“In Congo voel ik me op vakantie, maar Limburg is mijn thuis”

Pastoor André Kalumba (45) verhuist na negentien jaar van Limburg naar Kortrijk

Pastoor André Kalumba.
Karolien Coenen Pastoor André Kalumba.
Zijn Afrikaanse accent is blijvend, maar het Nederlands - mét Limburgse tongval - is na bijna twintig jaar onberispelijk. Pastoor André Kalumba (45) mag stilaan wennen aan het West-Vlaams, want de goedlachse man ruilt volgende week Houthalen-Helchteren in voor Kortrijk in opdracht van het bisdom. “Als KRC Genk tegen KV Kortrijk moet shotten, haal ik mijn wit-blauwe sjaal boven", lacht hij. Zondag vindt zijn afscheidsviering plaats.

Welke parochie hij moet gaan leiden weet hij niet, maar Kalumba ruilt het bisdom Hasselt in voor Kortrijk, en dat na bijna twintig jaar. “Fijn is het niet hé, maar ik kan niet anders. Ik moet gehoorzamen. Dat heb ik beloofd bij mijn priesterwijding destijds.”

Hoe kwam je bijna twintig jaar geleden in België terecht?

“Ik kom van Kananga, een grote stad in Congo waar veel missionarissen zaten, vooral Vlaamse paters. Ik groeide daar op en had dus een blanke missionaris als pastoor. Ik vond dat heel mooi, ze spraken onze taal. Op mijn dertiende ging ik op internaat en droomde er eigenlijk van om advocaat te worden, maar op mijn zeventiende veranderde ik in het laatste middelbaar van mening. Het leven van die paters boeide mij. Net zoals zij ‘naar den vreemde’ gingen, wilde ik dat ook. Alleen wisselden we van land.”

De Nederlandse taal vond ik héél belangrijk, want dan gaan heel veel deuren open. Het is de eerste deur naar de cultuur van de mensen.

Kalumba

Kwamen ze u ronselen vanuit België wegens een tekort aan priesters?

“Nee, zo werkt dat niet. In 1992 begon ik mijn opleiding in Kinshasa en studeerde drie jaar filosofie aan de universiteit. In 1996 deed ik er nog eens vier jaar theologie bij in Kameroen. Zware studies, maar dat ging. In 2000 studeerde ik af en gaf dan drie landen door om naartoe te gaan als pastoor: Brazilië, Nigeria en Vlaanderen in België. Ik wilde een regio waar ze geen Frans spraken, want die taal sprak ik al. De échte carrière kwam in Bocholt op gang toen ik diaken werd in 2001. Een jaar later zat ik even in Genk. En van 2005 tot 2009 was ik actief in Beringen om daarna tien jaar in Houthalen te wonen, tot vandaag.”

Je spreekt zo goed Nederlands? Hoe heb je dat geflikt?

“Ik heb een héél intensieve cursus van acht maanden gevolgd aan de universiteit van Leuven. De taal vond ik héél belangrijk, want dan gaan heel veel deuren open. Het is de eerste deur naar de cultuur van de mensen. Ik was ook zelfkritisch en vroeg anderen om me te verbeteren, ook na de preek in de kerk.”

Je groeit op in een stad met twee miljoen inwoners en komt dan in het landelijke Bocholt terecht. Was de cultuurshock enorm?

“Het allerergste was wennen aan de koude. Ik kwam hier aan in de winter, en de eerste nachten sliep ik met twee jeansbroeken aan en schoof ik mijn bed tot tegen de verwarming. Vandaag ben ik dat gewoon en slaap ik zelfs met mijn venster open. Ook het eten ben ik gewoon geworden en ik heb hier leren koken. Ik kan helemaal niet Afrikaans koken, dat deden mijn zussen vroeger altijd voor mij.”

Een oud vrouwtje in Bocholt deed ooit open, zag me staan en vroeg me meteen om weg te gaan, anders zou ze de politie bellen. Ik heb eens goed gelachen en gezegd dat ik haar de communie kwam brengen.

Kalumba

Wat is het grootste verschil qua mentaliteit met de Limburgers?

“Het sociale aspect. Toen ik hier pas woonde, zag ik dat alle mensen vaak binnen zaten. Alle deuren van de huizen zijn gesloten en er lopen amper mensen op straat. Waar is iedereen, vroeg ik me af. Zijn ze op vakantie? In Congo leven de mensen buiten, natuurlijk ook door de warmte. En de spontaniteit. De mensen groeten elkaar hier amper. En al zeker niet als ze elkaar niet kennen. Het gebrek aan die spontaniteit mis ik na bijna twintig jaar nog altijd, ondanks het feit dat ik het gewoon ben. Maar in het begin was dat heel moeilijk. Ik zal altijd iemand groeten, of ik die nu ken of niet.”

Hebben ze u hier altijd aanvaard als zwarte pastoor?

