Evenementenhal Radar wacht op duidelijkheid van Nationale Veiligheidsraad: “Mooi programma klaar voor najaar, maar perspectief ontbreekt”

Tijs Vandenbroucke en Quincy Steveninck van Radar spelen met het idee om een zomerbar te openen op de parking van de evenementenhal.
Yannick De Spiegeleir Tijs Vandenbroucke en Quincy Steveninck van Radar spelen met het idee om een zomerbar te openen op de parking van de evenementenhal.
Wanneer kan evenementenhal Radar opnieuw de deuren openen? Ook na de Nationale Veiligheidsraad van woensdag blijft het koffiedik kijken. “Binnenkort beslissen we of we een zomerterras openen”, zegt Tijs Vandenbroucke.

Bij Radar zijn ze niet te spreken over de aanpak van de Nationale Veiligheidsraad. “Het beleid gaat van links naar rechts en omgekeerd. De evenementensector moest als eerste de deuren sluiten in maart en zal pas als laatste terug de deuren mogen openen. Er wordt gesproken van steunmaatregelen, maar concreet is daar nog weinig van te merken. Een hinderpremie van 3.000 euro is misschien een mooi bedrag voor een kleinere horecazaak, maar bij ons dekt het nog niet eens de huur. We hopen dat de overheid effectief over de brug komt met correcte steunmaatregelen.”

Nachtelijk publiek

Vanaf 1 juli zijn evenementen die plaatsvinden in ‘permanente structuren’, zoals theater-, cinema- en concertzalen terug toegelaten voor maximaal 200 mensen. Maar voor Radar brengt die beslissing weinig soelaas. De evenementenhal mikt met heel wat evenementen op een nachtelijk publiek en naast de beperking van het aantal personen vormt ook het sluitingsuur een struikelblok. “We spelen al langer met het idee om een zomerbar te openen. Er liggen mooie plannen klaar, maar we willen eerst bekijken of het concept rendabel kan zijn.” Ook voor het najaar heeft de evenementenhal al een programmatie op poten gezet. “Maar ook daar is het wachten op duidelijkheid van de Nationale Veiligheidsraad over wat er kan. Nochtans weet iedereen dat je een grootschalig evenement niet van vandaag op morgen kan organiseren. Hopelijk laten ze ons geen tweede keer in de kou staan.”