Vluchtelingen die tot risicogroep voor coronavirus behoren, verhuizen naar pas geopend opvangcentrum in Overijse

In dit voormalig woonzorgcentrum De Lasne in Terlanen worden sinds vrijdag kwetsbare vluchtelingen opgevangen.
Baert Marc In dit voormalig woonzorgcentrum De Lasne in Terlanen worden sinds vrijdag kwetsbare vluchtelingen opgevangen.
Vluchtelingen die tot de risicogroep voor het coronavirus behoren, worden sinds vrijdag opgevangen in het pas geopende opvangcentrum in Terlanen bij Overijse. Ze worden om die reden van andere centra naar Terlanen gebracht. Vandaag telt het opvangcentrum 48 bewoners. Zij moeten zoveel mogelijk op hun kamer blijven of mogen eventueel in de tuin wandelen.

In februari kondigde Fedasil de heropening van het opvangcentrum voor vluchtelingen in het voormalig woonzorgcentrum De Lasne in Terlanen aan. Aanvankelijk zou er voor tachtig minderjarige vluchtelingen plaats gecreëerd worden, maar door de uitbraak van het coronavirus worden er sinds vrijdag niet alleen jongeren opgevangen. “Het opvangcentrum biedt plaats aan een aantal gezinnen, waaronder sommigen met baby’s, maar vooral aan ouderen. De oudste van de huidige 48 bewoners is 75 jaar. Het gaat om mensen die tot de risicogroepen van het coronavirus behoren. Voor alle duidelijkheid: de bewoners zijn niet besmet met het virus COVID-19, maar worden om preventieve redenen door hun kwetsbare gezondheidstoestand naar Terlanen overgebracht.”

Politiepatrouilles

De bewoners moeten zoveel mogelijk op hun kamer blijven of mogen eventueel in de tuin wandelen. Door de specifieke doelgroep zullen er volgens Fedasil de komende weken niet meer dan zestig personen onderdak krijgen. Burgemeester Inge Lenseclaes (Overijse2002/N-VA) benadrukt dat de bewoners het domein niet mogen verlaten. “Alleen voor strikt noodzakelijke verplaatsingen mogen ze met een busje opgehaald worden. Er is ook geen bezoek toegestaan en vrijwilligers mogen er voorlopig niet aan de slag. Voorts worden alle maatregelen rond het coronavirus strikt opgevolgd. Ook de politie patrouilleert er regelmatig.”