Luc Dufourmont en Piet De Praitere, terug met Bevergem op Eén: “Ja, wij zijn BFF’s. Noteer dat maar!”

Vijf jaar geleden waren beide heren te zien in de successerie Bevergem.
Henk Deleu Vijf jaar geleden waren beide heren te zien in de successerie Bevergem.
Een kleine 5 jaar geleden is het intussen, dat Luc Dufourmont (58) en Piet De Praitere (55) samen schitterden in Bevergem. De twee blijken al vrienden te zijn sinds de jaren ‘70, en zijn ietwat moeilijk in de hand te houden tijdens een interview, eens ze op dreef zijn. “We zien mekaar ‘vree geirn’. We zijn BFF’s. Noteer dat maar!”

Luc, jij bent van Rekkem. Piet, jij woont in Gent?

Piet: “Ik woon nu inderdaad in Gent, maar mijn vrouw en ik zijn momenteel aan het zoeken naar een huis aan de Belgische kust. Het liefst gaan we naar Oostende. Aan die stad heb ik echt mijn hart verloren.”

Luc: “Ik hou ook van de zee. Het is de enige plek waar ik de tuut in mijn oren niet meer hoor.”

Jij hebt tinnitus?

Luc: “Klopt. Sinds 2006. Tijdens een repetitie in de Kreun met Ugly Papas wilde ik papieren oprapen die ik had laten vallen. Op het moment dat mijn hoofd naast het drumstel hing, sloeg onze drummer keihard de bassdrum. Hij had me niet zien bukken. Knal, deden mijn oren, en ik wist meteen, ‘dit is niet goed’. De tuut is de weken na die knal wat scherpte verloren, maar wat er nu nog van overblijft, gaat niet meer weg. Ik praat er ook niet graag over, want dan is het nog moeilijker om te vergeten dat ik het heb. Aan de kust lukt me dat wel. Het geruis van de zee neutraliseert die tuut om de een of andere reden.”

Piet, jij bent opgegroeid in Kortrijk?

Piet: “Inderdaad. Mijn vader werkte onder meer als conciërge bij Solar, een stadsradio waar de arbeidersbeweging jonge mensen mee hoopte aan te trekken. Hij moest er een oogje in het zeil houden. Mijn schoonbroer en ik hebben er zelf nog ingebroken en de radio-uitzending ’s nachts overgenomen. Daar heb ik toch serieus voor onder mijn voeten gekregen. Hij moest vermijden dat dergelijke stunts gebeurden, en dan was het uitgerekend zijn zoon die hem dat flikte.”

Jullie kennen elkaar al heel lang, wisten jullie me al te vertellen?

Luc: “Ja, maar waar hebben wij elkaar weer leren kennen?”

Piet: “Volgens mij was het ergens eind jaren ‘70. Ik werkte toen bij de jongerenwerking van ACV en hielp een lokaal jeugdhuis met de organisatie van een jaarlijks festival in Heule. Luc was er met zijn band een van de artiesten die ik had geboekt.”

Luc: “We zien mekaar ‘vree geirn’. We zijn BFF’s. Noteer dat maar.”

Luc, Bevergem was voor jou je acteerdebuut?

Luc “Ik heb 30 jaar in hetzelfde bedrijf gewerkt, waar ik vooral transporten organiseerde. In 2015 is dat bedrijf failliet gegaan. Het is voor mij uiteindelijk best wel positief gebleken, dat ik mijn job ben kwijtgeraakt. Ik heb me daarna wat intensiever op het artiest-zijn gegooid. Onder meer mijn rolletje als vader van Jay Vleugels is daaruit voortgekomen. Maar het is niet altijd simpel om voldoende aan de bak te komen als artiest.”

Hoe werkt dat eigenlijk, een rolletje binnenrijven in een serie of film?

Piet: “Hoe meer je in dat wereldje zit, en hoe meer mensen je kent, hoe gemakkelijker het gaat. Als laatste samen naar huis gaan met de regisseur na een receptie of cafébezoek, dat helpt wel degelijk, hoor.”

En wat doe je als je moet blijven wachten op een rolletje?

Piet: “Dat mag je niet doen, zitten wachten, echt niet. Ik ben met weinig content, we hebben geen kinderen, we leven zuinig. Komt er wat, dan is het goed, komt er niets, dan is het ook goed. Waardering, dat is het belangrijkste. Dat Guy Mortier mijn boek goed vond, en een stukje gepubliceerd heeft in Humo, dat vond ik echt een van de schoonste momenten van mijn leven.”

Luc: “Dat vind ik ook. Mauro Pawlowski heeft nog gezegd dat het feit dat de helden van Ugly Papas vergeten zijn, de grootste zonde is uit de muziekgeschiedenis. Dat vond ik een geweldig compliment. En jij Piet, jij bent ook te bescheiden. Je schrijft op de achterflap van je boek ‘Ik ben géén schrijver’. Alsof je je excuseert dat het niet goed zou zijn. Maar het is wél goed, en je bent wél een schrijver. Ik lees niet zoveel, ik heb moeite om me lang te concentreren op een boek. Maar bij jouw boek kan je anderhalve pagina lezen en het weer even aan de kant leggen. Super vind ik dat. Ideale wc-lectuur.”

