"Toen ik 15 was, had ik dit nooit durven dromen"

Frontman van metalsensatie Fleddy Melculy op podium Werchter Classic

Jeroen Camerlynck temidden de velden in zijn tuin in Pepingen.
Foto Mozkito Jeroen Camerlynck temidden de velden in zijn tuin in Pepingen.
Metalband Fleddy Melculy, het geesteskind van Jeroen Camerlynck (38) uit Bellingen, staat vandaag op het podium van Werchter Classic. De groep speelt het voorprogramma van de Amerikaanse hardrockgroep Guns N'Roses. De voorbije jaren toerde Camerlynck ook al heel Vlaanderen rond, maar dan met De Fanfaar, de band die Urbanus begeleidt. "Op het podium staan en duizenden mensen uit de bol zien gaan, een beter gevoel bestaat er niet."

Het contrast tussen de festivalweide van Werchter en zijn eigen stukje groen in het landelijke Pepingen kan niet onmetelijker zijn maar Jeroen Camerlynck, getrouwd en vader van twee kinderen, heeft er zin in. Camerlynck groeide op in Ukkel maar woont intussen in het landelijke Bellingen, midden de glooiende akkers van het Pajottenland. Vader Camerlynck werkte jaren lang als woordvoerder bij de MIVB, terwijl moeder aan de slag was in een dienstencentrum voor senioren. En Jeroen? Die was vooral bezig met de scouts. Het was daar, bij de jeugdbeweging, dat hij voor het eerst met muziek in contact kwam.


"De scoutsleiders hadden een synthesizertje waar ik af en toe eens mocht mee prutsen, vooral wat knip- en plakwerk. Ik kon me op het synthesizertje geweldig amuseren. Ik luisterde toen vooral naar De La Soul en Public Enemy. Toen ik enkele jaren later de Red Hot Chili Peppers hoorde, heb ik aan mijn pa gevraagd of ik een basgitaar kreeg, met versterker, en daar heb ik op eigen houtje leren op spelen. Muziekschool heb ik niet gevolgd. Ik kan wel noten lezen maar ik kan een partituur niet analyseren zoals iemand die een muziekopleiding heeft genoten. Achteraf gezien vind ik dat jammer. Ik zou heel graag nog notenleer volgen. Mocht ik ooit meer tijd hebben, ik begon er onmiddellijk aan."


Met De Fanfaar raakten jullie bekend bij het grote publiek. Hoe belandt een onbekende groep bij een grote naam als Urbanus?


"De liedjes van De Fanfaar waren oorspronkelijk gemaakt in het Brussels dialect. Omdat we graag het nummer Gigippeke van Meulebeik wilden coveren, vroegen we de toestemming aan Urbanus. Toen hij het nummer hoorde vond dat hij dat een vette bewerking (lacht). Nadien hebben we hem ook gevraagd om een hoofdrol te spelen in een videoclipje van De Fanfaar. Zo raakte ik bevriend met Urbanus. Zijn dochter werd zelfs onze vaste babysitter. Op een dag vroeg Urbanus ons om hem te begeleiden bij de voorstelling van zijn nieuwe plaat. Nadien kwam het idee om alle oude hits van hem te brengen. Een week later waren we geboekt voor Dranouter, Summer Swing en Suikerrock. Soms gaat het snel (lacht)."


Konden jullie met De Fanfaar niet op eigen houtje doorbreken?


"We hadden wel wat optredens en stonden in de finale van de Nekka-wedstrijd, maar de grote radiozenders pikten ons nooit op. Maar we hebben in die tijd wel onze eerste centjes verdiend aan onze muziek. En die hebben we opnieuw volop in de groep geïnvesteerd."


Wat vind jij zelf het beste nummer van Urbanus?


"Ik vind De Aarde heel mooi. En Publiciteitsjaren, zijn beste nummer, maar helaas hebben we dat met de groep nooit gespeeld."


Als je het al druk had met De Fanfaar, hoe is dan Fleddy Melculy kunnen ontstaan?


"Ik ga regelmatig een pint pakken in een café in Halle. Daar had ik enkele vrienden met wie ik al jaren had afgesproken dat we ooit samen eens een groep gingen oprichten. In 2015, temidden een Urbanus-tournee, werd ik slachtoffer van een hernia. Ik kon niet meer stappen. Zeven shows heb ik in een rolstoel afgewerkt. En uiteindelijk moest ik ook een operatie ondergaan. Weet je, ik heb vandaag eigenlijk een rug van iemand van 70 jaar. In plaats van te leven aan 150 procent, zoals voordien, ben ik beginnen leven aan 1.500 procent. Ik ben nummers beginnen schrijven, maakte hoesjes en clipjes. Een plan had ik niet. Ik heb gewoon een nummer online gezet. Gek genoeg ging dat meteen viraal. Studio Brussel, Humo... ze wilden allemaal weten wie Fleddy Melculy was."


Die gekke naam, waar komt die vandaan?


"Ik ben die naam eens tegengekomen in een boekje. Ik vond het zo grappig klinken. Eigenlijk hadden we evengoed Locco Glanata kunnen heten. Maar omdat hij nog leeft, en ik liever geen proces riskeer, hebben we dat maar zo gelaten (lacht). Pas op, die onnozele naam heeft ons geholpen. Begin 2016 sloten we al een platendeal met Sony. Plots hadden we keuze te over. Met Fleddy ging alles plots vanzelf zonder dat we eigenlijk iets speciaals moesten doen. Alleen al vorig jaar belandden vier nummers van ons in De Afrekening van Studio Brussel. En de optredens volgden, onder meer Pukkelpop en Rock Zottegem."


En nu dus het podium van Werchter. Is dit het hoogste goed?


"Ik ben vooral trots dat organisator Herman Schueremans zelf contact heeft opgenomen met ons boekingskantoor. Blijkbaar is Herman een fan van Fleddy Melculy. Hij was onder de indruk en vond dat onze band perfect paste in het Classic-plaatje. Een hele eer."


Op hetzelfde podium staan als Guns N'Roses. Zenuwachtig?


"Eigenlijk niet. Ik denk niet dat ik Axl Rose een handje zal moeten geven. Die mannen worden goed afgeschermd. Maar Guns N'Roses is wel een typische band uit mijn tienerjaren. En ook al was ik destijds meer fan van Nirvana, toch is het machtig om die hits terug te horen. En het is extra cool om samen met hen op de affiche te staan. Toen ik pakweg 15 jaar was, had ik van dit moment niet eens durven dromen."


Waar gaat dit succes eindigen?


"Fleddy Melculy is voor ons vooral humor. Ik hou het allemaal heel simpel. En als het niet meer tof is, dan stoppen we er mee."