Voorgevel vismijn blijft behouden

BOUWVERGUNNING EERSTE NIEUWE LOODSEN IS AFGELEVERD

Op het simulatiebeeld zie je rechts de voorgevel die bewaard blijft. Onderaan zie je de poorten waar de vrachtwagens de vis kunnen ophalen.
Kos Op het simulatiebeeld zie je rechts de voorgevel die bewaard blijft. Onderaan zie je de poorten waar de vrachtwagens de vis kunnen ophalen.
De Vlaamse Visveiling heeft gisteren de plannen voor de nieuwe vismijn in Oostende uit de doeken gedaan. Zo blijft de beeldbepalende gevel van het gebouw grotendeels behouden. De bouwvergunning voor de eerste nieuwe loodsen naast de vismijn is afgeleverd. Er komen hier tien loodsen voor de reders.

De Vlaamse Visveiling wil tegen januari 2017 een nieuwe vismijn bouwen in Oostende en heeft een bouwaanvraag ingediend bij de stad Oostende. Het schepencollege zal zich binnenkort over de aanvraag buigen. Staatssecretaris Bart Tommelein (Open VLD) en Vlaams parlementslid Francesco Vanderjeugd kregen de plannen gisteren al te zien. Ze kwamen een kijkje nemen in de veiling in Zeebrugge. Er wordt in de plannen van het nieuwe gebouw rekening gehouden met het beeldbepalend karakter van de huidige vismijn. "Het sprotkot wordt behouden en ook de voorgevel blijft met de reliëfs. De grote opening voor auto's zal wel gesloten worden en hier komen ramen en deuren", licht Marie-Jeanne Becaus van de Vlaamse Visveiling toe. De bouw zou in januari 2016 starten. De veilingactiviteiten kunnen ondertussen blijven doorgaan, vermits er op een andere plaats geveild wordt."

De gevel van de vismijn blijft grotendeels behouden.
Benny Proot De gevel van de vismijn blijft grotendeels behouden.

Pakhuizen verdwijnen

De pakhuizen, waar nu onder meer het VLIZ gevestigd is, moeten verdwijnen. In eerste instantie zal de helft van de pakhuizen verdwijnen om de bouw te kunnen starten. Het VLIZ zou hierdoor nog 2 à 3 jaar op hun huidige locatie kunnen blijven", zegt Becaus. Er is nog geen alternatief voor het Vlaams Instituut voor de zee. Er wordt nu een nieuwe piste bekeken voor nieuwe accommodatie samen met het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, dat momenteel ook met plaatsgebrek kampt. "De pakhuizen moeten plaats maken zodat we voldoende plaats kunnen creëren voor de vrachtwagens die komen laden en lossen."

Marie-Jeanne Becaus, Johan Van de Steene, Francesco Vanderjeugd en Bart Tommelein in de Zeebrugse vismijn.
Benny Proot Marie-Jeanne Becaus, Johan Van de Steene, Francesco Vanderjeugd en Bart Tommelein in de Zeebrugse vismijn.

Voedingscluster

De Vlaamse Visveiling wil een voedingscluster creëren rond de vismijn. "Toen we hier in Zeebrugge startten, was er bijna geen bedrijvigheid rond de visserij. Nu is er een volledige cluster met 100 bedrijven, waaronder 40 in de visserij met de visveiling als locomotief. In Oostende zijn er 39 bedrijven actief, waarvan 6 rederijen, 25 vishandels en visverwerking en 8 toeleveranciers en bedrijven die scheepsonderhoud doen. Dit zorgt voor een geschatte tewerkstelling van 200 mensen. Wij willen de economische motor zijn voor een volledige voedingscluster. Dit zal een pak meer jobs creëren. Voor elke visser aan boord mag je rekenen op vijf jobs aan land."


Ook staatssecretaris Bart Tommelein wil de economische activiteit op de Noordzee versterken. "Een nieuwe vismijn in Oostende is belangrijk om de Oostendse vissershaven opnieuw aantrekkelijk te maken", legt de staatssecretaris uit. "De accommodatie waarin de vissers moeten werken en een goede bediening zijn een belangrijke aantrekkingspool. Ik wil meehelpen om de activiteit in Oostende mee nieuw leven in te blazen. Ik zal samen met mijn Vlaamse collega Joke Schauvlieghe kijken hoe we de vis die door onze vissers wordt aangeland beter bekend kunnen maken. Het is de bedoeling om de activiteiten op zee om te zetten in jobs", vertelde Tommelein gisteren.

Tien loodsen

Eind mei start al de bouw van tien loodsen voor reders. Deze komen op de plaats van de oude haringhal. Tegen september zouden de loodsen klaar moeten zijn. Alle loodsen zijn al bezet door Oostendse reders en één voor het Maritiem instituut Mercator. De Oostendse reders zijn alvast tevreden met de nieuwe infrastructuur.