Tien maanden extra gevangenisstraf voor moordenaar Wies Donders na drugsbezit in cel

Hikmet Emre.
Borgerhoff Hikmet Emre.
De 43-jarige Hikmet Emre is veroordeeld tot een bijkomende celstraf van tien maanden nadat hij in de gevangenis betrapt werd met 117 gram hasj. De veertiger zit een levenslange gevangenisstraf uit voor de roofmoord op de 64-jarige weduwe Wies Donders uit Eisden-Dorp. “In de gevangenis worden zulke zaken aan hem gevraagd omdat hij weinig te verliezen heeft”, stelde advocaat Robby Loos tijdens de behandeling van de zaak.

Wies Donders werd op 16 september 2014 met zwaar geweld om het leven gebracht in haar woning. De Turkse Hikmet Emre had op dat moment geen papieren en zat in acute geldnood. Hij begaf zich naar de woning van Donders, bij wie hij bijkluste, en bracht haar door zware stampen, slagen en wurging om het leven. Nadien haalde hij met een van de vier gestolen bankkaarten een bedrag van 250 euro af. Het slachtoffer liet vier zonen na. Op 19 mei 2017 werd Hikmet Emre door het hof van assisen veroordeeld tot de maximumstraf voor die brute roofmoord.

Uitgeholde bedpoot

Inmiddels was het al een tijdje stil rond de Turkse man, maar vandaag dook hij plots op in de correctionele rechtbank van Hasselt. Hij stond terecht voor feiten op 22 april 2019. Die dag werd er in zijn cel, in een uitgeholde bedpoot, 117 gram hasj gevonden. “Ik had die drugs van iemand gekregen en wist niet dat ze regelmatig met drugshonden zouden langskomen”, vertelde Emre. “Nadat ik betrapt werd, heb ik een tijdje een strenger regime moeten volgen.”

Emre krijgt ook een geldboete van 8.000 euro. De procureur sprak over ‘een druppel op een hete plaat’ bij het uitspreken van de vordering. “Het gaat vooral om het signaal: wij willen een ondermijnend effect realiseren wat drugs in de gevangenis betreft. Niet alleen ten aanzien van gedetineerden, maar ook voor familieleden en gevangenen in penitentiair verlof.”

Geen drugsprobleem

Advocaat Robby Loos, die de verdediging van Emre voerde, betwiste de feiten niet, maar probeerde wel de gebeurtenissen te kaderen. “Mijn cliënt heeft geen drugsprobleem. Hij heeft een hartproblematiek en beseft dus dat hij beter niet gebruikt. Het was ook niet de bedoeling dat hij de hasj zou verkopen, hij moest ze enkel bijhouden. Verder zorgt mijn cliënt niet voor veel problemen in de gevangenis. Hij probeert een zo normaal mogelijk leven te leiden, in de mate van het mogelijke.” De rechtbank onderstreept in het vonnis dat het gedrag van Emre het gevangeniswezen ondermijnt. 

In principe kan Emre binnen 9,5 jaar een verzoek indienen tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied. De rechter raadde hem dan ook aan om dergelijke stoten niet meer uit te voeren en te blijven geloven in een betere toekomst.