“Stond de VRT in Meulebeke, ik was nooit weggegaan”

Het hart van Evy Gruyaert klopt nog steeds voor West-Vlaanderen

Evy Gruyaert siert de eerste cover van In De Buurt Magazine, vanaf dinsdag 30 april gratis bij uw krant.
Tim De Backer Evy Gruyaert siert de eerste cover van In De Buurt Magazine, vanaf dinsdag 30 april gratis bij uw krant.
In de West-Vlaamse editie van In de buurt Magazine, dat je op dinsdag 30 april GRATIS bij Het Laatste Nieuws krijgt, siert Evy Gruyaert de cover. Ze woont al jaren niet meer waar ze opgroeide, maar vanuit haar huidige woonplaats staat Vier-presentatrice Evy Gruyaert (39) in een half uur in Meulebeke. 

Evy in ’t kort

- Geboren in Meulebeke in 1979 

- Bekend als gezicht van het sportinitiatief “Start to run”, net als van “Start to bike”, “Start to fitness”, “Start to golf”, “Start to swim” en nog enkele andere programma’s

- Presentatrice bij VIER, waar ze “Stukken van Mensen” presenteert

- Getrouwd met Frederik en mama van Alec (6) en Helena (2)

- Opende net een fitnesscenter in Deinze: E-Fitcenter

- Volg Evy op Instagram @evy_gruyaert

Het eerste exemplaar van In de Buurt Magazine, West-Vlaanderen, zit dinsdag bij de krant.
RV Het eerste exemplaar van In de Buurt Magazine, West-Vlaanderen, zit dinsdag bij de krant.

Evy, jij bent opgegroeid in Meulebeke, een gemeente met elfduizend inwoners in de buurt van Tielt. Wat voor jeugd heb je daar beleefd?

Evy: “Zowat de zaligste jeugd die je je kunt inbeelden. We woonden aan de rand van de gemeente, wat op de buiten. Ik herinner me zalige zomers waarin we met de fiets naar het snoepwinkeltje reden om voor vijf frank spekken te kopen. Of de zoektochten naar kattennestjes op de hooizolder van de boer. Ik ben altijd een beetje een tomboy geweest, en Meulebeke was ideaal om te ravotten en buiten te spelen.

Mijn ouders zijn een paar jaar conciërge geweest van het kasteel Ter Borght, waar ook de keuken van de sportschool van Meulebeke gevestigd was. Daardoor heb ik tot mijn zesde in een kasteel gewoond, wie kan dat zeggen? (lacht) Het was er superplezant, als klein meisje zaten mijn broer en ik vaak te eten aan een uitklaptafeltje in de keuken tussen de studenten. Ik herinner me ook hoe een van hen me leerde spelen op een piano die in de traphal stond. Heel dat kasteeldomein was in die tijd mijn speelterrein, in de winter vroor de vijver dicht zodat je erop kon schaatsen. Ik heb daar de tijd van mijn leven gehad. Als ik naar Meulebeke kom, rij ik altijd nog een extra rondje om te gaan kijken hoe het kasteel er bijligt. Pure nostalgie.”

Je maakte ook deel uit van de turnclub van Meulebeke.

Evy: “Ja, van Rap & Knap! Daar heb ik enorm voor moeten zagen bij mijn ouders, die niet wilden dat ik er met de fiets naartoe reed op vrijdagavond. Te gevaarlijk! Maar de aanhouder wint, en ik heb later zelfs nog les gegeven aan de kleintjes.”

Tim De Backer

Was je iemand die na haar middelbare studies niet kon wachten om op kot te gaan en de wereld te zien?

