Twee scoutsleiders krijgen geen straf voor ongeval met vuurinstallatie, waarbij medeleidster verbrand raakte

De Brugse strafrechter velde dinsdagmorgen een vonnis in de zaak.
Benny Proot De Brugse strafrechter velde dinsdagmorgen een vonnis in de zaak.
Twee leiders van de zeescouts hebben in de Brugse rechtbank de opschorting van straf gekregen voor onopzettelijke slagen en verwondingen tegenover een medeleidster. De jonge vrouw raakte bijna twee jaar geleden in Oostende verbrand bij een ongeval met een vuurinstallatie. Omdat de twee leiders beschouwd worden als vrijwilligers, verklaarde de rechtbank haar vordering tot schadevergoeding ongegrond.

“Niemand heeft dit gewild.” Het was de rode draad doorheen de pleidooien die vorige maand in de Brugse rechtbank plaatsvonden rond een zwaar ongeval met een vuurinstallatie in Oostende. Ook de rechter hanteerde die stelregel dinsdagmorgen in zijn vonnis. Hij achtte de feiten van onopzettelijke slagen en verwondingen dan wel bewezen, maar legde twee gedagvaarde scoutsleiders geen straf op. S.C. (23) uit Harelbeke en T.D. (26) uit Brugge waren op 13 april 2018 aanwezig op een bijeenkomst verscheidene groepen van de zeescouts. Thema van het kamp was ‘Avatar: lucht, aarde, water en vuur’. De twee twintigers stonden in voor de catering en de animatie voor de kinderen. 

Steekvlam

Om het natuurelement ‘vuur’ uit te beelden, hadden ze het plan opgevat om een eigen vuurinstallatie in elkaar te steken. “Ze hadden een plank gemaakt met twee profielen, waarin ze een fles met brandversneller konden steken”, vertelde de advocaat van S.C.. “Mijn cliënt en zijn vriend hadden alle voorzorgsmaatregelen genomen. Ze hadden gezorgd voor water in de buurt en vochtige doeken om alle brandgevaar te vermijden.” Tijdens de namiddagvertoning voor de kinderen verliep alles vlekkeloos. “Zij werden op enkele meters afstand gehouden en liepen geen gevaar. Toen de kinderen ’s nachts gaan slapen waren, besloot de leiding nog wat na te kaarten. Ze staken de vuurinstallatie nog eens in gang, maar op één of andere manier sloeg het vuur over naar de brandversneller, met een steekvlam tot gevolg.”

Geen schadevergoeding

Een leidster van de scouts kreeg de vlam deels in haar gezicht en over haar schouder. “Mijn cliënt heeft haar gelukkig meteen behandeld met water, zodat de brandwonde zo weinig mogelijk inbrandde in haar huid. Hij was danig onder de indruk. Het slachtoffer heeft hem zelfs nog moeten troosten. Niemand heeft dit ooit gewild. Het was een ongeval dat evenwel nooit had mogen gebeuren.” Iedereen was het er tijdens de behandeling van de zaak over eens dat het om een ongelukkig ongeval ging. Dat S.C. en T.D. voor de rechter moesten verschijnen, leek alleen te wijten aan de verzekeringsmaatschappijen. Die raakten het na het ongeval niet eens. Volgens de verzekeraar van de beklaagden is de vordering tegen hen ongegrond, omdat ze de dag van de feiten vrijwilligers waren. “En die genieten van een immuniteit”, klonk het.

De rechter volgde die stelling dinsdagmorgen in zijn vonnis. Hij verklaarde de vordering van de burgerlijke partijen tot schadevergoeding ongegrond. Het slachtoffer en haar ouders hadden voorlopig 2.500 euro gevraagd en de aanstelling van een deskundige om haar precieze schade te begroten. Mogelijk kunnen zij via een andere weg wél nog een vergoeding bekomen. Het slachtoffer herstelt intussen wel goed van haar verwondingen. Enkel boven haar linkeroor en op haar schouder zou ze volgens haar advocaat wat esthetische chirurgie nodig hebben.