Kerk koopt weggegeven kunstwerk terug

OP VEILING 9.200 EURO BETAALD VOOR 'VERLOREN GEWAAND' BEELD

Historicus Patrick De Greef en Hugo De Cleyn, voorzitter van de kerkraad, bij het verloren gewaand werk van Jan-Frans Boeckstuyns.
Foto David Legreve Historicus Patrick De Greef en Hugo De Cleyn, voorzitter van de kerkraad, bij het verloren gewaand werk van Jan-Frans Boeckstuyns.
Een waardevol kunstwerk van de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk is weer thuis. De kerkfabriek kon het verloren gewaand beeldhouwwerk met de steun van de stad Mechelen kopen op een veiling. Kostprijs: 9.200 euro. En zeggen dat het vijftig jaar eerder bij het spreekwoordelijke grof vuil werd gezet.

Grote ogen trokken ze een tijdje terug bij de kerkraad. Het veilinghuis Bernaerts uit Antwerpen kondigde in zijn herfstprospectus de verkoop aan van een beeld afkomstig uit de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk. Om de correctheid na te gaan, schakelde de raad historicus Patrick De Greef in. Tot eenieders verbazing bleek het te gaan om niet zomaar een beeld, wel eentje afkomstig uit een monumentaal Heilig Kruisaltaar dat eertijds de zuidelijke dwarsbeuk van de kerk sierde.


"Op dat ogenblik hebben de kerkraad en de pastorale ploeg geen ogenblik getwijfeld", zegt voorzitter van de kerkraad Hugo De Cleyn. Ze zocht en vond steun bij de stad Mechelen en kon zo het beeldhouwwerk uit het begin van de 18de eeuw aankopen. Het werd afgehamerd voor 9.200 euro. Veel geld als je weet dat het Heilig Kruisaltaar omstreeks 1965 gewoon werd afgebroken zodat het schilderij 'De wonderbare visvangst' van Rubens na restauratie op zijn oorspronkelijke plaats kon worden teruggeplaatst.

Uitgezaagd

"Aangezien in de boekhouding van de kerk geen uitgaven voor de sloop konden worden teruggevonden, mocht de aannemer wellicht het afbraakmateriaal houden in ruil voor zijn werk. Waarschijnlijk heeft hij het centrale beeld van de engel die het kruis ten hemel draagt, zorgvuldig uitgezaagd, ingekort en mee naar huis genomen", verklaart Patrick De Greef hoe het in privé-eigendom kwam.


Speelde mee dat architect Jan Lauwers, bezig met de restauratie van de op 19 april 1944 door de geallieerden gebombardeerde kerk, de barokke aankleding liever kwijt dan rijk was om zo de zuivere lijn van de gotische architectuur te herstellen. De kapel was volgens De Greef nochtans van bijzondere betekenis.


"Het was wellicht een van de vroegste voorbeelden van een altaar waarbij het centrale schilderij door een figuratief beeldhouwwerk werd vervangen. Traditioneel wordt de uitvoering toegeschreven aan de Mechelse beeldhouwer Jan Frans Boeckstuyns, maar dit moet verder worden onderzocht", aldus de historicus.


Na restauratie - het lindehout zit vol houtworm - krijgt het beeld opnieuw een plaats in de kerk, mogelijk bij de liggende Christus, die ooit ook deel uitmaakte van het Heilig Kruisaltaar. Moeilijkheid is dat het eigenlijk op hoogte moet worden gehangen. Wie weet horen daar overigens nog andere elementen bij.


"Want het zou zowaar kunnen dat de engeltjes die al jaren op een van de torenkamers liggen en waarvan we niet wisten waar ze vandaan kwamen, ook afkomstig zijn van de altaar", aldus nog De Cleyn.