Gidsen nemen afscheid van oude musea

BORSTEL- EN SCHOEISELMUSEUM ZONDAG LAATSTE KEER TE BEZOEKEN VOOR VERHUIS NAAR EPERON D'OR

Stadsgidsen Lieve Vandenbussche, Martine Pattyn, Hilde Colpaert en Gaby Devos pakken in voor de verhuis naar het nieuwe stadsmuseum Eperon d'Or.
Foto VDI Stadsgidsen Lieve Vandenbussche, Martine Pattyn, Hilde Colpaert en Gaby Devos pakken in voor de verhuis naar het nieuwe stadsmuseum Eperon d'Or.
Wie nog eens in het Borstel- of Schoeiselmuseum op ontdekking wil, moet er vlug bij zijn. Op Open Monumentendag, nu zondag zijn ze een laatste keer open. Nadien sluiten de deuren onherroepelijk om de verhuis naar het nieuwe stadsmuseum Eperon d'Or voor te bereiden. Vier stadsgidsen blikken terug op hun periode in de oude musea.

Het Schoeiselmuseum startte in 1968 in de Vrije Vakschool in de Wijngaardstraat. Het Borstelmuseum volgde in 1981. Eerst in een woning in de Wulfstraat, zeven jaar later vanuit de huidige locatie in de Baron de Pélichystraat. De eerste Izegemse stadsgidsen studeerden dan weer in 1986 af. Uit de lichting van 44 kandidaten slaagden er 20, waaronder Hilde Colpaert (55), Lieve Vandenbussche (71) en Gaby Devos (75). Zij zijn nu nog steeds vrijwilligers in de musea en worden bijgestaan door administratief verantwoordelijke Martine Pattyn (56). Samen beheren ze 4.000 schoenen en 6.000 borstels.

Amateuristisch

Ze begonnen indertijd in heel andere omstandigheden dan vandaag. De oprichters van de musea waren zelf borstel- en schoenfabrikanten die materiaal voor de toekomst wilden bewaren. "In het begin ging het er vrij amateuristisch aan toe", geeft Hilde toe. "We moesten het stellen met schenkingen van fabrieken of ambassades, maar geld van de stadskas was er zelden. Zaken aankopen was geen optie en de musea waren ook enkel op afspraak open. Toen we in 2003 als nationale musea erkend werden, kregen we Vlaamse subsidies en konden we ook in de week openen", zegt Hilde.


"De passie die we voor de musea hebben, kunnen overmaken aan de bezoeker is de kunst", vertelt Gaby."Niet evident, want dat vereist permanente bijscholing. Er bestaat overigens niet veel lectuur over borstels, dus dat is zelfstudie. Maar we leren tot onze verrassing nog elke dag bij. Dan kom er een oude borstelfabrikant ons bezoeken en vertelt hij weer een vakgeheimpje. Dat later kunnen overdragen aan de nieuwe generatie wordt een flinke uitdaging, maar een die we met veel plezier aangaan."

Kamelenwenkbrauwen

Dat die zelfstudie ver kan gaan, bewezen Lieve en Gaby. Zij hoorden dat het mogelijk was uit een koeienstaart een borstel te maken. "Dat betekende dus een bezoek aan het slachthuis, die staart schoonmaken en dan ettelijke maanden met producten behandelen", zegt ze. "Dat was net in de warmste periode van het jaar en de geur die er hing, was niet te harden. We zijn zelfs eens naar een circus dat hier op bezoek was getrokken. Ik had gelezen dat ze in het Midden-Oosten borstelhaartjes van kamelenwenkbrauwen maken en trok daar met een schaar en wat goede moed heen. Maar die haren halen ze enkel bij dode kamelen, dus ik kwam van een kale kermis thuis", lacht ze.


De musea ontvangen nog steeds heel wat bezoekers en daar zitten mensen van overal tussen. "Sinds de borstel- en schoenindustrie in de tweede helft teloor gingen, weten niet veel mensen meer over onze ambachten", zegt Martine. "Gelukkig was er nog 't Hof van Commerce. De band het het in zijn liedjes over 'bustels en skoen'. Veel mensen kennen ons daar van, zijn dan benieuwd en komen eens op bezoek in de musea."


Het afscheid van de musea na dit weekend valt de medewerkers niet al te zwaar. "Uiteraard gaat er sentiment mee gepaard, maar we weten dat alles verder gaat in Eperon d'Or", zegt Lieve. "Ik zal er zelf geen gids meer zijn, omdat ik al wat ouder ben, maar zal achter de schermen nog actief zijn. Dit weekend neem ik met een ludieke act afscheid van de andere medewerkers", vertelt Lieve.