Tel 100 schelpjes aan onze kust

WETENSCHAPPERS HOPEN ZATERDAG OP ZOVEEL MOGELIJK DEELNEMERS

Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee op het strand van Oostende.
Foto Proot Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee op het strand van Oostende.
Schelpjes rapen, het is van alle tijden. Maar zaterdag krijgt het een wetenschappelijk tintje tijdens de allereerste Schelpenteldag. De wetenschappers roepen iedereen op om 100 stuks te verzamelen. Zo hopen ze meer te weten te komen over bijvoorbeeld de invloed van de klimaatverandering.

Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), Eos, Natuurpunt en Kusterfgoed roepen zoveel mogelijk mensen op om op 17 maart naar het strand af te zakken. De Grote Schelpenteldag komt er in navolging van het vlinder- en vogeltelweekend.


"Het principe is hetzelfde. Er bestaat een strandwerkgroep die alles kent van schelpen, maar de leden zoeken naar de speciale soorten. Met deze grote teldag willen we vooral eens weten wat er momenteel nog te vinden is op het strand. Als we elk jaar dezelfde oefening doen, zullen we na verloop van tijd tendensen kunnen waarnemen", legt Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee uit. Er werden nog nooit op zo'n grote schaal gegevens verzameld over schelpen aan de onze kust. De speurneuzen worden verwacht op één bepaalde plaats per kustgemeente.


"We zullen de deelnemers begeleiden. Bedoeling is dat ze een vast punt aanduiden aan de vloedlijn en 'spiraalsgewijs' de eerste 100 intacte schelpen oprapen die ze tegenkomen. Dat mag een enkele of dubbele schelp zijn. We laten ze eerst, aan de hand van een handige brochure, zelf de soorten sorteren. Er zijn wel experts aanwezig die kunnen bijsturen of helpen waar nodig. Alle gegevens zullen dan verzameld en verwerkt worden", licht Seys toe.

Oester

Wat is nu eigenlijk de bedoeling van zo'n grote teldag? "We kunnen heel wat leren uit de gegevens. Schelpen zijn skeletten die iets vertellen over de levende wezens in onze Noordzee. Zo zijn schelpen bijvoorbeeld gevoelig aan temperatuur. Als het klimaat opwarmt, dan zullen we misschien wel meer warmwatersoorten vinden. We zullen ook een zicht krijgen op de exoten die vrijwillig of onvrijwillig in onze Noordzee geïntroduceerd werden. Zo is de bekendste oester eigenlijk een Japanse oester die in 1969 hier terecht gekomen is. Er waren toen problemen met de productie van de platte oester door een parasiet. Er werden verscheidene buitenlandse soorten ingevoerd. De Japanse was de meest succesvolle en is zich uiteindelijk gaan verspreiden. Nu wordt nog 5 procent van de platte oester verkocht."


De Amerikaanse zwaardschede is nu ook massaal te vinden op onze stranden, maar werd meegenomen met het balastwater van schepen. Verder kunnen tendensen ook wijzen op soorten die dreigen te verdwijnen. "De purperslak had je een tijdlang niet aan onze kust door een chemische stof die vroeger gebruikt werd bij schepen. Die stof werd uiteindelijk verboden en de soort komt nu langzaamaan terug."


De resultaten van de eerste Schelpenteldag worden op maandag 19 maart bekendgemaakt.