Klompen erkend als erfgoed

OPSTEKER VOOR MUSEUM DEN EIK EN VRIJWILLIGE MEDEWERKERS

Een foto uit de jaren 70 van klompenmaker Sam Mondelaers, met zijn intussen overleden echtgenote Anna Couberghs.
Repro Vanderveken Een foto uit de jaren 70 van klompenmaker Sam Mondelaers, met zijn intussen overleden echtgenote Anna Couberghs.
Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz heeft gisteren de klompencultuur erkend als immaterieel cultureel erfgoed. De traditie van het maken en dragen van klompen wordt opgenomen in de Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Erfgoed. "Dit zal onze veertien vrijwilligers die het museum openhouden nog meer motiveren", zegt Chris Vervecken, voorzitster van Klompenmuseum De Eik.

In de Laakdalse deelgemeenten Eindhout en Veerle, maar vooral in Vorst, heeft de klompenindustrie een zeer belangrijke plaats ingenomen. Die herinnering houdt Klompenmuseum Den Eik in Veerle levendig. Voor de veertien vrijwilligers die het Klompenmuseum openhouden, is de beslissing een flinke opsteker.


"Dit betekent een serieuze erkenning voor het oude ambacht dat het klompenmaken is. Vooral in Vorst vormde het klompenmaken een ware industrie. In de gloriejaren van de klompen, die haast iedereen in het dorp destijds heeft gedragen, waren er in Vorst zowat 350 klompenmakers. De gehuchten Eindhout en Veerle telden tientallen klompenmakers. Deze erkenning zal ons klompenmuseum en klompenbelevingspad zeker een meerwaarde geven. Voor onze veertien vrijwilligers die het museum openhouden en het pad onderhouden zal deze beslissing ongetwijfeld voor nog meer motivatie zorgen om de waarde en de geschiedenis van het klompenmaken verder uit te dragen", reageert een zeer tevreden Chris Vervecken, voorzitster van Klompenmuseum Den Eik. Dat is gevestigd in Hoeve Den Eik in Veerle.

Sam Mondelaers met zoon Ronny en met Chris Vervecken, de voorzitster van Klompenmuseum De Eik.
Vanderveken Sam Mondelaers met zoon Ronny en met Chris Vervecken, de voorzitster van Klompenmuseum De Eik.

Vader Alfons

Het absolute boegbeeld van de Vorstse klompengeschiedenis is de 97-jarige Sam Mondelaers. De hoogbejaarde man is nog zeer vitaal en geeft tijdens de openingsdagen van het klompenmuseum demonstraties. "Ik was zestien en stopte met de school. Ik stapte in het klompenbedrijf van mijn vader Alfons, en ik ben er nooit mee gestopt. Vader was een oorlogsinvalide van de Eerste Wereldoorlog en met zijn pensioencenten ging hij in Parijs klompenmachines kopen. Zijn bedrijf stelde in de topjaren 35 werklieden te werk. We maakten vijfhonderd paar klompen per dag. Een verkoper, een 'reiziger' zoals we die noemden, verkocht die allemaal in een regio die zich uitstrekte van Brasschaat, voorbij Antwerpen tot Maastricht in Hollands-Limburg. En tot vandaag sta ik met heel veel plezier in het museum om er zowel schoolkinderen als de grote mensen met hier en daar een kwinkslag uit te leggen en te tonen hoe klompen gemaakt worden", vertelt Sam Mondelaers.

Sam is intussen 97, maar blijft klompen maken.
Vanderveken Sam is intussen 97, maar blijft klompen maken.

Geen centen

Financiële ondersteuning mag het Klompenmuseum niet verwachten. "De erkenning heeft een louter symbolische waarde. Instanties die op de lijst van immaterieel erfgoed komen te staan, dienen jaarlijks hun inspanningen op te lijsten en te verantwoorden. Het is een erkenning van overheidswege dat men goed werk aflevert en lovenswaardige inspanningen doet om ons rijke erfgoed te bewaren en uit te dragen", verduidelijkt Janna Lefevere, erfgoedcoördinator bij de Erfgoedcel k.ERF.