Peuter in bad van 60°C, stiefmoeder vrijgesproken

GEBREK AAN BEWIJZEN SPELEN IN DE KAART VAN BEKLAAGDE

De 28-jarige vrouw uit Nieuwerkerken die haar stiefzoon van 3,5 jaar in een bad van 60 graden zette, is door de rechtbank van Hasselt vrijgesproken. De jongen liep zware brandwonden op toen zijn stiefmoeder hem op 20 juni 2014 eventjes uit het oog verloor. "Er is zeker sprake van onvoorzichtigheid, maar ik kan niet met zekerheid zeggen dat de vrouw het met opzet deed", zei de procureur al tijdens het proces.

Wat zich die zomerse dag precies afspeelde, blijft onduidelijk. Volgens de vrouw was het een gruwelijk ongeluk. "Ik heb de jongen in het lauwe water gezet, gaf hem een eendje om mee te spelen en ging zelf even naar een andere kamer om kleren te halen. Ik hoorde opnieuw water uit de kraan stromen en ik riep naar hem dat hij er niet te veel bij moest doen. Ik ging ervan uit dat hij de blauwe kraan gebruikte... Niet veel later hoorde ik hem plots hard huilen. De huid van de jongen was heel rood en het water was gloeiend heet. Ik stopte hem meteen in koud water om hem af te koelen, wikkelde hem later in een handdoek en de huisarts stuurde ons door naar het ziekenhuis van Sint-Truiden. Daar werd beslist om hem naar het UZ Leuven te brengen", vertelde ze.


De advocaat van de verdediging vroeg de vrijspraak voor zijn cliënte. "Als ze het kind bewust pijn zou hebben gedaan, zou de jongen bang zijn voor haar. Dat is niet het geval. Ook na de breuk tussen mijn cliënte en de vader van het kind, mist hij haar nog steeds", stelde hij toen. De vrouw hield vol dat ze haar stiefkind even graag zag als haar eigen kinderen.

Geen kwaad opzet

De natuurlijke moeder van de jongen stelde zich burgerlijke partij en door haar werd de versie van de beklaagde niet aangenomen. Zij wilde een deskundige laten bepalen welke schade de jongen, die een tijdje in kunstmatige coma werd gehouden, had opgelopen.


De correctionele rechtbank oordeelt nu dat er geen kwaad opzet in het spel was en dat er ook geen bewijzen zijn dat de stiefmoeder onvoorzichtig was.


De verklaringen van de beklaagde en de vaststellingen van de agenten meteen na de feiten, bleken ook overeen te komen. Daarom wordt de vrouw vrijgesproken. "Het zal zo al zwaar genoeg zijn om te leven met de feiten", stelde de procureur al tijdens de behandeling. "Hoe dan ook is het niet te begrijpen dat een kind van drie alleen wordt achtergelaten in een bad."