Evy: “Integendeel. Ik zeg altijd dat ik een verlate puberteit heb gehad, die pas echt gestart is nadat ik ben beginnen werken. Daarvoor was ik een erg braaf meisje, dat nooit heeft gepuberd of uit het raam van haar kamer klom om te kunnen uitgaan. Ik hield wel van dansen, maar ik vond het toen een beetje stom om mijn ouders geld te laten uitgeven om een kot te betalen. Dus studeerde ik dichtbij, en ging ik elke dag over en weer naar Kortrijk. Als ik opnieuw zou beginnen zou ik het op dat vlak waarschijnlijk anders aanpakken. Ik wil mijn eigen kinderen ook stimuleren om meer van de wereld te zien, en bijvoorbeeld op Erasmus te gaan. Maar zelf zag ik er toen het nut niet van in.”

Je wereld beperkte zich in die periode dus vooral tot West-Vlaanderen?

Evy: “Dat is zo, op zondag waren er twee opties: gaan wandelen in Brugge, of gaan wandelen in Oostende. (lacht) Ik deed ook elke zomer vakantiejob in de velden: prei planten en trekken, of “pret”, zoals ze dat bij ons noemen. Ik vond dat ook echt dolle pret. (lacht) Met klei naar elkaars hoofd gooien, boterhammen eten op het veld in de vlammende hitte of de regen. Crossen door de maïs. Toen ik deelnam aan de wedstrijd om een deeltijds contract te winnen bij Radio Donna was ik hoop en al twee keer in Brussel geweest, en had ik er niet meer van gezien dan de toeristische trekpleisters. Brussel was voor ons toen een beetje een andere wereld, waarvan werd vermoed dat mensen er aan de drugs zaten. (lacht) Op dat vlak zijn de schellen van mijn ogen gevallen toen ik er echt ging werken.”

Hoe wordt een meisje dat amper van onder de kerktoren weg was geweest plots een BV?

Evy: “Het rare is dat dat bekend worden me eigenlijk helemaal niet zo interesseerde. Ik werkte toen als vertaler van handleidingen voor legermateriaal en dergelijke. Zo’n job waarvan je je snel gaat afvragen of dat is wat je de rest van je leven wilt doen. De sfeer op het bureau was ook niet denderend, en toen hoorde ik een spotje op de radio terwijl ik naar huis reed in mijn Opel Corsa voor die wedstrijd van Radio Donna. Ik heb zonder veel nadenken een brief geschreven, en werd uiteindelijk gekozen uit zeshonderd deelnemers. Een van de opdrachten was een halfuur radio maken. Ik had nog nooit een radiostudio vanbinnen gezien, had nog geen minuut dictie gevolgd, en kreeg daar drie gazetten toegegooid om eraan te beginnen. (lacht) Met wat gezond boerenverstand kan een mens blijkbaar toch ergens komen.”

Je kreeg geen klachten over je West-Vlaams accent?

Evy: “Er moet ergens een knop in mijn hoofd zitten waarmee ik kan omschakelen. Ik ben in het begin wel eens naar een logopediste geweest, maar volgens haar was er op zich niet zo heel veel om aan te schaven.”

Je had op dat moment wel al wat ervaring met missverkiezingen, las ik.

Evy: “Haha, ja, dat klopt. Dat lijkt alsof er toch een plan achterzat om beroemd te worden, maar dat was meer omdat mijn vader had gelezen in de krant dat je een microgolf en een wasmachine kon winnen door mee te doen. (lacht) “En een reize!”, ik hoor het hem nog zeggen.

Ik kwam op die verkiezing binnengewaaid op sportschoenen met een boa die mijn moeder ergens had weten te bemachtigen, terwijl de andere kandidates kledingrekken vol meebrachten. Ik weet nog dat ik mijn studieboeken ook maar meehad, want ik wilde tussenin wat studeren. Toen ik Miss Mannequin won maakten we onze eerste vliegreis met het hele gezin naar Tunesië, de reis was binnen. Ik was toen een jaar of zeventien, denk ik. Ik heb toen zelfs een voorstel gekregen om modeshows te gaan lopen in Parijs, maar dat was echt mijn wereld niet. Veel te hard voor mijn teer hartje.”

