'Schrik van de straat' vrijgesproken voor belaging buren

De 70-jarige François B. uit Nazareth is vrijgesproken voor de belaging van zijn buren. Het parket had nochtans acht maanden cel gevraagd voor 'de schrik van de straat'. Hij zou een buurvrouw 'verrimpeld wijf, uw wezen is al zo lelijk als de straat, dikke troela' toegeroepen hebben.

Volgens het parket maakte François B. zich jarenlang schuldig aan de belaging van zijn buren in de Ten Edestraat. De procureur noemde hem zelfs 'de schrik van de straat'. De verwensingen die B. naar het hoofd van zijn buren zou geslingerd hebben, waren dan ook niet min. "Kreupele, lelijkaard, ge zijt gelijk een bonobo, leer spreken en doe die vod uit uw mond, schooier, profiteur", zou B. geroepen hebben naar zijn buurman. Ook een buurvrouw zou voor het vuil van de straat uitgescholden zijn. "Verrimpeld wijf, uw wezen is al zo lelijk als de straat, dikke troela", waren volgens de dagvaarding de woorden die B. gebruikte. De advocaat van de buren vroeg 1.000 euro schadevergoeding. "Meneer B. terroriseert die hele straat. Mijn cliënten hebben uiteindelijk klacht ingediend omdat het de spuigaten uitliep. Ze zijn bang om buiten te komen, het is daar niet meer leuk om te wonen en ze willen dan ook dat het stopt. Zij willen ook eens in hun voortuin kunnen zitten zonder lastiggevallen te worden door B.", pleitte advocate Lindsey Parmentier.

Hartpatiënt

"Of je nu wil of niet, je moet overeenkomen met je buren", vond ook de procureur. "Het is heel triestig wat al jaren in die straat aan de gang is, maar nu moet het gedaan zijn", motiveerde hij zijn eis van acht maanden celstraf en 600 euro boete voor François B. De zeventiger was zich echter van geen kwaad bewust. "Ik woon daar al 27 jaar en al even lang belagen zij mij", verdedigde hij zichzelf. "Ik heb die woorden nooit gebruikt. En de schrik van de straat ben ik zeker niet, want ik ben hartpatiënt. Ik mag mij niet opwinden", klonk het. Omdat iedereen elkaar tegenspreekt, liet rechter Anthony Van Mol alle betrokkenen opnieuw verhoren. Dat leverde geen objectief bewijs op om B. te veroordelen. Voor de rechter zat er dan ook niets anders op dan B. vrij te spreken. "Het valt niet uit te maken wat er precies gebeurd is. Dat B. zich op een weinig stichtende manier heeft uitgelaten over zijn buren, kan niet meteen als belaging beschouwd worden", motiveerde hij. (LKI)