Moeilijk jaar door ponton en duivenliefhebbers

NATUURHULPCENTRUM MAAKT BALANS VAN 2017 OP

Dierenverzorger Mario bij de duiven in het natuurhulpcentrum van Opglabbeek.
Foto Borgerhoff Dierenverzorger Mario bij de duiven in het natuurhulpcentrum van Opglabbeek.
Naar jaarlijkse gewoonte werd in het Natuurhulpcentrum van Opglabbeek de balans van 2017 opgemaakt. Daarbij vallen verschillende problemen op, zoals onder meer een catastrofaal ponton, een virus, de duivensport en reptielen die als huisdier werden gehouden.

In totaal werden er in 2017 6.942 dieren opgevangen. De meest populaire soort in Opglabbeek was de egel, gevolgd door de houtduif en de Turkse tortel. Het overgrote deel van de dieren waren traditioneel vogels (4.243). Met die groep waren er dit jaar ook heel wat problemen. Aan de grindplassen in Kessenich ontstond zelfs een tragisch massagraf. Enkele maanden lang spoelden dode meeuwen aan op de oevers. Ze waren niet vergiftigd of ziek. Na verder onderzoek bleek de miserie te zijn veroorzaakt door een drijvend ponton gemaakt van grote metalen buizen. Het bleek een soort fuik voor de meeuwen, waaruit ze niet meer konden ontsnappen. Het gekrijs van de vogels lokte alleen nog maar meer soortgenoten. In totaal werden 296 kokmeeuwen en 21 stormmeeuwen dood tussen de buizen gehaald. Zo'n zestig vogels konden worden gered.

Jacht

Helaas werd het Natuurhulpcentrum ook getuige van onfrisse praktijken van de jacht. Zo werden op 25 augustus 45 patrijzen in kooien aangetroffen in Bocholt. Zij moesten dienen als schietschijf voor jagers. In oktober gebeurde aan de douane hetzelfde met 150 fazanten. De merels werden dan weer slachtoffer van het Usutu-virus. Daarom werden er in 2017 maar half zo veel merels (263) opgevangen als in 2016. "We zijn nog niet van het virus af. De merel zal een zeldzame vogel worden", vreest Sil Janssen van het natuurhulpcentrum. Bovendien verspreidde het virus zich in 2017 ook verder naar het westen van ons land. Tot de meer zeldzame vogels in het centrum behoorden twee rode wouwen. Zij kregen zelfs een zendertje mee zodat hun terugreis kon worden gevolgd. "Eentje vloog richting Zuid-Limburg en later naar Spanje. Zijn familielid trok eerst naar Duitsland en volgde later quasi hetzelfde traject. Niet alleen heel mooi om te zien, maar ook het bewijs dat de dieren bij ons goed worden grootgebracht", stelt Janssen.

Leeuwenwelp

Bij de zoogdieren werden meerdere dieren in Europa in beslag genomen: luipaarden, beren, een berberaap en ook een leeuwenwelp in de Parijse voorstad. "Ik dacht dat ik alles al had gezien, maar dat tartte alle verbeelding. De man pronkte stoer met het exemplaar en filmde hoe hij het welpje klappen uitdeelde met zijn bokshandschoenen. De jonge leeuw was uitgehongerd en gedehydrateerd, maar kreeg bij ons de juiste zorgen", gaat Janssen verder. Verder zijn er natuurlijk de steenmarters en everzwijnen, allebei gekend omwille van de nodige problematiek. Van de eerste soort kwamen er veel binnen met symptomen die wezen op de hondenziekte. Steenmarters kunnen een dergelijke epidemie door hun aanpassingsvermogen overleven. Bij de everzwijnen werd het vermoeden van het natuurcentrum dat deze werden uitgezet, eindelijk bevestigd.

Duivenbond

Ten slotte zijn er nog twee klassieke problemen. Allereerst is er de slechte relatie tussen het centrum en de duivenbond. Duiven (423 in totaal) vinden na hun vrijlating hun hok niet meer terug en liefhebbers zijn maar matig geïnteresseerd om hen op te halen. Ten tweede zijn er veel exotische dieren zoals papegaaien en baardagamen die worden binnengebracht. "Mensen kopen maar en beseffen pas later dat zo'n dier toch niet zo leuk is. Ik merk geen beterschap, er blijven altijd idioten", zucht Janssen. Het schoolvoorbeeld is de grijze roodstaartpapegaai. Een soort die vaak dienst doet als 'accessoire' in de woonkamer, tot hij van de stress zijn eigenaar bijt of zichzelf kaal plukt. "We vroegen bij minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) zelfs al eens om een taks zoals bij elektrische toestellen", besluit Janssen, die graag nog meegeeft dat de overname van het gebouw van de gemeentelijke technische dienst vlot verloopt. "Op 2 januari 2020 zullen we er intrekken, maar we kunnen binnenkort al starten met de plannen."