Ieperse musea dicht tijdens de paasvakantie? Wij brengen ze even naar u: negen medewerkers tonen hun favoriete werk

Het coronavirus houdt de mensen uit de Ieperse musea, en daarom brengen wij de musea naar u.
Henk Deleu Het coronavirus houdt de mensen uit de Ieperse musea, en daarom brengen wij de musea naar u.
Het coronavirus noopte de drie stedelijke musea van Ieper -  het Yper Museum (YM), het In Flanders Field Museum (IFFM) en het Merghelynckmuseum (MM) - tot een sluiting. Maar, als u niet naar het museum kunt, dan brengen wij het museum naar u. Negen medewerkers stellen hier elk hun favoriete stuk voor uit de rijke Ieperse collectie. 
Spahi in de omgeving van Ieper van Paul Jouve
RV Spahi in de omgeving van Ieper van Paul Jouve

Dominiek Dendooven (48), wetenschappelijk medewerker IFFM: Spahi in de omgeving van Ieper van Paul Jouve

“Deze tekening van Paul Jouve uit juni 1915 stelt een Spahi voor in de buurt van Ieper. De Spahis waren Noord-Afrikaanse cavalerie in dienst van het Franse leger. Wat mij aanspreekt in dit werk is het contrast tussen de fiere ruiter met zijn kleurrijke, ronduit exotische attributen (zadels, vlag), en de oer-Vlaamse context: een vlak landschap met een windmolen onder een grijze lucht. Het doet ons stilstaan bij het lot van koloniale soldaten die terechtkwamen in een streek waar niemand hun taal sprak, waar de culturele gewoonten vreemd voor hen waren en waar het klimaat helemaal anders dan thuis was.” Het werk was een de eerste werken die het In Flanders Fields Museum aankocht om de multiculturele aanwezigheid tijdens de Eerste Wereldoorlog te illustreren.

De portefeuille van Charles Snelling
RV De portefeuille van Charles Snelling

Sien Demasure (31), educatief medewerker IFFM, YM en MM: De portefeuille van Charles Snelling

Op een ijskoude februaridag – het was minus 17 graden - doorboort een kogel de portefeuille van Charles Snelling. Binnenin staken twee foto’s die hem dierbaar waren. Op de ene foto het gezin Snelling: vader Charles, moeder Alice en dochtertje Nellie. De tweede foto werd hem met de post toegestuurd. We zien mama en Nellie, die al ‘n stuk gegroeid is. Vader zit aan het front. In z’n portefeuille rust voor altijd de postkaart die hij nog naar huis zou sturen: “met mij gaat het tamelijk goed”

“Wanneer ik met een klas het museum bezoek, stop ik altijd aan de portefeuille van Charles. Dit is oorlog. Niks ‘veroveren’, niks ‘heldhaftig’, maar een meisje van wie de papa nooit meer naar huis terugkeert. Wanneer alle kinderen deze boodschap begrijpen, is de wereld misschien ooit aan vrede toe. Wanneer geen enkele tiener nog stemt op politici die geweld als oplossing voorstellen, wordt de wereld vast ‘n prachtige plaats.”

Handschoen in brokaat met vingerkootjes van een kanunnik.
RV Handschoen in brokaat met vingerkootjes van een kanunnik.

Hannelore Franck (28), wetenschappelijk medewerker Yper Museum: Handschoen in brokaat met vingerkootjes van een kanunnik

“Bij het ruimen van het puin van de Sint-Maartenskerk in de jaren 1920 vond men deze handschoen, bij de stoffelijke resten van een kanunnik. De schoonheid en delicate van de luxueuze stof contrasteert prachtig met de hardheid en lelijkheid van de vingerkootjes. Dit vat voor mij de Ieperse geschiedenis samen: een mooi verleden, met helaas enkele donkere kantjes. Drukt ons bovendien met de neus op de feiten dat het verleden een ‘ander land’ is dat wij maar moeilijk kunnen begrijpen.”

Het zadel uit de ruiterschool.
RV Het zadel uit de ruiterschool.

Sandrin Coorevits (48), coördinator Yper Museum: Het zadel van de Ieperse ruiterijschool

“Vorig jaar konden we een zadel van de legendarische Ieperse ruiterijschool toevoegen aan de collectie van het Yper Museum. In 1835 kreeg Ieper een nieuwe militaire ruiterijschool tegen de rand van de vestingen. Aanvankelijk bedraagt de capaciteit 168 paarden, later 366. Militairen uit de hele wereld worden er opgeleid tot topruiter. De fiere, kleurrijke ruiters zijn populair bij de burgerij, het uitgaansleven krijgt een stevige boost en lokt ‘schoon volk’ naar de stad. De spectaculaire ruiterdemonstraties trekken vele toeschouwers aan. Het is misschien niet het meest opvallende collectiestuk. Wellicht zitten mijn Waregemse roots er voor iets tussen dat dit zadel één van mijn favorieten is. Hoe fijn zou het niet zijn om terug dagelijks hoefgetrappel in Ieper te horen.”

Het insigne van de gekroonde meerman.
RV Het insigne van de gekroonde meerman.

Katrien Goudeseune (37), communicatie en publieksbemiddeling Yper Museum: Het insigne van de gekroonde meerman.

