Pluimveebedrijf veroorzaakt te veel geurhinder volgens de rechter: bedrijf moet op zoek naar andere manier om mest te verwerken

Archiefbeeld - Pluimveebedrijf Albers-Dochy moet op zoek naar een andere manier om de mest van de kippen te verwerken.
Ronny De Coster Archiefbeeld - Pluimveebedrijf Albers-Dochy moet op zoek naar een andere manier om de mest van de kippen te verwerken.
Legkippenbedrijf Albers-Dochy in Oudenaarde is in de milieurechtbank veroordeeld omdat het onvoldoende maatregelen heeft genomen om de geurhinder te beperken. De twee zaakvoerders moeten elk een boete van 40.000 euro betalen, waarvan 32.000 euro met uitstel. De rechter legt vanaf 15 maart ook een verbod op om mest te drogen in de mestopslagplaats van het bedrijf.

Het Openbaar Ministerie besloot het pluimveebedrijf te vervolgen nadat de omgevingsinspectie Oost-Vlaanderen en de politie van Oudenaarde verschillende processen-verbaal hebben opgesteld waarin de geurhinder werd vastgesteld. Zestien gezinnen uit de omliggende straten van het pluimveebedrijf hebben zich nadien burgerlijke partij gesteld omdat de geuroverlast voor hen niet meer te harden is. 

Het ophalen van de natte mest is ook niet ideaal, want dan zal er geregeld mesttransport voorbijrijden

Jan Opsommer

“Het is ondraaglijk”, zegt Hilde Derudder, spreekbuis van de gezinnen. “Afhankelijk van de windrichting duikt een ammoniakgeur op aan onze huizen.” De geur zou afkomstig zijn van de mestdroger van het bedrijf. In de mestopslagplaats wordt de natte mest van de duizenden kippen gedroogd, maar de geur verspreidt zich via de openstaande poort en via gaten in de wand van de mestopslag ter hoogte van het plafond. De geurhinder die daardoor is ontstaan, is volgens de rechter ‘abnormaal’ te noemen. Bovendien hebben de beklaagden volgens hem onvoldoende maatregelen genomen om milieuschade en geurhinder te voorkomen. “Er is een structureel tekort aan aandacht voor het leefmilieu en de omwonenden. De milieuzorg is voor de exploitanten ondergeschikt aan het eigen economisch winstbejag.”

“Op zoek naar oplossingen”

 De rechter legt de twee zaakvoerders elk een boete van 40.000 euro op, waarvan 32.000 euro met uitstel als waarschuwing. Ze krijgen ook een verbod om na 15 maart 2020 de mestopslagplaats te gebruiken om de mest te drogen zolang er geen oplossing is voor de geurhinder. Dat zal in de praktijk betekenen dat het pluimveebedrijf de natte mest moet laten ophalen door een gespecialiseerd bedrijf. Dat zal volgens meester Jan Opsommer, de advocaat van Albers en Dochy, mogelijk andere problemen veroorzaken. “Het ophalen van de natte mest is ook niet ideaal, want dan zal er geregeld mesttransport voorbijrijden. Het is jammer, want mijn cliënten houden zich aan de milieuvoorschriften en dat is kennelijk niet voldoende voor de rechtbank. Nochtans zijn ze constant op zoek naar oplossingen, alleen is het momenteel technisch niet mogelijk om de uitstoot na het drogen van de mest nog na te behandelen.”

Archiefbeeld - Het pluimveebedrijf Albers-Dochy.
Ronny De Coster Archiefbeeld - Het pluimveebedrijf Albers-Dochy.

Aparte schadevergoeding voor kinderen

De 16 gezinnen die zich burgerlijke partij hebben gesteld, zijn tevreden met de uitspraak. “Volgens mij is dit een correct vonnis”, zegt Hilde Derudder. “We hopen dat de geurhinder nu zal verminderen, maar het blijft een beetje trial and error. De milieu-inspectie heeft wel het vermoeden dat als de natte mest meteen wordt afgevoerd via een gespecialiseerd bedrijf, er minder hinder zal zijn. Het probleem zit namelijk vooral in de mestdroger, die zonder filter alles rechtstreeks naar buiten blaast. Dat veroorzaakt niet alleen geurhinder, maar is ook schadelijk voor de gezondheid.” De gezinnen die zich burgerlijke partij hebben gesteld, krijgen elk een schadevergoeding tot 1.250 euro. Ook voor de kinderen van de gezinnen is er een aparte schadevergoeding.