Tim De Backer

En toch moest dat teer hartje plots elke dag naar de studio’s van de VRT.

Evy: “Inderdaad. Mijn moeder kreeg het telefoontje dat ik gewonnen had, en ze heeft een hele dag gewacht om het te vertellen. Het ging van ‘Je gaat dat toch niet doen?’ naar ‘Hoe ga jij daar geraken?” over “En wat moet je daar dan doen? Vergaderen, dat is toch niet werken?’. Ze maakten zich best zorgen.

De job was ook helemaal anders dan de opties die ik op school voorgeschoteld kreeg: ofwel deed je talen, ofwel wiskunde. Meer leek er niet te zijn. Toen ik de eerste keer op de redactie van Radio Donna kwam had ik geen idee dat dat soort jobs ook een optie waren, laat staan dat ze voor mij zouden weggelegd zijn. Ik werkte voor “Vrouwentongen”, het programma van Leen Demaré. Ik ging van naïef meisje naar iemand die snel moest leren om zelfstandig te zijn en verantwoordelijkheid te nemen. Toen zijn de rolluiken op de wereld serieus opengegaan bij mij.”

In een interview in 2004 zei je dat het je grootste droom was om toch in Meulebeke te blijven wonen.

Evy: “Ach, is het echt? Die droom is niet uitgekomen, omdat het simpelweg niet haalbaar was om de twee te combineren. In het begin ging ik nog met de trein, dat was een halve wereldreis met heel veel overstappen. Later zat ik elke dag uren in de auto, iets waar niemand beter van werd.

Ik heb dat een jaar of vijf volgehouden, tot ik niet anders kon dan toegeven dat er geen andere optie was dan verhuizen. Mijn ouders waren daar niet zo blij mee, maar hebben wel geholpen met het zoeken naar een appartement in de regio van Brussel. Op dat moment was mijn werk mijn leven, ik was meer op de VRT dan op dat appartement. Had ik een namiddag vrij, dan sprong ik regelmatig in de auto om terug te keren. Er is geen enkele plek waar mijn hart zo ligt en die ik zo goed ken als Meulebeke. Ik ken er elk weggetje, elk huis, ik weet bij welke bakker ik moet zijn en wat hun specialiteit is. Er zijn momenten dat ik het nog steeds jammer vind dat ik er niet meer woon, ik rij heel graag door Meulebeke met de auto omdat alles zo vertrouwd voelt. Mocht de VRT in Meulebeke gestaan hebben, dan was ik gebleven.”

Hoe was het om plots een BV te zijn in Meulebeke?

Evy: “Dat was toen raar, en om eerlijk te zijn vind ik dat nog altijd raar. Er werd natuurlijk over gepraat, en ik werd en word er ook vaak over aangesproken. Als ik bij de beenhouwer of in de GB stond, wilde ik op die momenten vaak liefst onder de grond kruipen, want het is eigenlijk een job zoals een ander. Mensen vragen me heel vaak naar andere BV’s: “Hoe is die in het echt? Niet tof zeker?”. (lacht) Vaak denken mensen dat mijn leven bulkt van de glitter en glamour, of dat mijn bestaan wel losbandig moet zijn, maar uiteindelijk is het niet veel zotter dan toen ik nog op een bureau werkte in de buurt.

Daar hadden mensen ook affaires, alleen kwamen die niet in de boekjes. Mijn ouders hebben me in het begin op het hart gedrukt dat ik met beide voetjes op de grond moest blijven, maar volgens mij heeft dat gevaar zelfs nooit bestaan. Ik ben behoorlijk nuchter, op dat vlak.”

Ondertussen woon je een paar jaar in Deinze. Meulebeke is niet ongelooflijk ver, heb je nooit overwogen om terug te keren?

