haacht op de militaire begraafplaats van Veltem-Beisem te worden samengebracht. Bij de Slag bij de Molen lieten ook een 50-tal Duitsers het leven. De verwondingen bij zowel doden als gewonden moeten onder meer door de uiteenspattende granaten gruwelijk zijn geweest. Er moeten zelfs ook lijf-aan-lijfgevechten met de bajonet zijn geweest", meent Minnen "Want vijf dagen na de slag zou een champetter in het kreupelhout nog een met de bajonetten aan mekaar gespiesde Belg en Duitser hebben gevonden."


De Belgische soldaten die in en om Rotselaar streden, kwamen van overal in het land. Een van de voor zover bekend weinige plaatselijke soldaten die sneuvelden, was Jozef Van Velsen. De 21-jarige jongeman uit Haacht was in Leuven net afgestudeerd als dokter in de Rechten toen de oorlog uitbrak. De toekomst lag voor hem open en het leven lachte hem toe. Toch was hij een van de eerste vrijwilligers uit Haacht die zich aanmeldde. De twintiger nam eerst dienst in het brankardierskorps. Maar hij wou zelf het geweer opnemen en ging als soldaat over naar het 5de Linieregiment. Tijdens de beschietingen van de vijand vanachter een boom in zijn eigen thuisomgeving werd hij echter dodelijk getroffen in de borst.

Ponsaerts

Duitse 'goede zielen'

Burgerslachtoffers vielen er tijdens de slag niet. "De meesten waren immers gevlucht na de eerste uitval 18 dagen eerder in Werchter. Honderden anderen waren al naar Duitse kampen gedeporteerd. De meeste huizen stonden dan ook leeg. De Belgen mochten pas na het weekeinde op maandag, wanneer de Duitsers zelf al hun slachtoffers hadden afgevoerd, de verregende Belgische gewonden van het slagveld verwijderen. Al is er ook sprake van enkele Duitse 'goede zielen' die gewonde Belgen uit de regen tot in de leegstaande huizen droegen, waar ze op tafel werden gelegd. Achtergebleven burgers werden door de Duitsers verplicht de doden te van het slagveld te halen. Een tiental Leuvenaars kwam speciaal met paard en kar naar hier om evenveel zwaargewonden naar Leuven te voeren."


Na de slag aan Rotselaar-Molen werd de aftocht van de 5de Linie ingezet naar Lier. Het 25ste linieregiment werd in het Antwerpse Wommelgem gekantonneerd. In 1935 werd door de Rotselaarse oud-strijders ter plaatse een monument opgericht ter herinnering aan de Belgische militairen die aan de molen het leven lieten. Sindsdien vindt er een jaarlijkse herdenking met bloemenhulde plaats. Het monument is tegelijk ook een eerbetoon aan de 25 burgers van Rotselaar die als gevolg van hun weerstand tijdens de Groote Oorlog door de Duitsers werden gedood. In 1948 kreeg de baan van Rotselaar naar Wijgmaal ter hoogte van het slagveld de naam Vijfde Liniestraat. Sinds 1990 draagt de gemeente Rotselaar ook officieel het peterschap over het 5de Liniebataljon.


Historicus Bart Minnen houdt op 11 september, op de vooravond van de honderdste verjaardag, in samenwerking met het Davidsfonds, Hagok en de gemeente Rotselaar de lezing '1914 aan de Demer en Dijle'. In vrijetijdscentrum de Mena bespreekt hij zowel de militaire acties als de gevolgen ervan voor de burgerbevolking. Aanvang om 20 uur. De toegang is gratis.

De burgerbevolking hielp, al dan niet door de Duitsers gedwongen, de doden en gewonden afvoeren.
Ponsaerts De burgerbevolking hielp, al dan niet door de Duitsers gedwongen, de doden en gewonden afvoeren.