Minister Demir voorziet extra maatregelen voor kamsalamander, heikikker, rugstreeppad en poelkikker

De toekomst voor heikikker is daarnaast nog onzeker door de verdere verdroging en verzuring van de gebieden waarin hij voorkomt
RV De toekomst voor heikikker is daarnaast nog onzeker door de verdere verdroging en verzuring van de gebieden waarin hij voorkomt
Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Zuhal Demir heeft vier soortenbeschermingsprogramma’s vastgesteld om bedreigde diersoorten actief te beschermen. Het gaat om de kamsalamander, heikikker, rugstreeppad en de poelkikker. Vier soorten amfibieën die in een gunstige staat van instandhouding gebracht moeten worden. Gedurende vijf jaar komen er voor bijna 1,3 miljoen euro acties en maatregelen.

“Uit de recente natuurindicatoren blijkt dat in Vlaanderen een aanzienlijk aantal Europees te beschermen dier- en plantensoorten zich in een slechte, precaire toestand bevinden. Daarom voorzien we alvast voor deze vier soorten amfibieën specifieke bijkomende maatregelen. Ook heel wat andere soorten zullen daar beter van worden”, stelt Demir. Voor de kamsalamander zijn de laatste jaren inspanningen geleverd op het terrein zoals het graven van nieuwe poelen in de buurt van bekende voortplantingsplaatsen. Toch blijft de toekomst van deze soort sterk bedreigd. De poelkikker komt dan weer bijna uitsluitend voor in de provincies Antwerpen en Limburg. In de andere provincies is hij veel zeldzamer omdat gebieden vaak minder geschikt zijn. De toekomst voor heikikker is daarnaast nog onzeker door de verdere verdroging en verzuring van de gebieden waarin hij voorkomt. De rugstreeppad heeft tot slot een specifiek leefgebied nodig met droge, warme en losgrondige bodems.

Aanleg van poelen

Concreet voorziet de minister veel terreinrealisaties zoals de aanleg van poelen en het verbinden van voortplantingsplaatsen van de dieren. Ook zullen de huidige leefgebieden van de dieren kwaliteitsvoller gemaakt worden. De soortenbeschermingsprogramma’s vinden hun oorsprong in het Natuurdecreet en zijn niet vrijblijvend. De gemaakte afspraken binnen zo’n programma zijn bindend en lopen gedurende een periode van vijf jaar, waarna beslist wordt om het programma al dan niet verder te zetten. Door de beslissing van de minister komt het totaal aantal lopende soortenbeschermingsprogramma’s op 21.