Evy: “Jawel, die optie hebben we zeker bekeken. We wilden een grotere tuin voor de kindjes, en liefst ook in een groene omgeving. Veel van ons werk speelt zich af in Antwerpen en Brussel, en om de work-lifebalans goed te krijgen wilden we graag wat dichter bij de autosnelweg zitten. Dat was de voornaamste reden om toch niet terug te keren naar waar ik vandaan kom. Deinze voelde van in het begin goed, en dat doet het nog steeds. Hier wonen gelukkig ook best wat West-Vlamingen.”

Hoe West-Vlaams voel jij je nog?

Evy: (overtuigd) “Geweldig West-Vlaams. Als ik kwaad ben, dan is het in het West-Vlaams te doen. Ik heb ook al aan heel veel mensen onze vervoeging van “jaak” en “nink” proberen uit te leggen. Vaak snappen ze er niks van, maar ik blijf het tof vinden. Net als het feit dat mijn lief er nog steeds niks van snapt als ik “jakkendoet” of “jakkendoeniet” zeg.

Soms vind ik het jammer dat mijn kinderen in een tussentaal worden opgevoed, al kan Helena wel heel aandoenlijk “bukeputje” zeggen tegen haar navel. (lacht)

Ik hou nog altijd enorm van ons dialect, en ik betrap mezelf ook regelmatig op typisch West-Vlaamse eigenschappen. Voortdoen en niet zagen. Hard werken en zorgen dat ze content zijn. Niet plooien en niet bleiten. Bij ons thuis werd niet veel gepraat over de grote gevoelens, zoals in veel West-Vlaamse gezinnen, maar dankzij mijn man Frederik heb ik dat wel wat geleerd. Hij is een stuk opener en socialer dan ik. Ik probeer er op te letten om dat ook te zijn, zeker wat de kinderen betreft.”

Jouw verhaal was altijd dat van het meisje van naast de deur dat het schopte tot BV. Hoe kijk je daar nu op terug?

Evy: “Toen stond ik daar niet bij stil. Ondertussen hoop ik dat ik bewezen heb dat je niet uit een grote stad moet komen om te bereiken wat je wilt bereiken. Als je ergens goesting in hebt, en er zit ergens een zaadje in je, en je bent bereid om hard te werken, dan is er heel veel mogelijk. Of je nu uit Meulebeke komt of niet, in mijn ogen maakt het echt niet zoveel uit”.

Een sfeerbeeldje van de Berenfeesten in Meulebeke.
Joke Couvreur Een sfeerbeeldje van de Berenfeesten in Meulebeke.

FAVORIETEN:

Plek in Meulebeke? “De sportterreinen rond kasteel Ter Borght. Omdat ik er heel vaak heb gelopen door de bossen en langs de paadjes van het sportcomplex. Omdat ik er in de zomer ging zwemmen en atletiekkampen deed.”

West-Vlaamse uitdrukking? “Als iemand wat binnensmonds praatte, dan zei mijn grootmoeder vaak ‘Doedeki die slunse ut je mule’. (lacht) Heerlijk direct.”

Streekgerecht? “Totjespap, zonder twijfel. Melkstampers met een eitje en garnalen. Mijn mama maakt dat nog soms, en ik heb enorm veel chance, want bij MaReine in Deinze maken ze dat ook, en weten ze dus al wat ik ga bestellen.”

Plek om te wandelen of te lopen? “Provinciedomein ’t Veld. Er is ook een speeltuin voor de kindjes, en je kunt er pannenkoeken eten. Meer moet dat niet zijn.”

Streekproduct? “‘Beiretoarte’, berentaart dus. De beer is het symbool van Meulebeke, we vieren er ook elk jaar de Berenfeesten. De bakker die de beste berentaart kon bakken, is jammer genoeg gestopt, maar mijn moeder en ik hebben ervoor gelobbyd dat hij zijn recept zou doorgeven aan een andere bakker. Dat is gelukt: op die manier kunnen we nog altijd genieten van een taart met een brokkelige koek, verse frambozen, frambozenmousse en opgeklopt eiwit. Als er iets te vieren valt, dan eten wij berentaart, zo simpel is dat.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.