Meeste meeuwen brengen geen overlast

INBO VOLGT DRIE VOGELS VIA ZENDERS OM GEDRAG IN KAART TE BRENGEN

Meeuwen die broedplaatsen zoeken in de stad veroorzaken al jaren heel wat overlast.
Benny Proot Meeuwen die broedplaatsen zoeken in de stad veroorzaken al jaren heel wat overlast.
Slechts een van de twaalf meeuwen die het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) volgt in de vismijn van Oostende trekt echt de stad in. Dat is een van de resultaten uit het gps-onderzoek dat vorig jaar is gestart. Deze week kregen nog eens drie meeuwen een zender. Het INBO wil hiermee de overlast in de stad beter in kaart brengen.

Uit de eerste resultaten in het kader van het Europese Lifewatch project blijkt dat slechts een van de twaalf meeuwen die in de buurt van de vismijn van Oostende broeden ook echt in de stad trekken. De onderzoekers van het INBO en het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) kunnen daaruit al voorzichtige conclusies trekken. "We kunnen hieruit afleiden dat maar enkele meeuwen in de stad op zoek gaan naar voedsel. De vier meeuwen die vorig jaar al een zender kregen gaan bijvoorbeeld naar de polders, de golfbrekers van Blankenberge of de zee op zoek naar voedsel", zegt onderzoeker Eric Stienen. Het project toont vooral aan dat het overgrote deel van de meeuwen eigenlijk niet voor overlast zorgt. "De meeste meeuwen verblijven al decennia in Zeebrugge of aan de vismijn. Slechts een fractie broedt op de daken in de stad, maar zij zorgen voor een grote perceptie. Ze brengen dan ook een pak overlast met zich mee."

Deze week hebben drie meeuwen een zendertje gekregen.
Kos Deze week hebben drie meeuwen een zendertje gekregen.

Zilvermeeuwen volgen

Om het probleem beter in kaart te brengen werden nu ook drie zilvermeeuwen gevangen aan de Vistrap. "We wilden het zekere voor het onzekere nemen en hebben meeuwen genomen die al in de stad verblijven. We willen in de komende drie jaar kijken waar ze naartoe gaan en hoe ze zich gedragen", zegt Stienen.


Het project leverde al enkele opvallende resultaten op. Vorig jaar bleek nog dat zeven kleine mantelmeeuwen dagelijks van Zeebrugge naar Moeskroen vliegen om chips te eten. "We hebben ondertussen ook gezien dat de mantelmeeuwen zelfs in Marokko opduiken. De zilvermeeuwen blijven in de buurt, maar de kleine mantelmeeuwen uit Zeebrugge trekken meer dan we dachten ook naar Afrika. Elk jaar komen ze terug naar dezelfde m² in Zeebrugge." Ook in Zeebrugge krijgen nog 20 meeuwen een extra zender.


Het INBO voert de onderzoeken uit om aanbevelingen te kunnen formuleren aan de beleidsmakers. "Wat vooral opvalt is dat het weinig zin heeft om de meeuwen in hun totaliteit aan te pakken. Van de 7.000 broedkoppels heeft 95 procent Zeebrugge als uitvalsbasis. We moeten ons focussen op die kleine minderheid die in de stad rondhangt. We zouden de meeuwen kunnen weghalen uit het systeem, zoals nu al gedaan wordt met vossen en everzwijnen die te dicht bij mensen leven. Dat is ook geen duurzame oplossing, maar kan de overlast wel verminderen."