Toch geen brandstichting in flatgebouw in Westerkwartier? Rechter wil horen wat thuisverpleger van verdachte te vertellen heeft

De brand ontstond in de flat van B.D. op de derde verdieping van het gebouw.
Benny Proot De brand ontstond in de flat van B.D. op de derde verdieping van het gebouw.
In de zaak rond een brandstichting van anderhalf jaar geleden in de Honoré Borgersstraat in Oostende heeft de rechtbank donderdagmorgen een bijkomend verhoor gevraagd. Het gaat om een collega van de thuisverpleegster van de verdachte. B.D., een 46-jarige vrouw uit Oostende, riskeert 37 maanden cel.

De brandweer werd op 28 oktober 2018 opgeroepen voor een zware brand in een appartementsgebouw met acht flats in de Honoré Borgersstraat. Bij hun aankomst sloegen de vlammen al uit een flat op de derde verdieping. Bewoonster B.D. (46) kon zich tijdig uit de voeten maken. Ze verklaarde zelf dat ze in slaap gevallen was in de zetel. “Die stond wellicht te dicht bij het haardvuur”, klonk het. 

Warme muur achter kachel?

De brandweer had flink wat moeite met het blussen van de brand. Uiteindelijk brandde de flat van B.D. volledig uit. De appartementen van twee andere gezinnen werden tijdelijk onbewoonbaar verklaard. Een branddeskundige oordeelde dat het vuur aangestoken werd in het appartement van B.D. 

Het parket vorderde vorige maand al 37 maanden cel voor de vrouw. De verdediging stuurt aan op een internering, omdat B.D. onder meer met psychoses zou kampen. Haar thuisverpleegster verklaarde tijdens het onderzoek dat een collega van haar de week van de feiten had gemeld dat de muur achter de kachel van het appartement erg warm aanvoelde. De rechter wil de bewuste collega eerst laten verhoren, aangezien B.D. blijft beweren dat het vuur accidenteel ontstond. Op 15 oktober wordt de zaak verdergezet.