Door ziekte zag Lander (26) zijn profcarrière in duigen vallen, nu is zijn verhaal neergepend in boek

Bernard Callens (rechts) schreef een boek over Lander Seynaeve. Papa Luc Seynaeve staat links, in het midden staat Lander met zijn vrouw Shannon, die vanuit Engeland naar Izegem kwam om bij Lander te wonen.
Henk Deleu Bernard Callens (rechts) schreef een boek over Lander Seynaeve. Papa Luc Seynaeve staat links, in het midden staat Lander met zijn vrouw Shannon, die vanuit Engeland naar Izegem kwam om bij Lander te wonen.
Vier jaar lang was Lander Seynaeve (26) profwielrenner. Zijn ogen fonkelen nog als hij over die periode vertelt. Maar zijn droom viel eind vorig jaar in duigen toen er bij hem de ziekte van Crohn werd vastgesteld. Wielerkenner Bernard Callens uit Roeselare schreef Landers verhaal neer in een boek.

Voor Lander, die opgroeide in Kuurne maar naar Izegem verhuisde om er met zijn vriendin te gaan samenwonen, was het al op zijn 12de al een uitgemaakte zaak: hij zou profrenner worden. “Mijn pa was koersliefhebber en ik ging graag met hem mee. Wedstrijden zoals Parijs-Roubaix, ik volgde ze vanop de eerste rij en ik wist: dit wordt het.” Hij schreef zich in bij een koersploeg in Lendelede. “Maar ik bleek toch niet meteen een supertalent”, lacht Lander. “Ik was een laatbloeier, mijn grotere leeftijdsgenoten fietsten mij er vlotjes af.”

Maar samen met zijn groei kwamen ook de sportieve prestaties op gang, en hij werd opgemerkt door wielerploeg Wanty-Gobert, waar hij vanaf 2015 twee seizoenen voor mocht rijden. Hij was geen ‘veelwinnaar’, zoals ze dat noemen, maar de volhardende ‘knecht’ die alles in het werk stelt om zijn kopman als eerste over de meet te krijgen. “Dat is een rol die ik altijd met plezier heb vervuld”, zegt Lander. “Je moet je plaats kennen in het peloton. Ik was niet goed genoeg om zélf te winnen, maar ik kon wel anderen helpen winnen.”

Topsport is uitgesloten

Na twee seizoenen bij het Franse Roubaix-Lille Métropole kwam een abrupt einde aan zijn veelbelovende profcarrière. “Ik was al een tijdje op de sukkel”, zegt Lander. “Ik had steeds meer tijd nodig om van een wedstrijd te bekomen. Toen ik op een dag zelfs op dinsdag nog niet gerecupereerd bleek van een wedstrijd op zondag, liet ik mij controleren.” De diagnose was hard: de darmaandoening ‘ziekte van Crohn’. “Een aandoening waar ik een perfect normaal leven mee kan leiden, maar topsport is uitgesloten.”

Een mokerslag, ook voor vader Luc Seynaeve. “Ik heb gezien hoe zijn vele harde inspanningen hem uiteindelijk een carrière als prof hebben opgeleverd. Ik zag hoe hij daarvan genoot, met volle teugen. Maar ik zag even later ook hoe moeder natuur hem vrij abrupt heeft teruggefloten, en hoe zijn droom aan diggelen werd geslagen. Het deed hem enorm veel pijn. En met hem mij ook.”

Dat Lander zwaar heeft afgezien, horen we van zijn vader, en van zijn lief Shannon, met wie hij intussen getrouwd is. Zelf laat hij de hartenpijn die hij voelt niet aan de oppervlakte komen. “Ik héb afgezien, en ik mis het nog. Het is héél jammer dat ik mijn profcarrière heb moeten stopzetten. Maar ik ben vooral heel blij en fier dat ik die periode als profrenner heb mogen meemaken. De wereld rondreizen met mijn vrienden, op de fiets. Fantastisch was dat. Ik zal er altijd met een glimlach op terugblikken. Ik houd voor ogen: er zijn véél ergere dingen dan dit. Echt.”

Plichtbewust

Bernard Callens, die al 44 jaar het ‘Wielerjaarboek’ uitbrengt, goot Landers verhaal in een boek. “Ik heb niet meteen ja gezegd toen zijn vader mij het voorstel deed”, zegt Bernard. “Lander was een goeie renner, maar zó indrukwekkend is zijn palmares nu ook niet. Maar zijn verhaal is de moeite waard. Dat hij niet uit een wielerfamilie komt, is ook atypisch. Dat hij zo’n mooie persoonlijkheid heeft, maakt het verhaal warm. En dat hij zijn jongensdroom ineen zag stuiken, maakt het emotioneel.” Met Lander verliet inderdaad een graag geziene renner het peloton. “Hij was heel graag gezien, ja”, zegt Bernard. “Het is een eenvoudige jongen die plichtbewust zijn rol vervulde in de koers. Collega-renners waardeerden hem daarom enorm.”

Yves Lampaert vol lof

Dat blijkt ook uit het woordje van profrenner Yves Lampaert in het boek. Hij reed een aantal jaren voor dezelfde ploeg als Lander, en de twee werden vrienden. “Lander is een ‘24 karaat mens’. Van zijn soort lopen er helaas veel te weinig rond. Hij kende zijn plaats in het peloton, en hij werd er gewaardeerd voor wie hij was en hoe hij was. Lander had zeker voldoende talent om een vaste stek af te dwingen in de beroepscategorie. Op zijn dagen kon hij, zeker in de jeugdcategorieën, ontzettend hard rijden. Maar het mocht helaas niet duren. Zijn gezondheid liet hem almaar meer in de steek.”

Sinds hij stopte als profrenner, fietst Lander niet meer. Van 20 uur per week kilometers vreten naar nul komma nul kilometer per week. “Maar niet omdat ik er geen zin in heb, of omdat ik het niet aankan. Eind vorig jaar ben ik samen met mijn moeder in de keuken van Huis Van Wonterghem aan de slag gegaan, en het was een hele drukke eindejaarsperiode. Daarnaast hebben Shannon en ik ook ons huis verbouwd. Ik ben er gewoon niet toe gekomen. Maar weldra spring ik opnieuw op de fiets, dat ben ik zeker.”

Rolmodel voor de jeugd

Het is niet dat Lander niets meer te maken heeft met wielrennen. Hij is ploegleider bij Tops Antiek, waar hij beloften en elites zonder contract begeleidt. “Hij is een rolmodel voor die gastjes, dat ben ik zeker. Hij leeft zo hard met hen mee, en hij kan hen ook veel bijbrengen”, zegt papa Luc. “En vooral, hij zal ook hard zijn voor hen”, zegt Bernard. “Als er ergens eentje is met bakken talent en wél een goeie gezondheid die het wat laat hangen, zal Lander hem snel van antwoord dienen.”

Lander met zijn Shannon en het boek.
Henk Deleu Lander met zijn Shannon en het boek.



3 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Charles Petitjean

    Het ga je goed Lander, in de wielerwereld zijn vele mooie jobkes. Dus niet getreurd, kansen genoeg. Alleen brutte pech dat je plots renner af bent maar gezondheid voor alles hé.

  • Benjamin Buijsse

    Onzin, zelfs met diabetes is topsport mogelijk

  • Dhondt Geert

    Voor mij ben je ook een echte flandrien,het ga je goed.