Piet: “Euh. Bedankt?”

Luc: “Het is wel degelijk een compliment. Bij de meeste boeken moet ik mij erdoor sleuren, bij jou kost het mij geen moeite.”

Piet: “Voel jij je eigenlijk eerder een entertainer of een muzikant?”

Luc: “Moeilijke keuze. Ik voel me eigenlijk best wel goed in dat wereldje van schrijven en acteren, als ik eerlijk ben.”

Zitten er nog interessante dingen aan te komen?

Piet: “In het najaar ben ik te zien in de nieuwe serie De Twaalf. Ik speel er een seksverslaafde rockfotograaf op zijn retour. Autobiografisch bijna (lacht). Er zijn nog een aantal andere zaken die op de plank liggen, maar waar nog geen zekerheid over is.”

Wat is het zotste verhaal dat je te vertellen hebt?

Luc: “Met oudejaarsavond, ik was er 16 toen, trokken mijn 8 jaar oudere broer en ik eropuit met zijn goudkleurige Ford. Er waren net werken aan de spoorweg in Lauwe. De sporen lagen volledig vrij, al de rest was weggehaald. ‘Als je een aanloop neemt, dan vliegen we d’r zeker over’, draaide ik mijn broer op. En hij deed dat. Luttele seconden later zat de wagen geblokkeerd op de sporen, met de achterkant in de lucht. Beetje stress natuurlijk, er reden nog treinen op dat tijdstip. We hebben de spoorwegpolitie gebeld, vijf minuten erna kwam er al iemand om ons te takelen. Blijkbaar had er zich kort daarvoor ook al een dame vastgereden, en ze hadden die een boete van 130.000 frank gegeven, hoorden we. Wij hadden schrik natuurlijk. Enkele weken later viel de bruine envelop in de bus: 155 frank. Dat was nog de grootste klucht, eigenlijk.”

Piet: “Ik kan me niet meteen een goed voorbeeld voor de geest halen, eigenlijk.”

Luc: “Ik heb Stefanie Callebaut van SX, die ik al jaren ken, ooit eens in haar gat genepen in mijn enthousiasme. Bleek dat haar tweelingzus te zijn, die er niet meteen kon mee lachen.”

“Ik weet nog wel een goeie voor jou, Piet. We zijn ooit eens allebei geboekt voor een Vlaams-nationalistisch evenement in Komen, weet je nog? Er werd ons daar vriendelijk gevraagd om Bange Blanke Man van Willem Vermandere niet te brengen, omdat het wat te ‘gevoelig’ lag. Piet heeft in zijn act een overtuigde imitatie van Adolf Hitler gebracht. Die kerel van de organisatie heeft onmiddellijk het optreden stilgelegd, en we zijn er allemaal buiten gevlogen.”

Piet: “Zo ben ik wel: als je iets doet, moet je’t goed doen, het heeft geen zin om bang te zijn.”

Luc: “Echt? Zou jij dat tegenwoordig nog doen, lachen met terroristen? Ik heb geen goesting om te ontploffen, eigenlijk.”

Piet: “Zeker.”

Luc: “Ik word nu nog aangesproken soms. ‘Ik ben het nog altijd niet vergeten hoor manneke, wat jij 20 jaar geleden hebt gezegd.’ Ja, ik wel, antwoord ik dan (lacht).”

Worden jullie nog vaak herkend als acteurs uit Bevergem?

Luc: “Dat gebeurt wel geregeld nog eens. Ik sta er altijd versteld van hoe weinig gêne de mensen tegenwoordig hebben. Niet zo lang geleden wierp een dame zich op mijn schoot voor een selfie. Mijn broek was echt zeiknat toen ze weer rechtstond. Soit. Ik vind het niet erg om aangesproken te worden, maar het hoeft niet per se.”

Piet: “Laatste ben ik op de trein belaagd door een groep feestende jongeren. Ze hadden een glas te veel op, en kwamen helemaal rond mij staan, legden hun arm over mij enzo, dat vond ik er net over. Maar al bij al word ik weinig herkend. Ik heb een weinig herkenbaar gezicht, denk ik. Het is nog gebeurd dat we samen op stap waren, Luc en ik, en er één tegen mij kwam vertellen: zeg, uwe maat, die heeft nog meegedaan in Bevergem, hé, weet je dat? Hilarisch.”

Als je allebei nog één iets vrij aan dit interview mag toevoegen, wat zou het zijn?

Luc: “Met Id!ots maken we hele goeie nummers. Binnenkort pakken we uit met een aantal aparte singles. Two Russian Cowboys bestaat meer dan 30 jaar en we zijn weer volop te boeken tussen Rekkem en Maastricht met onze tour ’Wuk skilt er vrienden?’”

Piet: “Maak maar wat reclame voor mijn boek ‘Ik ben Piet en ik heet Pierre’. En voor mijn column in Humo, daar ben ik ook best wel trots op.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.