DEEL 1: 70 jaar Arno, in twee keer 35 weetjes: “Les Yeux De Ma Mère schreef ik toen mijn kleine een suppositoire kreeg van zijn moeder”

Arno Hintjens (68).
Foto RV Arno Hintjens (68).
Arno speelt dinsdag speciaal voor zijn 70ste verjaardag een show in het Kursaal. Het optreden is uitverkocht, maar wie geen kaart heeft, kan hier tal van leuke anekdotes lezen over ‘s lands bekendste rocker. Superfan Guy Vanhollebeke uit Oostrozebeke, alias ‘Apache’, grasduinde drie maanden lang in allerlei magazines, kranten en boeken uit begin jaren 80 tot nu en verzamelde honderden leuke weetjes. Wij brengen u de 70 beste, vandaag de eerste 35, morgen de rest.

Over zijn jonge jaren

1. Op de identiteitskaart van Arno staat te lezen ‘Arnaud Charles Ernest’. De naam Arno kon niet worden ingeschreven in de registers van de stad Oostende.

2. Naar school gaan was geen leuke ervaring voor de jonge zanger. “Toen ik een klein ventje was, wilde ik per se niet zoals de anderen van die ellendige klas zijn. Omdat ik een spraakgebrek had, kreeg ik moeilijkheden om mij uit te drukken. Zoiets heeft mij voor het leven getekend. En ik heb gewonnen.”

3. Arno is geen Beatlesfan. “Als kleine gast imiteerde ik zangers voor de spiegel. Ik deed dat op muziek van Elvis Presley. Nadien op Telstar van The Ventures. Ook op de Rolling Stones, The Small Faces, The Pretty Things... Nooit op een plaat van The Beatles. Ik hou niet van The Beatles.”

4. Arno werkte als kok in de Renomé en in de Imperial in de jaren 70. “Ik werkte niet graag, het moest dus muziek worden.” Hij heeft ook ooit de kabels van de distributie helpen leggen in Brugge. “Het verwondert mij dat dat ooit gemarcheerd heeft”, zegt hij daarover.

Over zijn familie

5. Zijn moeder overleed op 55-jarige leeftijd. “Er zijn perioden in mijn leven geweest dat ik daar ontzettend mee bezig was. Mijn moeder is op haar 55ste gestorven aan kanker en ze heeft nooit een glas gedronken of een stomme Marlboro gerookt. Ik zag haar verschrikkelijk graag. Je moet weten dat ik een fantastische jeugd heb gehad. Natuurlijk heb ik in mijn puberteit moeilijkheden gekend, wie niet ? Maar verdomme, ik heb altijd een thuis gehad. Als er in mijn leven iets negatiefs gebeurde, kon ik daar steeds op terugvallen. En dat is voor een mens als ik een ontzettend geluk.”

6. De Franse cultuur kreeg Arno mee van zijn grootmoeder. “De moeder van mijn moeder was operazangeres. Je zou haar balkon moeten zien. Elle a des roberts comme des bulldozers! Van haar en van mijn moeder, allebei van Franse oorsprong, erfde ik de Franse cultuur met Mistinguette, Juliette Greco, Edith Piaf, Charles Trenet.... Douce France, pays de mon enfance, lalala.”

7. Vader Maurice wou graag dat zijn zoon een diploma zou halen. “Ik heb hem altijd gezegd dat hij mocht worden wat hij wilde, maar dat hij eerst een diploma moest hebben. Maar hij was al van kleins af aan bezig met muziek.” Arno studeerde uiteindelijk af als kok aan de Oostendse hotelschool.

Over de start van zijn carrière

8. In de piste van het Maria Hendrika park gaf Arno zijn eerste concert. Er waren toen vaker optredens in de piste.

9. In 1972 speelde Arno bij zijn eerste groep Freckleface mondharmonica. Op een dag schudde hij een tekst uit zijn mouw en toonde hij aan de zanger van de band hoe hij die moest brengen op het podium. De anderen merkten meteen dat Arno zelf best wel geschikt is als frontman.

10. In 1973 hield Freckleface op te bestaan. Om zijn zangstem te bevorderen at Arno veel prei, men had hem gezegd dat zijn stem daardoor lager zou klinken.

11. Arno bracht de eerste maanden van 1973 door in café Windsor in Blankenberge, Paul Couter was er de uitbater en samen repeteerden ze om als Tjens Couter de baan op te trekken. De Tjens komt van Hintjens, de Couter van de familienaam van Paul.

