Van vijf jaar cel naar 130 uur werkstraf voor 23-jarige vrouw die agent in kruis trapte

Gerechtsgebouw Hasselt
Borgerhoff Gerechtsgebouw Hasselt
Een 23-jarige vrouw uit Leopoldsburg kon vandaag opgelucht ademhalen. Ze kreeg bij de uitspraak van het vonnis in de correctionele rechtbank van Hasselt immers te horen dat ze voor geweld ten aanzien van agenten een werkstraf van 130 uren zal moeten uitvoeren. Geen pretje, maar anderzijds wel een veel mildere straf dan de vijf jaar cel die werden gevorderd.

De feiten speelden zich af op 1 juli 2018 in Leopoldsburg. De politie van Lommel was die dag ter plaatse gekomen na een ruzie tussen de jonge vrouw en haar vriend. Het escaleerde al snel en de vrouw noemde de agenten ‘kutflikken’. Vervolgens ging ze fors aan een agent hangen, waarna die tegen een geparkeerde auto terechtkwam. Zijn schouder raakte daarbij uit de kom en het slachtoffer hield er een arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden aan over. Daarenboven stampte de twintiger ook in het kruis van één van de agenten en urineerde ze tijdens de interventie op twee verschillende plaatsen.

Blanco strafblad

De procureur vorderde naar eigen zeggen de minimumstraf voor slagen aan een persoon met een openbare hoedanigheid. Die bedraagt dus vijf jaar cel. Er werd de vrouw een gebrek aan schuldinzicht aangewreven. “Van verzachtende omstandigheden is geen sprake”, klonk het streng. In het vonnis wordt bevestigd dat de inspecteurs absoluut geen onrechtmatig geweld hadden gebruikt. Toch werd ook gekeken naar de jeugdige leeftijd van de beklaagde, haar blanco strafblad en haar maatschappelijke integratie. Daarom werd geopteerd voor een werkstraf.

Schadevergoedingen

“Het is die dag allemaal wat uit de hand gelopen, ik heb zeker wel respect voor de politie”, vertelde de beklaagde aan de rechter. Naast de werkstraf moet ze een schadevergoeding van 6.347,02 euro betalen aan één agent, diens kompaan krijgt 100 euro. De vrouw staat ten slotte ook in voor de rechtsplegingsvergoeding van de burgerlijke partijen (1.080 euro) en de gerechtskosten (1.543,67 euro).