“Ik heb zélf veel inspanningen gedaan om mij aan te passen, maar ik voelde me overal goed aanvaard. Ook in Houthalen-Helchteren. Vanaf de eerste dag hier voelde ik dat dit mijn thuis kon worden. Ik was overal geliefd, misschien ook wel door mijn goedlachs en positief karakter.”

Zijn alle Afrikanen zo goedlachs?

“Dat weet ik niet. Ik probeer gewoon positief te zijn. Er is al zoveel stress, waarom nog meer stress op je nek halen? Maar ik heb nooit ruzie en amper discussies gehad.”

En wat met racisme? 

“Eerder per ongeluk. Ik herinner me die keer in Bocholt dat ik op huisbezoek ging bij zieke mensen die zich niet kunnen verplaatsen. Een oud vrouwtje deed open, zag me staan en vroeg me meteen om weg te gaan, anders zou ze de politie bellen. Ik heb eens goed gelachen en gezegd dat ik haar de communie kwam brengen. Ocharme dat vrouwtje. Maar dat is geen racisme, hé. We konden er uiteindelijk samen om lachen. In Bocholt was ik effectief de enige zwarte van de gemeente, dus iedereen kende mij al snel. Ergens is dat ook tof.”

Ik heb zelfs de huissleutel van sommige goede vrienden in Genk. Ik kom bij velen langs achter binnen. ‘De voordeur is voor vreemdelingen’, zeggen ze dan.

Kalumba

Voel je je een Congolees of een Vlaming?

“Hier zien ze me als de Congolees, maar in Congo ben ik de Belg. Ik zou enorm mijn best moeten doen om terug op Afrikaanse wijze te leven. Ze hebben daar veel meer tijd, het komt daar niet zo nauw. Vlamingen zeggen dat ze om 12 uur ‘s middags eten en doen dat stipt, terwijl ze in Congo om 12.15 uur beginnen met koken en eten gebeurt dan een uur later. Zij zien ons als opgejaagde mensen. ‘Europeanen hebben horloges, wij hebben tijd', klinkt het dan. Ik ben op dat vlak een échte Vlaming geworden en zou in Afrika moeilijkheden hebben.”

De kerk in Afrika is anders dan in Vlaanderen. Ben je conservatief?

“Ik denk het niet. In Afrika heeft een priester meer aanzien zoals dat ooit ook hier was. Maar ik hou niet van die piramide. Het centraliseren rond de figuur van de priester is de grootste fout geweest in het verleden. Men kijkt naar Rome, maar ik heb nog nooit een telefoontje van het Vaticaan gehad hoor. Een priester is geen allesweter en dat beseft het volk vandaag ook. We zijn allen gelijk en ik wil tussen de mensen staan. Ik vind wel dat de kerk de hedendaagse tijd beter moet leren begrijpen. We mogen niet naast elkaar leven en dat gebeurt nu nog te veel. Ik verhuis bijvoorbeeld naar Kortrijk, maar de kerk blijft hier staan, want die is van de gemeenschap.”

Misschien een Afrikaanse mis? Dat is veel losser en leuker voor jongeren?

“Je moet rekening houden met de Vlaamse cultuur dus ik doe de mis op Vlaamse wijze. Ik maak wel eens wat grapjes en durf al eens wat langer preken, maar als het té lang duurt hoor ik de mensen kuchen of hoesten. Hilarisch.”

Hoe zwaar is het om je vrienden en je thuis opnieuw achter te laten?

“Eerlijk, ik zou willen blijven zolang het mag en eigenlijk helemaal niét weggaan. Hier blijven tot aan mijn pensioen zou super zijn. Ik ben 45 en heb minder energie om de ‘nieuwe’ taal of cultuur te leren. Toen ik vorige zomer op vakantie was in Congo nam ik afscheid van mijn moeder om terug te vliegen richting Houthalen. Ik zei haar ‘dat ik nu eindelijk terug naar huis ga’. Ze schrok, maar het is zo. Mijn sociaal leven heb ik hier in Limburg. Ik heb zelfs de huissleutel van sommige goede vrienden in Genk. Ik kom bij velen langs achter binnen. ‘De voordeur is voor vreemdelingen’, zeggen ze dan. Mooi toch?”

Maar met uw positieve ingesteldheid zal je je wellicht snel in Kortrijk settelen.

“Maak je geen zorgen. Ik ga met evenveel enthousiasme naar Kortrijk als toen ik naar België kwam. Alle begin is moeilijk, maar ik ben zeker dat ik mij ook daar goed zal voelen en prachtige mensen zal leren kennen. Je voelt je uiteindelijk thuis waar je familie is en je familie moet daarom niet hetzelfde bloed hebben. Ik ben intussen een Limburger geworden en ben van dag één fan van KRC Genk. In 2001 - ik was nog maar net hier - werden ze kampioen, hé. Die clubliefde zit nu in mij en ik volg het allemaal op de voet. Dus als we ooit tegen KV Kortrijk moeten spelen, haal ik wel mijn wit-blauwe sjaal boven.” 




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.