“In het museum ligt een waanzinnig mooie collectie middeleeuwse insignes. Het zijn kleine sieraden die de middeleeuwers opspelden om hun ‘status’ te etaleren. Vergelijk het met onze huidige sociale media. Beroepssymbolen, pelgrimstekens, uiting van seksuele lusten en religieuze boodschappen: ze voeren ons recht naar de middeleeuwse mens. De gelijkenis met de hedendaagse beeldcultuur is frappant. Zo is mijn favoriet deze gekroonde zeemeerman. Wie goed kijkt herkent het logo van Starbucks! Koffie, heerlijk en troostend in deze coronatijden.”

De autoclystère of clysopompe
RV De autoclystère of clysopompe

Wouter Sinaeve (45), educatief medewerker IFFM, YM, MM: De autoclystère of clysopompe

“In het Hotel-Museum Arthur Merghelynck word je als bezoeker even terug gekatapulteerd naar de 18e eeuw. Uit de grote collectie van sierobjecten, stijlmeubelen en schilderijen kies ik een intrigerend gebruiksvoorwerp: de autoclystère of clysopompe. Dit exemplaar is gemaakt uit tin en mahoniehout en werd gebruikt bij constipatie, een veel voorkomende kwaal bij de 18de-eeuwse elite die overvloedig tafelde en nauwelijks beweging had. De buis werd met olie en warm water gevuld. Door op de pin te zitten en te pompen kom men zichzelf bedienen. Dat laatste vormt misschien mijn inspiratiebron om net dit object te selecteren in de huidige coronatijden waar zelfbediening en hamsteren voor sommigen blijkbaar een noodzaak werden. Het toestel was trouwens demonteerbaar en nam dus veel minder plaats in dan de vele pakken toiletpapier waarvan men nu amper weet waar ze die moeten stockeren.”

Een 235-jaar oude stamschijf
RV Een 235-jaar oude stamschijf

Ann-Sophie Coene (35), educatief medewerker IFFM, YM, MM: Een 235-jaar oude stamschijf

“Deze stamschijf werd gezaagd uit een eeuwenoude (1760-1995) zomereik, in het Elverdingse kasteelpark. Donkere vlekken in het hout getuigen van gevechten en beschietingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Om te weten welke verhalen hij met zich meedroeg, was het wachten tot hij werd omgehakt. Bij het tellen van de jaarringen merkte men dat de oorlog in z’n DNA zat. Ook bij de overlevenden liet de oorlog diepe sporen na. Velen moesten verder met fysieke letsels maar ook met wonden in hart en ziel. Velen probeerden dit hoofdstuk te verdringen door er niet meer over te spreken. Maar hoe kan je zoiets vergeten? Ondanks alles herstelde de eik relatief snel. Er vormde zich nieuw houtweefsel die de wonden inkapselde. Het getuigt van veerkracht en net dat typeerde zeker ook de Westhoekers na afloop van de Grote Oorlog. De rug rechten, de draad terug oppikken en verder leven met de littekens, hoe moeilijk dat ook was.”

Papfles van Denise Dael
RV Papfles van Denise Dael

Annick Vandenbilcke (56), wetenschappelijk medewerker IFFM: Papfles van Denise Dael (°Rugby, 5 januari 1915 - + Ieper, 21 juli 2010)

“Emiel Dael en Bertha Decaesteker woonden voor 1914 in Ieper. Bij het uitbreken van de oorlog vertrok Emiel naar het front. Zijn hoogzwangere vrouw vluchtte op 2 januari 1915 met haar moeder en twee zussen uit het zwaar geteisterde Ieper naar Engeland. Bertha en haar moeder hielden halt in Rugby, waar op 5 januari Denise werd geboren. Ze woog amper 2 kg. Vijf weken later sloeg het noodlot sloeg toe. Bertha overleed aan een nierfalen en baby Denise werd gevoed via deze glazen papfles. In 1916 reisden oma, tante Gerardine en Denise naar het zuiden van Engeland. Na de oorlog keerden ze naar Ieper terug en Denises vader hertrouwde in 1920 met tante Gerardine. Toen het In Flanders Fields Museum in 2004 een grote overzichtstentoonstelling over de Vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog plande, heb ik in de aanloop verschillende keren Denis Dael in haar schattige huisje aan de Leopold III-laan opgezocht en geïnterviewd. We zijn in contact gebleven tot aan haar dood in 2010.”

De waka huia van Victor Spencer
RV De waka huia van Victor Spencer

Piet Chielens (64), coördinator IFFM: De waka huia van Victor Spencer

“In februari 1918 werd Pte. Victor Spencer in Dikkebus als laatste soldaat in het Nieuw-Zeelandse leger geëxecuteerd voor desertie. Hij werd dezelfde ochtend begraven op The Huts Cemetery, vlakbij de executieplaats. In 2000 was de Nieuw-Zeelandse regering van Helen Clark de eerste moderne regering die een gebaar stelde om deze en andere geëxecuteerde soldaten van WO I officieel te erkennen als slachtoffers. Sindsdien volgden nog initiatieven in Canada, Groot-Brittannië, Ierland en Frankrijk. Op ANZAC-day 2007 kwam de familie van Victor naar Ieper en Dikkebus om hem als Nieuw-Zeelander met Maori-afkomst ritueel te eren. Daarbij hoorde dit nieuw gesneden ritueel schatkistje met daarin de officiële erkenning van de regering. Na de ceremonie vroeg de familie of het IFFM Victors schat kon bijhouden. Dit kleinood toont hoe we als land en als families met een beladen verleden kunnen omgaan. België is daar niet zo goed in.”