Maaseikenaar (54) eet elke dag biefstuk met frietjes: “Ik krijg niets anders binnen”

Hub Vermeulen eet elke dag frietjes met biefstuk.
Karolien Coenen Hub Vermeulen eet elke dag frietjes met biefstuk.
Elke dag biefstuk met frietjes en mayonaise, en dat al zijn hele leven lang. Maaseikenaar Hub Vermeulen (54) doet het en wil voor alle duidelijkheid niets anders. “Van al de rest moet ik kokhalzen", vertelt hij.
Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Toen hij klein was, lag hij al eens in het ziekenhuis omdat hij amper iets at. Maar ook daar wisten ze weinig raad met de kleine Vermeulen. “Laat hij dan maar eten wat hij wil”, besloot de dokter al fronsend. Niets hield Hub binnen, behalve boterhammen met choco én biefstuk met frietjes als warme maaltijd. Toen hij nog thuis woonde, kreeg hij twee keer per week zijn vaste maaltijd: op woensdag en zaterdag. Maar toen hij rond zijn twintigste het huis verliet, werd het dagelijkse kost. Vandaag is hij 54, getrouwd en vader van een zoon, maar zijn eetpatroon is ongewijzigd.

“Als ontbijt eet ik steeds boterhammen of sandwiches met choco”, vertelt hij. “’s Middags meestal ook, maar dan kan ik al eens variëren met biefstuk met friet. Als er ‘s avonds warm wordt gegeten, is de biefstuk voor dan. Maar één keer per dag zal het die maaltijd zijn." Vermeulen krijgt naar eigen zeggen niets anders binnen.

“Ik heb het destijds geprobeerd, maar het lukte niet. Ik vind nochtans dat eten er soms lekker kan uitzien en zelfs lekker kan ruiken, maar toch krijg ik het niet ingeslikt. Het gaat om de smaak, maar soms ook om het gevoel. Zeker bij onvast of mals vlees. Mijn steak moet voor alle duidelijkheid goed doorbakken zijn." 

Cholesterol

Heel soms krijgt hij ook potje vanillepudding binnen, maar alleen op de middag. Is dat trouwens niet ongezond, zo elke dag frieten? “Ik laat jaarlijks mijn bloed controleren bij de dokter, en toch is mijn cholesterol niet te hoog en zijn mijn algemene waarden goed. Mijn hart bleek twee jaar geleden ook nog helemaal in orde. Ik mag niet klagen.”

Je zou denken dat de vrouw des huizes klaagt, maar dat blijkt niet het geval. “Ze vindt het gemakkelijk om te koken voor mij. Ze kan niet veel verkeerd doen. Wat ze soms wel vervelend vindt, is dat we niet eens écht kunnen gaan eten bij een degelijk restaurant met een specialer menu, bijvoorbeeld. Aan mij is dat helaas niet besteed. Ik ga steeds op een aantal plaatsen eten waarvan ik weet dat ze biefstuk met friet hebben. Indien dat niet het geval is, verlaat ik de zaak.”

Zoonlief die niet echt het ideale voorbeeld meekreeg van thuis, is zelf niet eens zo verlekkerd op frieten. “Op dat vlak is hij het tegenovergestelde van mij. Een heel pak friet zal hij niet snel opeten. Soms pikt hij er wel eens een paar van mijn bord, maar op dat vlak zijn we heel verschillend.”