In Flanders Fields Museum stevent af op zwaar verlies door corona: “Als Ieper niet investeert, betekent dit de doodsteek”

Het In Flanders Fields Museum in Ieper.
Henk Deleu Het In Flanders Fields Museum in Ieper.
Het In Flanders Fields Museum heeft de balans na corona opgemaakt en het ziet er allesbehalve rooskleurig uit. Het IFFM raamt het verlies voor dit jaar tussen zevenhonderdduizend euro en een miljoen euro. Oppositiepartij CD&V vraagt dat het stadsbestuur een noodplan opmaakt. “Ieper kan zich niet permitteren om het museum in onzekerheid te laten over de toekomst.”

De lockdown was niet alleen zwaar voor de horeca, ook andere sectoren krijgen rake klappen. In Ieper blijkt het IFFM niet zonder kleerscheuren uit de crisis te komen. “Het museum haalt meer dan zestig procent van haar inkomsten uit de ticketverkoop en de shopopbrengst, elke dag sluiten betekent dus een groot verlies”, zegt gemeenteraadslid Jan Breyne (CD&V). “De langzame opstart garandeert geen terugkeer naar het ‘normaal’. Vorig jaar kwam twee derde van de bezoekers uit het buitenland. Vandaag komen maar weinig of geen toeristen van over de landsgrenzen.”

Doodsteek

Breyne vreest zelfs dat het terugwinnen van de Belgische bezoeker moeilijk zal verlopen. “Het museum bloedt. Het vreest voor dit jaar een verlies van bijna zevenhonderdduizend euro in het meest optimistische tot een miljoen euro in het meest pessimistische scenario. Het personeel mag niet de dupe worden van een externe tragedie. De reserves van IFFM aanspreken is geen optie, want dat zou een immense hypotheek op de toekomst leggen. Er moet niet veel gebeuren of er blijven geen middelen meer over om te investeren. En niet investeren betekent op termijn de doodsteek voor het museum.”

Net voor de coronacrisis werd nog een tijdelijke tentoonstelling rond de heropbouw na WO I geopend.
Henk Deleu Net voor de coronacrisis werd nog een tijdelijke tentoonstelling rond de heropbouw na WO I geopend.

Breyne vreest dat het aanspreken van het noodfonds van minister Jambon niet voldoende zal zijn. “We verwachten dat het stadsbestuur over de brug komt met extra subsidies voor het In Flanders Fields Museum. Wat Ieper vandaag investeert in IFFM kan de stad morgen in veelvoud recupereren via verblijfstaks, inkomsten uit tewerkstelling en bijkomende activiteit van de toeleveringsbedrijven. En dan spreken we nog niet over de maatschappelijke rol van het museum en de profilering van Ieper als vredesstad.”

Moeizame heropstart

Ondertussen is het museum weer open na de verplichte sluiting. “De eerste week verliep moeizaam, maar sindsdien gaat het bezoekersaantal elke week omhoog, vooral sinds het begin van de zomervakantie”, zegt schepen van Musea Dimitry Soenen (N-VA). “We dachten vooral bezoek uit de eigen regio te mogen verwachten, maar stellen vast dat veel mensen uit andere Vlaamse provincies en Brussel komen. Sinds kort zijn daar ook enkele bezoekers uit Nederland, Duitsland en Frankrijk bijgekomen. Vanaf vrijdag 10 juli mogen Britten weer hun land verlaten voor buitenlandse bezoeken zonder bij hun thuiskomt in quarantaine te moeten.  We hopen dan ook wat Britse bezoekers te mogen verwelkomen.” 

“We stellen dus vast dat het IFFM zijn aantrekkingskracht niet heeft verloren. Er komen echter geen scholen, geen groepen van touroperators en geen bezoekers van de verder afgelegen markten, zoals Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, de VS langs. Het is nog te vroeg om nu al een prognose te geven van het aantal bezoekers dat we dit jaar nog zullen behalen. Maar een volledig herstel van de voor ons belangrijke markten zal waarschijnlijk niet meer voor dit jaar zijn.” 

Verantwoordelijkheid 

Het stadsbestuur is zich van bewust van het belang van het IFFM voor Ieper, de lokale economie en de nationale en internationale uitstraling van onze stad en de regio. “We willen dat het museum ook in de toekomst die belangrijke rol kan blijven spelen. Na de zomer zullen we een duidelijker zicht hebben op de financiële situatie en gaan we beter kunnen inschatten wat de eindbalans van 2020 zal zijn. Maar het stadsbestuur zal zeker haar verantwoordelijkheid tegenover het In Flanders Fields Museum opnemen.”