Man die z'n vriend doodstak met steakmes niet naar assisen: correctionele rechter moet oordelen over z'n lot

Het labo was na de feiten urenlang in de weer met het sporenonderzoek.
SDVO Het labo was na de feiten urenlang in de weer met het sporenonderzoek.
De hoofdverdachte van de dodelijke steekpartij in de Jules Peurquaetstraat in Oostende moet niet voor het hof van assisen verschijnen. Dat heeft de raadkamer in Brugge beslist. De feiten werden geherkwalificeerd van moord naar opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg, waardoor Tommy J. (31) binnenkort voor de correctionele rechtbank komt.

Tommy J. bracht in de nacht van 5 op 6 oktober 2018 in zijn appartement zijn vriend Will Deweert (55) om het leven. De vijftiger was net vrijgelaten uit het psychiatrisch centrum Sint-Amandus. Samen met J. zou hij de middag voor zijn dood nog op zoek zijn gegaan naar een appartementje in Oostende. ’s Nachts kregen de twee woorden. Volgens J. zou Deweert hem geduwd hebben, waarop hij een steakmes nam en hem in het hart stak. “Ik wilde hem nooit dood”, verklaarde de dertiger aan de speurders. De man was, net als het slachtoffer, onder invloed en viel na de steekpartij in slaap. Toen hij wakker werd, probeerde Tommy J. het slachtoffer vergeefs te reanimeren. Uiteindelijk belde hij de hulpdiensten.

Het onderzoek naar de dodelijke steekpartij was een jaar na de feiten volledig afgerond, maar het parket vroeg eind vorig jaar alsnog bijkomend onderzoek. Nieuwe elementen bracht dat niet aan het licht. Verrassend genoeg besliste de raadkamer vrijdagmorgen om het dossier niet naar het hof van assisen te sturen, maar wel naar de correctionele rechtbank. Dat kan, omdat de feiten geherkwalificeerd werden van moord naar opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg. Voor die kwalificatie riskeert Tommy J. maximaal 5 jaar gevangenisstraf. De man zit nog steeds in de cel. Zijn proces gaat wellicht binnen een drietal weken al van start.