Centrumleiders ontmoetingscentra gaan op stoepbezoek: “Blij dat we niet vergeten worden”

Debbie Degrieck en schepen Maxim Donck gaan op bezoek bij Marc en Maria.
Benny Proot Debbie Degrieck en schepen Maxim Donck gaan op bezoek bij Marc en Maria.
De centrumleiders van de Oostendse Ontmoetingscentra trekken sinds vrijdag naar vaste bezoekers om te luisteren hoe het met hen gaat. Dat gebeurt vanop een veilige afstand aan de deur. “Het voordeel van de ontmoetingscentra is dat dit een hechte gemeenschap is en dat we de mensen kennen en dus ook weten wie wel een gesprek kan gebruiken”, zegt schepen Maxim Donck (N-VA).

Maria Sarrazyn en Marc Luyens wonen om de hoek van ontmoetingscentrum ’t Viooltje in Mariakerke. Maandag kwam centrumleider Debbie Degrieck even langs om te luisteren hoe ze het stellen. Het is druk, zo vertelt Maria op de stoep voor de deur. Iedereen draagt een mondmasker en blijft op een veilige afstand. “We zijn volop aan het verhuizen en omdat Marc een risicopatiënt is kunnen we geen extra hulp inroepen. De zorg is soms zwaar, maar we redden ons wel”, vertelt Maria. Het gesprek gaat soms over koetjes en kalfjes, maar Debbie polst ook of het lukt om maaltijden klaar te maken en of ze geen hulp nodig hebben van de boodschappendienst. Marc en Maria appreciëren het gebaar. “We worden niet vergeten. Dat is leuk om te weten. Ik ga al 7 jaar naar ’t Viooltje. Het is wel een geruststelling dat ze eens langskomen.” Marc mist het ontmoetingscentrum wel. “Ik mis vooral mijn koffie ’s morgens en het sociaal contact en de gezelligheid.”

Heropstart

Wanneer ze weer zullen langskomen is nog niet duidelijk. Nu de heropstart een tweede fase is ingegaan, beginnen ook steeds meer bezoekers van de centra te dromen van de heropening. “We krijgen hier dagelijks zeker 12 vragen over, maar momenteel is het nog koffiedik kijken. We zullen sowieso niet opnieuw de deuren openen voor de horeca”, zegt schepen Maxim Donck. 

Ik mis vooral mijn koffie ’s morgens en het sociaal contact en de gezelligheid.

Marc Luyens

Hoewel centrumleider Debbie, net als haar collega’s, wel al voorzichtig nadenkt over hoe ze het zouden kunnen organiseren, nu concentreren ze zich eerst op de stoepbezoeken. Elke centrumleider bezoekt dagelijks 5 mensen. “We gaan langs bij mensen die alleen zijn of geen familie hebben, maar ook bij vaste bezoekers. We hebben de afgelopen weken ook al veel mensen gebeld, maar een gesprek in levende lijve is toch nog anders. We vragen hoe het met hen gaat en geven mee dat ze altijd kunnen bellen als er iets is. Bij sommige mensen duurt zo’n gesprek maar 5 minuten, bij andere 20 minuten”, vertelt Debbie.

Hechte gemeenschap

De noodzaak van de gesprekken werd in de voorbije weken vaak duidelijk. “Er worden wel eens traantjes gelaten. De mensen missen het contact van samen eten en het doel om ergens naartoe te gaan. Soms zijn mensen ook heel erg bang om buiten te komen omdat ze niet besmet willen worden. Je merkt toch dat 20 à 30 procent van de mensen eenzaam zijn en weinig hulp krijgen. Ze komen net bij ons eten omdat ze dan niet alleen zijn. Sommige onder hen zijn vanuit het binnenland naar hier verhuisd zijn, maar hun familie woont daar nog. Het voordeel is wel dat we hier een hechte gemeenschap vormen en dat ze ook elkaar eens opbellen.”

Oostende breidt het aanbod nu uit. “Nu we met de Sociale Noodlijn minder oproepen krijgen met vragen, komt er tijd vrij om eens alle 80-plussers op te bellen. Dat zijn er 4.800 in totaal. Op die manier bereiken we ook mensen die niet gekend zijn bij onze diensten. Als dat vlot verloopt kunnen we eventueel nog uitbreiden naar de 70-plussers”, licht schepen Maxim Donck toe.