12. Het duo speelde vooral rhythm and blues-nummers. Hun eerste concert speelden ze op 11 augustus 1973 op het Kick-festival in de velodroom van Oostende.

13. In april 1974 won Tjens Couter de eerste prijs op het YMCA-festival. In juli 1974 schreef de vriendin van Arno Sonja Dufour de band in voor een show in de tempel van de Franse rock, de Golf Drouot. Het was een plaatselijke rockrally. “De andere groepen stonden daar met dure nieuwe snufjes. Wij met onze versleten gitaar en mondharmonica. Zij dachten dat wij Engelsen waren en wij wonnen dat spel. Ik met mijn raar Frans accent en Paul met zijn sigaret en zijn air van ik ga me hier niet forceren”, zei Arno daarover.

14. T.C. Matic ontstond na een optreden van de Kreuners in 1980. In de backstage raakte Arno met Jean-Marie Aerts aan de praat en Aerts bleek de gitarist die hij nodig had. Exit Paul Couter. In alle vriendschap. Paul had zelf al zijn conclusies getrokken en wist dat hij geen rol van betekenis zou kunnen spelen bij T.C. Matic.

15. T.C. komt van Tjens Couter. Voor de term ‘Matic’ gaf Arno meerdere verklaringen. In sommige interviews beweerde hij dat die naam komt vanop zijn frigo. In andere artikels zei hij dat de naam afkomstig is van Dusan Matic, een Servische dichter.

16. In het begin bij Tjens Couter schreef Arno niet alleen songs maar ook gedichten à la Van Ostaijen. “Echt domme dingen, dan zei ik ‘een worstje, een broodje, een hotdogtje’ Of : Tut tuut...een treintje... Ik improviseerde veel. De mensen lachten en dat was mijn bedoeling. Ik wilde niet alleen muziek brengen, maar een hele avond vullen en dat was moeilijk met alleen een gitaar een mondharmonica en een handvol nummers. Daarom verzon ik elke avond andere troep.”

17. “Het heeft tot mijn dertigste geduurd vooraleer ik kon leven van mijn muziek. Op dat moment had ik al zes platen gemaakt.”

18. Al 36 jaar is Arno wanneer hij T.C. Matic begraaft en kiest voor een solocarrière. De smoes dat T.C. Matic ten onder ging door een gebrek aan internationale erkenning, was niet lang geloofwaardig. Het feit dat iedereen binnen de groep mee besliste over de perfecte vorm van een nummer, kwam gewoon zijn strot uit. Door T.C. Matic te begraven, nam hij de touwtjes weer alleen in handen.

19. In navolging van zijn Engelse voorbeelden wou Arno met Serge Feys een synthesizerduo opstarten. Ze repeteerden samen en daar bestaan zelfs nog cassettes van, maar het is nooit echt iets geworden.

20. Arno zong de Vlaamse soundtrack van Toy Story in. “Disney vroeg mij om de soundtrack te doen. Ik vroeg hen, is dat niet bangelijk voor die kinderen ? Ik wil geen verantwoordelijkheid dragen voor de generatie kinderen die mijn stem op die film hoort. Trouwens ik heb toch ook een reputatie die misschien niet echt bij Disney past. En toch wilden ze mij.”

21. Arno kreeg al heel wat onderscheidingen. In 2001 riep Frankrijk Arno uit tot ‘chevalier des arts et des lettres’ samen met de gebroeders d’Ardenne. Eerst dacht Arno dat het om een wansmakelijke grap ging. Toen hij de officiële documenten had ontvangen, besefte hij dat hij in een exclusief lijstje was terechtgekomen naast grootheden zoals David Bowie, Bob Dylan en Iggy Pop.

22. Arno richtte Charles And The White Trash European Blues Connection op toen hij het beu was om te touren met een grote groep. “Even later voelde ik het weer kriebelen. Maar ik wilde niet weer met het Arno-circus de baan op. Dat zijn achttien man. Ik wilde met drie jonge gasten spelen. Studiotijd kost allemaal te veel geld. In drie uur tijd was de plaat gemaakt. Opgenomen op DAT in het repetitielokaal zonder mixen. Het mocht niet afgeborsteld klinken.”

