Sp.a-Groen dient klacht in tegen gemeentelijke belastingverhoging: “We moeten aan noodrem trekken”

De fractie van sp.a-Groen, met fractieleider Chris Ceuppens in het midden, protesteert tegen de verhoging van de opcentiemen.
Ben Conaerts De fractie van sp.a-Groen, met fractieleider Chris Ceuppens in het midden, protesteert tegen de verhoging van de opcentiemen.
Oppositiepartij sp.a-Groen heeft een klacht ingediend bij het Agentschap Binnenlands Bestuur tegen het meerjarenplan en de verhoging van de opcentiemen. “We hebben geen andere keuze dan aan de noodrem te trekken”, zegt fractieleider Chris Ceuppens (sp.a-Groen). De gouverneur heeft intussen een onderzoek geopend.

Het meerjarenplan 2020-2025 blijft in Niel voor beroering zorgen. Vooral de verhoging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing naar 1.550, het hoogst in Vlaanderen, stuit velen tegen de borst. Oppositiepartij sp.a-Groen zag geen andere mogelijkheid dan bij het Agentschap Binnenlands Bestuur een klacht in te dienen. “We hebben de afgelopen maanden meermaals vergeefse pogingen ondernomen om de plannen van Open Vld en N-VA bij te sturen”, zegt fractieleider Chris Ceuppens. “De ongeziene verhoging van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing was voor ons de druppel die de emmer deed overlopen. Met deze verhoging van 60 procent kroont Niel zich meteen tot de allerduurste van de 300 Vlaamse gemeenten wat de ‘grondlasten’ betreft. We hebben daarom beslist om aan de noodrem te trekken en bij het Agentschap Binnenlands Bestuur een klacht in te dienen.”

Financiële putten

De klacht richt zich naast de verhoging van de opcentiemen in het bijzonder ook tegen het meerjarenplan 2020-2025 in zijn algemeenheid. “Open Vld en N-VA weigeren de tering naar de nering te zetten en prioriteiten te stellen”, vervolgt Ceuppens. “We weten dat zij, na onze gemeenteschool en de Parkwijk, de komende jaren nog meer gemeentelijke gebouwen en gronden gaan verkopen om de financiële putten te dempen. Bovenop deze maatregelen stijgt de gemeenteschuld tegen 2025 nog eens met 10 miljoen euro tot 30 miljoen euro. Wij vrezen dat de volgende bestuursploeg opgezadeld zal zitten met torenhoge rekeningen. Daarom vragen wij aan de gouverneur om eens na te gaan of het bestuur op einde van de rit alles wel zal kunnen betalen. Intussen hebben wij van de gouverneur de melding gekregen dat zij op basis van de klacht een onderzoek heeft geopend.”

Eerder ook in Edegem

Zo’n klacht zou ertoe kunnen leiden dat een aantal beslissingen van het gemeentebestuur worden vernietigd en vervolgens bijgestuurd zouden moeten worden. Nieuw zou dat zeker niet zijn. Recent besliste de provinciegouverneur bijvoorbeeld nog om het meerjarenplan van de gemeente Edegem te vernietigen. Al gebeurde dat volgens de gouverneur niet zozeer omwille van de inhoud van het meerjarenplan als wel omdat de raadsleden gebrekkig zouden zijn geïnformeerd. Of het ook in Niel zo’n vaart zal lopen, zal waarschijnlijk pas over een tweetal maand duidelijk worden. “Het gaat ons in de eerste plaats om het verdedigen van de belangen van onze inwoners”, benadrukt Ceuppens. “Zelfs als de verhoging van de opcentiemen niet zou worden geschrapt, dan zijn er nog andere bijsturingen mogelijk. Een goed bestuur zou normaal niet in de problemen mogen komen. We zullen zien.”

“60 procent minder inkomsten”

Het gemeentebestuur wijst er in een schriftelijke reactie op dat aan de verhoging van de opcentiemen een grondige en objectieve analyse is voorafgegaan. “Het aantal woningen in Niel is de voorbije tien jaar aanzienlijk toegenomen, terwijl de inkomsten uit onroerende voorheffing al gedurende enkele jaren stagneren. Een studie van Belfius over de financiën van de lokale besturen in Vlaanderen toont aan dat Niel met eenzelfde aanslagvoet gemiddeld 60 procent minder inkomsten ontvangt dan vergelijkbare gemeenten. Dezelfde studie toont aan dat 100 opcentiemen in Niel overeenkomt met 23 euro, tegenover gemiddeld 40 euro over het geheel van het Vlaams gewest. Op een Vlaams gemiddelde van ongeveer 1000 opcentiemen maakt dat Niel 170 euro per inwoner minder krijgt dan de gemiddelde Vlaams gemeente. De verklaring hiervoor is dat er sprake is van een achterstand in de registratie van nieuwe bouwvergunningen en de daarmee gepaard gaande bepaling of herziening van het kadastraal inkomen. We hopen dat er nu snel duidelijkheid komt van de toezichthoudende overheid, zodat we weten wie er gelijk heeft in deze discussie.”