Twee scoutsleiders voor rechter na ongeval met vuurinstallatie, waarbij medeleidster verbrand raakte: “Niemand heeft dit gewild”

De rechtbank in Brugge.
Benny Proot De rechtbank in Brugge.
Twee leiders van de zeescouts staan in de Brugse rechtbank terecht voor onopzettelijke slagen en verwondingen tegenover een medeleidster. De jonge vrouw raakte bijna twee jaar geleden in Oostende verbrand bij een ongeval met een vuurinstallatie. Voor het Openbaar Ministerie hoeven de twee jongemannen geen straf te krijgen. “Niemand heeft dit ooit gewild”, zei de advocaat van een van hen. 

S.C. (23) uit Harelbeke en T.D. (26) uit Brugge waren op 13 april 2018 aanwezig op een bijeenkomst in Oostende van verscheidene groepen van de zeescouts. Thema van het kamp was ‘Avatar: lucht, aarde, water en vuur’. De twee twintigers stonden in voor de catering en de animatie voor de kinderen. Om het natuurelement ‘vuur’ uit te beelden, hadden ze het plan opgevat om een eigen vuurinstallatie in elkaar te steken. “Ze hadden een plank gemaakt met twee profielen, waarin ze een fles met brandversneller konden steken”, vertelde de advocaat van S.C. “Mijn cliënt en zijn vriend hadden alle voorzorgsmaatregelen genomen. Ze hadden gezorgd voor water in de buurt en vochtige doeken om alle brandgevaar te vermijden.”

Steekvlam

Tijdens de namiddagvertoning voor de kinderen verliep alles vlekkeloos. “Zij werden op enkele meters afstand gehouden en liepen geen gevaar. Toen de kinderen ‘s nachts gaan slapen waren, besloot de leiding nog wat na te kaarten. Ze staken de vuurinstallatie nog eens in gang, maar op één of andere manier sloeg het vuur over naar de brandversneller, met een steekvlam tot gevolg.” 

Mijn cliënt heeft het meisje gelukkig meteen behandeld met water, zodat de brandwonde zo weinig mogelijk inbrandde in haar huid. Hij was danig onder de indruk. Het slachtoffer heeft hem zelfs nog moeten troosten

Advocaat van S.C. (23) uit Harelbeke

Een leidster van de scouts kreeg de vlam deels in haar gezicht en over haar schouder. “Mijn cliënt heeft het meisje gelukkig meteen behandeld met water, zodat de brandwonde zo weinig mogelijk inbrandde in haar huid. Hij was danig onder de indruk. Het slachtoffer heeft hem zelfs nog moeten troosten. Niemand heeft dit ooit gewild. Het was een ongeval dat evenwel nooit had mogen gebeuren.” 

S.C. vroeg de rechter om de opschorting van straf. T.D. vroeg de vrijspraak. Volgens zijn raadsman stelde de twintiger geen enkele handeling.

Discussie tussen verzekeringsmaatschappijen

Iedereen was het er tijdens de behandeling van de zaak over eens dat het om een ongelukkig ongeval ging. Ook het Openbaar Ministerie was die mening toegedaan. “Door het blanco strafblad van de beklaagden, hun leeftijd en de omstandigheden vorder ik zelf de opschorting van straf", stelde de procureur. 

Dat S.C. en T.D. voor de rechter moesten verschijnen, lijkt alleen te wijten aan de verzekeringsmaatschappijen. Die raakten het na het ongeval niet eens. Volgens de verzekeraar van de beklaagden is de vordering tegen hen ongegrond, omdat ze de dag van de feiten vrijwilligers waren. “En die genieten van een immuniteit”, klonk het. 

Het slachtoffer lijkt intussen wel goed te herstellen van haar verwondingen. Enkel boven haar linkeroor en op haar schouder zou ze volgens haar advocaat wat esthetische chirurgie nodig hebben. De vrouw vorderde een voorlopige schadevergoeding van 2.500 euro en de aanstelling van een deskundige. Haar ouders vragen voorlopig 1 euro. Uitspraak op 25 februari.