24 jaar na brand: gemeente krijgt 1,2 miljoen euro

VERZEKERAAR MOET BEDRAG TERUGBETALEN IN DOSSIER MARO

De start van het inferno bij pallettenfabrikant Maro op 29 juni 1994.
Foto Terma De start van het inferno bij pallettenfabrikant Maro op 29 juni 1994.
24 jaar na de zware brand bij pallettenfabrikant Maro in Rollegem-Kapelle is het doek is definitief gevallen over het dossier. De gemeente kreeg op 4 juli ruim 1,2 miljoen euro op haar rekening gestort van verzekeraar Allianz.

Het is al van woensdag 29 juni 1994 geleden dat de grote brand ontstond in de Maro-pallettenfabriek in de Roeselarestraat. De vlammen legden het bedrijf van Marcel Luyckx compleet in de as. Ook de privéwoning van het gezin, aan de overkant van de straat, werd vernield. De verzekeraar kwam tussen, maar dat was ruim onvoldoende om de geleden schade te vergoeden. In 2002 werden de gemeente, burgemeester van Ledegem Bart Dochy en het Vlaams Gewest gedagvaard door de advocaat van Marcel Luyckx.

Geste

Het Vlaams Gewest ging door verjaring vrijuit, maar de gemeente en de burgemeester werden veroordeeld om het volle bedrag te betalen. Door de beperkte dekking van de gemeentelijke verzekering moest Ledegem in februari 2007 maar liefst 2.380.000 euro ophoesten. "Dat was een geweldige klap voor onze kersverse ploeg, die pas sinds 1 januari aan het bestuur was", vertelt burgemeester Bart Dochy (CD&V/VD). "Samen met onze nieuwe raadsman, Antoon Lust, bekeken we de zaak. Er volgden onderhandelingen met verzekeraar Ethias en Marcel Luyckx. Op 30 september 2009 viel het verdict en kwam er een dading. Ethias verhoogde zijn tussenkomst van 620.000 naar 1,5 miljoen euro en Marcel Luyckx deed een bijzondere geste naar de Ledegemnaars door een belangrijk deel van de intrest te laten vallen." Op 14 september 2016 overleed Luyckx. De gemeente bleef verder procederen tegenover Maro, maar ook tegen de vroegere advocaat van de gemeente in het kader van zijn beroepsaansprakelijkheid.

Beroepsfout

"Het bleef lange tijd koffiedik kijken, maar op 30 mei 2017 oordeelde het Brusselse hof van beroep dat de toenmalige advocaat een beroepsfout maakte", gaat Dochy verder. "Hij vroeg immers geen beslissing van het college van burgemeester en schepenen en geen machtiging van de gemeenteraad. Daarnaast bleek dat een piste, waarbij de burgemeester in het kader van milieutoezicht niet handelt als orgaan van de gemeente en wel van het Vlaams Gewest, onvoldoende ontwikkeld. Het hof van beroep oordeelde dan ook dat er 75 procent kans was dat het Vlaams Gewest aansprakelijk zou gesteld worden. Het ingediende cassatieverzoek van Allianz, de verzekeraar van de vroegere advocaat, werd recent afgewezen. Nu kreeg de gemeente op 4 juli 1.203.653,80 euro teruggestort. Dat brengt ons finale kost op een kleine 200.000 euro in plaats van de oorspronkelijke 2.380.000 euro", besluit burgemeester Dochy tevreden, die ook uitdrukkelijk meester Antoon Lust bedankt voor de doorgedreven inspanningen in dit dossier.