Vakbonden vrezen langere uitruktijden door “minder personeel”, brandweerzone weerlegt dat vermoeden

Brandweermannen in volle actie.
Mozkito Brandweermannen in volle actie.
De vakbonden reageren onthutst over het meerjarenplan van de brandweerzone Vlaams-Brabant West. Volgens hen zullen er minder manschappen paraat staan met vertragingen bij het uitrukken tot gevolg. “Het veiligheidsrisico voor de burgers vergroot en het harde werk van lokale besturen verdwijnt na vijf jaar in de vuilbak”, klinkt het. De brandweerzone weerlegt deze kritiek.

Afgelopen week werd door de zoneraad waarin de burgemeesters van de 33 gemeenten binnen de zone zetelen goedgekeurd. Dat gebeurde volgens voorzitter en burgemeester van Opwijk Albert Beerens (Open vld) met een nipte meerderheid. Maar de beslissingen over de personeelsbezetting zijn in het verkeerde keelgat van de vakbonden geschoten. “De zone aanvaardt de paraatheid van 95 procent beschikbaar personeel”, klinkt het in een reactie aan Belga. “Dat wil zeggen dat men in vijf procent van de gevallen niet onmiddellijk zal kunnen uitrukken. Volgens ons geeft dit vertragingen van zeker vijftien minuten.” 

Volgens de vakbonden wil de zone ook afstappen van het principe om telkens zes personeelsleden aanwezig te hebben in de kazerne. Dat is het wettelijke vastgelegde aantal dat nodig is om een pompwagen te bezetten bij uitruk voor een brand. “’s Nachts wil men dit laten zaken tot minder dan vier”, klinkt het verder. “Door het oproepen van vrijwilligers om dit aan te vullen zijn er opnieuw vertragingen van vijftien minuten met een piek tot dertig minuten. Bij een brand verdubbelt de hevigheid per minuut, dus is het duidelijk dat het grote gevolgen kan hebben. Tientallen jaren werd er hard gewerkt door de lokale besturen om het niveau van hulpverlening te laten stijgen, maar dat verdwijnt nu in de vuilbak na vijf jaar brandweerzone.”

Lat wordt gelijk gelegd

Voorzitter Beerens garandeert dat alle 600.000 inwoners uit de 33 gemeenten en steden van de zone dezelfde hulp zullen krijgen binnen de wettelijk vastgelegde termijnen. “We hebben als college wel een gulden middenweg moeten kiezen”, verklaart hij. “Enerzijds willen de gemeenten financieel minder uitgeven, anderzijds willen de vakbonden zaken waar juist meer geld voor nodig is. In ieder geval hebben we ook voldoende aandacht geschonken aan het aantrekken van extra personeel. We willen bekomen dat in 95 procent van de dringende oproepen, en op termijn 97 procent, de eigen bevoegde kazerne in kan staan voor de afwikkeling van de interventie in een bepaalde gemeente. En daarnaast blijven in de grote kazernes minstens zes personen aanwezig en soms zelfs acht. In de kleinere kazernes kan dit wel lager liggen. Zo is er ‘s nachts in Opwijk bijvoorbeeld niemand aanwezig. Het plan moet tot doel hebben dat alle 600.000 inwoners op hetzelfde niveau van hulpverlening zitten. De lat wordt gelijk gelegd en daar worden inspanningen voor gedaan. Zo komen er twee nieuwe posten in Zemst en Alsemberg en worden er extra inspanningen geleverd voor het zwakke broertje in Dilbeek.”

Ook federale en Europese regels spelen een rol. “De federale overheid beloofde oorspronkelijk om vijftig procent van de meerkost die de zones meebrachten te betalen, maar dat daalde om weinig geloofwaardige redenen naar dertig procent”, weet Beerens. “Dat maakt het voor gemeenten ook niet financieel makkelijker. Tot slot verbiedt Europa een 44-uren week. Door de 38-uren week moeten we dus extra personeel voorzien, en dat zullen we ook doen.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.