Vijftien transmigranten proberen met opblaasbaar rubberbootje Kanaal over te steken naar Groot-Brittannië: “Als bootje was gekapseisd, waren ze allemaal gestorven”

De transmigranten werden met de Sirius naar de haven van Oostende gebracht.
VTM De transmigranten werden met de Sirius naar de haven van Oostende gebracht.
De Belgische en Franse kustreddingsdiensten hebben zaterdagmorgen voor de kust van De Panne vijftien transmigranten gered uit een bootje. De opvarenden hadden zelf alarm geslagen toen hun opblaasbare rubberboot water maakte. “We dreigen te zinken", klonk de noodoproep.
Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

De Franse kustwacht van Gris-Nez kreeg zaterdag rond 7 uur een noodoproep binnen van een bootje midden op de Noordzee. “We maken water en dreigen te zinken", klonk het bericht. “Er zijn vijftien mensen aan boord.” Meteen werden de grote middelen ingezet. Ook de Belgische kustreddingsdiensten werden ingeschakeld omdat het bootje door de stroming richting België dreef. Onder andere de reddingshelikopter NH90 en de Sirius van DAB Vloot in Oostende trokken ter plaatse.

Motorblok verloren

De hulpdiensten hadden enige moeite om het bootje te vinden. Op basis van het gsm-signaal achter de noodoproep konden ze het uiteindelijk vinden op twaalf kilometer voor de kust van De Panne. De situatie bleek bijzonder gevaarlijk, want de opblaasbare rubberboot was zijn motorblok verloren en was lek geslagen. “Het bootje had een ruimte van 2,8 op 0,9 meter, goed voor een maximumcapaciteit van zeven personen”, stelt procureur Frank Demeester van het Brugse parket. “Die capaciteit werd zwaar overschreden aangezien mensensmokkelaars de boot hadden volgestouwd met vijftien personen. Dat het bootje water maakte toen het ver in zee zat, verwondert dan ook niet.”

De vluchtelingen hadden wel zwemvesten, maar als het bootje zou gekapseisd zijn, was de kans reëel dat ze geen noodoproep meer zouden hebben kunnen verzenden. Ze zouden vermoedelijk gestorven zijn

Procureur Frank Demeester

Volgens het parket keken de transmigranten de dood in de ogen. “De vluchtelingen hadden wel zwemvesten, maar als het bootje zou gekapseisd zijn, was de kans reëel dat ze geen noodoproep meer zouden hebben kunnen verzenden. Ze zouden vermoedelijk gestorven zijn. Er was hen verklaard dat ze goed moesten opletten om de boot in evenwicht te houden, wat op de golven niet eenvoudig was.” 

Doorweekt

De vijftien opvarenden - negen Irakezen, vier Koeweiti, een Egyptenaar en een Afghaan - waren rond 4 uur vertrokken in Duinkerke. De mannen werden zonder verzet overgezet in de Sirius. Het overheidsschip, dat sinds 2017 ook ingezet wordt bij zeevisserijcontroles en andere operaties op zee, bracht de transmigranten naar de haven van Oostende. De slachtoffers verkeerden in goede gezondheid, al waren ze wel doorweekt. “Ook hun bezittingen waren nat”, stelt Demeester. “Verschillende telefoontoestellen waren in zee gevallen of waren kapot. Los van het feit dat dit niet bevorderlijk is voor het strafonderzoek naar de smokkelorganisatie betekent dit ook dat de slachtoffers veel van hun persoonlijke herinneringen, zoals foto’s en berichten, kwijt zijn.”

Geen smokkelaars

De transmigranten werden bij aankomst in de haven van Oostende ondervraagd door het team mensensmokkel van de FGP en scheepvaartpolitie. Bij de verhoren werden vier tolken ingezet. “Uit ervaring weten we dat vluchtelingen vaak de lippen stijf op elkaar houden, ook al hebben ze enkele uren daarvoor de dood in de ogen gekeken. Dat was in deze zaak niet anders”, vertelt procureur Demeester. “Een aantal vluchtelingen kon toch met een tolk verhoord worden. Ze bleken in Noord-Frankrijk te verblijven. Sommigen onder hen klommen voor het eerst in een rubberbootje, anderen hadden al gelijkaardige pogingen achter de rug.” 

Op basis van de verhoren en uitlezing van de gsm’s die wel nog werkten, vonden de speurders geen aanwijzingen dat er mensensmokkelaars aan boord van het bootje waren. “De transmigranten werden ter beschikking gesteld van de dienst Vreemdelingenzaken. Het onderzoek naar de smokkelorganisatie wordt verdergezet.”

De camera met infrarood registreert activiteiten in de duinen, op het strand en op zee tot kilometers ver. Tijdens een oefening kon de politie snel een rubberbootje lokaliseren. Vervolgens werd de drone uitgestuurd, die dit beeld maakte in het holst van de nacht.
Benny Proot De camera met infrarood registreert activiteiten in de duinen, op het strand en op zee tot kilometers ver. Tijdens een oefening kon de politie snel een rubberbootje lokaliseren. Vervolgens werd de drone uitgestuurd, die dit beeld maakte in het holst van de nacht.

Druk hoog

Het is niet de eerste keer dat transmigranten per boot de oversteek willen maken naar Groot-Brittannië, wat voor hen nog altijd het beloofde land is.  Op 21 januari kapseisde nog een bootje met veertien personen voor de kust van De Panne. De transmigranten konden op eigen kracht het strand bereiken. Twee vermoedelijke mensensmokkelaars werden na het vermeden drama opgepakt. De Afghanen zitten nog altijd in de cel. 

In Frankrijk is het aantal gevallen van onderschepte bootjes met transmigranten verviervoudigd tegenover vorig jaar. In West-Vlaanderen hadden we sinds januari toch ook al zes gevallen. We zetten dan ook alle middelen in om drama’s te voorkomen

Gouverneur Carl Decaluwé

In de nacht van 22 op 23 april werden ook in Oostende zes verdachten onderschept met opblaasbare boten en buitenboordmotoren. “In dit geval vertrokken de transmigranten uit Noord-Frankrijk, maar we zien dat ook de druk op onze kust hoog blijft”, zegt gouverneur Carl Decaluwé. “In Frankrijk is het aantal gevallen van onderschepte bootjes met transmigranten verviervoudigd tegenover vorig jaar. In West-Vlaanderen hadden we sinds januari toch ook al zes gevallen. We zetten dan ook alle middelen in om drama’s te voorkomen. Een van de elementen in onze strijd is de infraroodcamera in De Panne die begin deze maand werd geïnstalleerd en tot vijf kilometer in zee bewegingen kan waarnemen.”