Oostende en Banjul krijgen 3 miljoen euro Europese subsidies om de Afrikaanse stad te versterken

Oostende kon 3 miljoen Europese subsidies binnenhalen voor Banjul
Benny Proot Oostende kon 3 miljoen Europese subsidies binnenhalen voor Banjul
De stad Oostende zal samen met Banjul een project uitwerken om het lokaal bestuur van de hoofdstad van Gambia te versterken op vlak van milieu- en natuurbeheer, afvalverwerking, ondernemerschap en gezondheidszorg. Voor het project kan Oostende rekenen op een EU-subsidie van maar liefst 3 miljoen euro. Het is de grootste subsidie ooit voor de stedenband. “Hiermee kunnen een versnelling hoger schakelen om ervoor te zorgen dat jonge mensen ter plaatse kansen krijgen”, zegt schepen van Internationale Samenwerking Silke Beirens (Groen).

Het subsidieprogramma ‘Local Authorities – Partnerships for Sustainable Cities’ focust zich op het promoten van stedelijke ontwikkeling. Voor de projectoproep werden in totaal 258 dossiers ingediend. Na een strenge selectie vielen er 16 ‘in de prijzen’, waaronder dus Oostende. “Onze stad is hier in het goede gezelschap van steden als Madrid, Bordeaux, Berlijn en Parijs. Stad Oostende is de hoofdpartner binnen dit project en werd geselecteerd om een contract op te maken met een looptijd van drie jaar”, licht Silke Beirens toe. “Ik ben bijzonder trots dat dit project door de Europese Commissie werd goedgekeurd. Nooit eerder werd een bedrag van die omvang door de Stad Oostende binnengehaald. We kunnen met deze fondsen ter plaatse echt het verschil gaan maken. We creëren e meer toekomstmogelijkheden voor jongeren in Gambia zelf. Dat is absoluut noodzakelijk in een regio waar nog dagelijks mensen een gevaarlijke tocht aanvatten richting een onzeker bestaan op het Europees continent. Het is voor mij een terugkeer naar mijn professionele roots want ik heb zelf ervaring met het uitvoeren van Europese projecten in Centraal-Afrika. Ik besef als geen ander hoe belangrijk het is om jonge generaties ter plaatse een toekomstperspectief te geven.”

Vijf kernacties

Algemene doelstelling van het EU project is om het lokaal bestuur in Banjul te versterken en de stad verder te ontwikkelen als innovatieve en creatieve stad. Deze investering moet de stad Banjul klaarmaken voor de uitdagingen van de toekomst. “We zetten in op verschillende projecten. Zo gaan we het lokale bestuur versterken met consultants maar ook door collega’s van Oostende kennis te laten uitwisselen. Dat kan op financieel vlak, maar ook wat datamanagement, IT of het klimaat betreft. Banjul ligt onder de zeespiegel waardoor dit voor hen ook een belangrijk onderwerp is”, zegt stedenbandcoördinator Peter Vanslambrouck. Ook afval is momenteel nog een groot probleem in West-Afrika. “We zijn hier al tien jaar me bezig en we hebben al ingezet op de afhaalcapaciteit, maar we willen nog verder inzetten op recyclage en het beheer van de stortplaats en sensibilisatie van de bevolking.” Andere acties zijn om de stad te vergroenen. “Er zijn onder meer plannen om vegetatie met kokosbomen te planten om de stranden te versterken, maar het kan ook een aantrekking zijn voor toerisme. In de stad zelf zijn er ook heel wat kansen om voor CO²-reductie te zorgen, maar ook voor koele plaatsen in het centrum.”

Handhygiëne

Een groot project is de oprichting van een centrum voor duurzame ontwikkeling op de site van Crab Island. “We willen hier start-ups onderbrengen, een muziekschool, maar kunst en opleidingen.” Binnen het project is er tenslotte nog een luik rond gezondheidszorg en hygiëne in het Edward Francis Small Teaching Hospital. “Hierbij willen we bijvoorbeeld inzetten op handhygiëne. Het is niet enkel de bedoeling om ontsmettingsgel in te voeren uit het buitenland, maar ook om er ter plaatse te produceren”, zegt Vanslambrouck nog.

Binnen het project zullen acht mensen aangeworven in Banjul om alle acties in de praktijk om te zetten, maar ook Oostende werft een projectleider aan om het project vanuit Oostende verder te begeleiden.