Busje rijdt arts tot bij minder mobiele mensen, die ziek zijn en corona vrezen

Het busje. De chauffeur vooraan is volledig gescheiden van het deel achteraan de bus. Waar de arts zit. En waar de arts na elk bezoek zijn materiaal grondig ontsmet
Kos Het busje. De chauffeur vooraan is volledig gescheiden van het deel achteraan de bus. Waar de arts zit. En waar de arts na elk bezoek zijn materiaal grondig ontsmet
Je voelt je ziek, je vreest corona en je bent niet mobiel genoeg om je zelf te verplaatsen? Daar heeft de stad Kortrijk nu een oplossing voor. Een busje rijdt een arts tot bij je thuis, voor een onderzoek. “Al het materiaal wordt daarna grondig ontsmet”, zegt huisarts Alexander Seurinck uit Heule, voorzitter van de huisartsenkring Zuid-West-Vlaanderen. “Het is een goeie oplossing.”

Voor alle duidelijkheid: wie zich ziek voelt, belt àltijd eerst een huisarts. Die dan op basis van symptomen kan doorverwijzen naar een triagecentrum. Voor Kortrijk, Kuurne en Harelbeke is dat in dienstencentrum De Zonnewijzer in de Langemeersstraat in Kortrijk. Maar het probleem is dat sommige mensen, zoals senioren of personen met een beperking, niet op eigen houtje tot in het triagecentrum raken. Als huisarts zomaar ter plaatse gaan bij die mensen thuis, is niet verstandig. Omdat er altijd een kans op verdere besmetting is.

Volledig beschermd

Er is een oplossing. Een busje van het meldpunt 1777 is omgebouwd en wordt nu ingezet om een arts vanuit het triagecentrum tot bij minder mobiele mensen te rijden. “De chauffeur vooraan het busje zit volledig gescheiden van de arts achteraan het busje”, legt Alexander Seurinck uit. “De volledig beschermde arts – met FFP2-mondmasker, handschoenen en chirurgisch pak – doet het onderzoek thuis of bijvoorbeeld in een woonzorgcentrum. Het gebruikte materiaal wordt daarna meteen grondig ontsmet, achteraan in het busje. En van zodra de arts terug in het triagecentrum is, neemt hij of zij een douche. We doen er zo alles aan om een verdere verspreiding te voorkomen. We zijn het stadsbestuur dankbaar voor de heel fijne samenwerking in deze.”

Panikeren heeft geen zin. Bij 80 procent van de patiënten blijft het bij milde symptomen. 20 procent moet opgenomen worden in het ziekenhuis. En 5 procent belandt op intensieve zorgen.

Huisarts Alexander Seurinck
Alexander Seurinck
Kos Alexander Seurinck

Achttien artsen

Het triagecentrum in De Zonnewijzer ontvangt tot 60 patiënten per dag, die mogelijk corona hebben. “Het schommelt, maar we kunnen het perfect aan”, vertelt Alexander Seurinck. “We kunnen er op piekmomenten tot achttien artsen tegelijk inzetten, om om de 10 minuten zes patiënten te onderzoeken. Het triagecentrum is telkens van 9 tot 19 uur open. Ik herhaal nog een keer: kom niét op eigen houtje naar het triagecentrum. Bel àltijd eerst naar je huisarts, als je je niet goed voelt. Wie milde symptomen heeft (zoals keel- en hoofdpijn, een lopende neus en een vervelende hoest) wordt na het onderzoek in het triagecentrum weer naar huis gestuurd. Om thuis uit te zieken, in quarantaine.”

Eerste week is mijlpaal

“Belangrijk voor wie symptomen heeft: de eerste week is meestal een mijlpaal. Daarna gaat het beter. Of kan je plots hoge koorts en een pijnlijk gevoel op de borst krijgen. En zo kortademig worden dat je geen twee stappen na elkaar meer kan zetten en geen twee zinnen na elkaar meer kan uitspreken. Als dat zo is, volgt verder onderzoek en een test. Let wel: panikeren heeft geen zin. Bij 80 procent van de patiënten blijven de symptomen mild. 20 procent moet opgenomen worden in het ziekenhuis. En 5 procent belandt op intensieve zorgen. We hopen tegen komende woensdag stilaan het plafond te bereiken, wat nieuwe ziekenhuisopnames betreft.”

Kortrijk Xpo

Tot slot nog dit: er is een denkoefening bezig – concreet is het nog zeker niét – om bij een eventuele golf van nieuwe coronabesmettingen ook Kortrijk Xpo deels in te zetten. “Enkel indien we op een bepaald moment vaststellen dat de capaciteit van De Zonnewijzer niet groot genoeg meer zou zijn”, zegt Alexander Seurinck. “Dan kunnen we in Xpo mensen opvangen en verzorgen die stevig ziek zijn, maar nog geen opname in het ziekenhuis nodig hebben. Of mensen opvangen die het ziekenhuis mogen verlaten, maar zich nog niet goed genoeg voelen om naar huis te gaan. Ik herhaal: er is nog géén sprake van die fase. Het is enkel een denkoefening.”