Vader en zoon beticht van huisjesmelkerij en van uitbuiting vrouwen in champagnebar

Vier mensen, onder wie een vader (55) en zijn zoon (31), stonden gisteren voor de Mechelse correctionele rechter. Ze moesten zich verantwoorden voor huisjesmelkerij en voor de economische en seksuele exploitatie van Roemeense vrouwen en mannen. De vader riskeert drie jaar cel met uitstel.

De politie van Bodukap heeft ruim vijf jaar geleden een auto gecontroleerd met Roemenen die op weg waren naar hun woning in Putte. De politie besloot besloot een huiszoeking uit te voeren en stootte op een schrijnende situatie. "In de woning leefden in totaal tien personen. De woning was bouwvallig en was bovendien in strijd met de woonnormen", zei de openbaar aanklager.


Verder onderzoek bracht de speurders bij een tweede woning in Itegem. Daar hebben speurders in een gelijkaardige situatie nog eens acht Roemenen gevonden. Er startte een gerechtelijk onderzoek en daaruit bleek dat de Roemenen via een buitenlander voor de vader en de zoon werkten. Beiden hadden een landbouw- en bouwbedrijf.


Volgens het parket woonden de arbeiders in slechte omstandigheden wonen. Ook hun werkomstandigheden liet de wensen over. "Ze moesten tot zestien uur per dag werken, de lonen werden soms niet uitbetaald, ze waren niet in orde met het papierwerk en indien er een arbeidsongeval gebeurde, mochten ze niet naar de dokter", vervolgde de aanklager.

'Serveersters'

Tot slot bleek uit het onderzoek dat de 55-jarige vader een 'champagnebar' in Berlaar uitbaatte. Volgens het parket waren sommige 'serveersters' (meisjes van plezier, red.) eveneens via een tussenpersoon vanuit Roemenië naar België gebracht. Gisteren vorderde het parket een celstraf van drie jaar met uitstel tegen de vader, de zoon riskeert een celstraf van een jaar met uitstel. De tussenpersoon en een zogeheten tolk riskeren twee jaar cel met uitstel.


De raadslui van de vier gingen vol voor de vrijspraak. Volgens hen waren er geen inbreuken gebeurd op de strafwet. "Wij wisten niet waar de Roemenen waren ondergebracht bij hun verblijf in België", zeiden vader en zoon. "Dat was de taak van onze zakenpartner die hen naar hier bracht." Diezelfde zakenpartner wees in de tegenovergestelde richting: "Als ik iets regel, is het in orde. Ik had een contract waarin stond dat ik betaald zou worden voor het aanwerven van personeel. Vanaf dan was de verantwoordelijkheid voor hen."


Het Federaal Migratie Centrum kwam zich gisteren burgerlijke partij stellen en vroeg een symbolische schadevergoeding van een euro. Vonnis over een maand. (TVDZM)