Jean-Marie leeft voor de ‘Vastelaovend’: “Verzamelwoede begonnen toen ik zelf Prins werd”

Jean-Marie Haesen in zijn privémuseum.
Jempi Welkenhuyzen Jean-Marie Haesen in zijn privémuseum.
Toen Jean-Marie Haesen in 1998 Prins Carnaval werd, kreeg hij de microbe goed te pakken. Vanaf toen verzamelde hij alles wat met het ‘vijfde seizoen’ te maken had. Tot zelfs in Duitsland toe.

“Wijlen opa Giel Slootmaekers stichtte C.V. De Grenspumpelère. De pins op zijn jas fascineerden me. Dit bleef sluimeren tot ik zelf Prins werd. Toen is de verzamelwoede begonnen”, klinkt het bij Jean-Marie.

Het bleef niet bij pins, maar ook prinsenpakken, zeldzame  comitémedailles, sjalen, oude foto’s, fonoplaten en cassettes, maskers en wijnen, kregen een plaats in de kijkkasten van Haesen. Hij doorreist daarvoor heel de Limburgse gouw, maar gaat ook geregeld naar Aalst, de Oostkantons, Keulen en Düsseldorf. Dit jaar staat Aken op het programma. 

“Op de zittingen en bij de optochten kan ik uitwisselen en ruilen. Er zijn schenkingen en deels koop ik aan. Er kruipt tijd en geld in. Een inkomkaart in Keulen gaat van 34 euro tot 150 euro, een pilsje kost al snel 3,70 euro. Ik heb het er voor over. Het leeft er nog intenser dan bij ons. En er zijn al mooie privévriendschappen uit ontstaan.”