Over muziek

23. Arno over touren “Of zestig concerten doen vermoeiend is ? Nee, dan rust ik meer dan thuis. In de tourbus word ik ertoe gedwongen. Touren is reizen, slapen, eten, spelen, en opnieuw. De gebraden kiekens vliegen je in de mond, je moet zelfs je bed niet opmaken, dat doet iemand anders voor je. Als ik alleen thuis zit, dan ga ik op café, dat is pas vermoeiend.”

24. “Ik ben nooit content over de vorige plaat die ik maakte. De dag dat ik de plaat van mijn leven maak, stop ik.”

25. De zanger heeft een bijzondere manier om zijn songs te schrijven. “Vroeger schreef ik alles op papiertjes en viste ik die op wanneer ik een song schreef. Maar dat systeem zit natuurlijk vol gaten. Je verliest je papiertjes of je zoekt op de verkeerde plaatsen. Als ik nu een goeie inval krijg, bel ik vanuit Parijs naar mijn antwoordapparaat in Brussel. Als ik dan nog eens hier ben, haal ik mijn bandje uit de recorder en steek er een nieuw in.”

26. Hits maken interesseert de zanger niet. “Ik ken mensen die drie jaar na elkaar een hit hebben gehad en die het vierde jaar gewoon weer taxichauffeur zijn.”

27. De bijna 70’er wilde nooit een carrière in de VS. “Ik heb nooit overwogen om naar de VS te verhuizen om mijn carrière een extra duwtje te geven. Om daar een superster of eerder een flopster te worden, zeker. Als ik de oceaan zou oversteken, dan is het om er een frietkot te openen.”

28. Hij houdt niet van playbacken. “Het nummer ‘Dancing inside my head’ gaat over gasten die op de televisie playbacken. Ik doe dat niet graag. Maar ik vraag mij wel af wat er in die gasten hun hoofd omgaat op het moment dat ze playbacken, want dat is fake hé. Soms moet ik het doen, maar dan wil ik echt zingen.”

29. Arno heeft nooit muziek gemaakt om geld te verdienen. “Anders zou ik playbacken of mijn haar afknippen zodat ze mijn ogen kunnen zien op televisie, want daar zeuren ze soms over. Ik heb geen dromen die met geld te verwezenlijken zijn, I’m the king of my ship and the sea is my kingdom.”

30. Muziek maak je volgens Arno niet alleen met instrumenten, maar ook met je ziel. “Noem het soul of blues, je hebt daar de vreemdste snuiters in: Captain Beefhaert, Ry Cooder. AC/DC speelt toch ook blues ? Zelfs Zappa is blues.”

31. Met de bluesband Charles et les Lulus maakte Arno één album. Daarvoor werden alle nummers in één keer op band gezet. “Alles klonk goed van bij de eerste keer. We hadden acht dagen gerepeteerd in Brussel in Sint-Gilles. Daar zitten ongelooflijk veel rassen bijeen. Toen we beslisten om de plaat op te nemen ,waren alle studio’s bezet. Uiteindelijk kwamen we in Molenbeek terecht, waar ook allerlei rassen rondlopen. Die sfeer kan je duidelijk horen op de plaat. Al mijn nummers heb ik ter plaatse geschreven, met de groep.”

32. Over Les Yeux De Ma Mère. “Mijn kleine van zes jaar werd ziek. Ik vroeg hem of ik een suppositoire moest geven. Ik had dat nog nooit gedaan. Hij wilde dat zijn moeder dat deed. Ik zei, elle est la reine du suppositoire, vandaar dat nummer.”

33. Je Ne Veux Pas Etre Grand werd dan weer geschreven toen hij de eerste keer met zijn zoon naar de school ging. “Ik kwam binnen en de reuk bracht mij weer naar mijn schooltijd, ik kreeg er depressies van. Ik haatte de school. Ik was bang dat ze het instinct, de persoonlijkheid van mijn zoon zouden afpakken. Ik ben naar huis gegaan en heb dat liedje geschreven.”

34. Arno heeft bijna een jaar aan het album Charlatan gewerkt. “Samen met Jean-Marie hebben we 25 demo’s gemaakt in zijn studio. Tijdens die maanden van intensieve arbeid heb ik vrij afgezonderd geleefd: af en toe een cinema’ke, een interessant concert, enkele mamselletjes...

35. “Braaf zijn hé” Dat is de favoriete quote van Arno als hij van iemand afscheid neemt. Over zichzelf zegt hij. “Ik ben een duiveltje, maar wel een positieve duivel. Want zonder duivels zouden er geen engeltjes bestaan.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.