Borstcentrum Jessa top in Vlaanderen

PATIËNTEN HEBBEN ER HOOGSTE OVERLEVINGSKANS NA VIJF JAAR

Dokters Jeroen Mebis, Guy Orye en Paul Bulens.
Foto Jerome Gielkens Dokters Jeroen Mebis, Guy Orye en Paul Bulens.
Patiënten die met borstkanker te maken krijgen, zijn meer dan ooit aan het goede adres bij het Borstcentrum van het Jessa Ziekenhuis. Uit onderzoek blijkt dat ze er de hoogste overlevingskans na vijf jaar hebben, zo'n 86,5 procent. "Nog betere cijfers voorleggen, zal moeilijk worden", klinkt het trots bij de artsen.

In België krijgt ongeveer 1 op 9 vrouwen borstkanker voor haar vijfenzestigste. Het is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In het Borstcentrum van het Jessa Ziekenhuis wordt daarom alle mogelijke expertise rond de ziekte gebundeld om een zo hoog mogelijke kwalitatieve behandeling en zorg te kunnen bieden. Het centrum telt een 35-tal werknemers en die mogen zich wel eens trots op de borst kloppen. Uit een onderzoek blijkt namelijk dat de overlevingskans van patiënten die er zich aanmelden na vijf jaar maar liefst 86,5 procent bedraagt, gecorrigeerd voor leeftijd en stadium van de borstkanker. Daarmee is het Jessa Ziekenhuis koploper in Vlaanderen.

Twintig jaar ervaring

"Daar zijn we natuurlijk heel trots op", zeggen artsen Guy Orye, Paul Bulens en Jeroen Mebis. "Door de jaren heen hebben we het aantal nieuwe patiënten hier toch zien stijgen. Waren dat er in 2010 nog 202, is dat aantal ondertussen al opgelopen tot meer dan 300. Tellen we er alle contacten bij met patiënten in ziekenhuizen waarmee we samenwerken in de omgeving, spreken we zelfs over zo'n 500 op jaarbasis. Dat we nu zo'n hoge overlevingskans mogen noteren met ons centrum is alvast geen toeval. Ondertussen bestaat dit initiatief zo'n twintig jaar en iedereen die er werkt, is top in zijn of haar vakgebied. Na al die jaren zijn alle medewerkers erg sterk op elkaar ingespeeld. We zitten allemaal kort bij mekaar en kennen elkaar goed: daardoor is de drempel om overleg te plegen minimaal en durven we ook meer kritisch te zijn naar het werk van een collega toe. Dat is een proces van jaren, maar het werpt nu zijn vruchten af."

Geen doodsvonnis

De cijfers tonen aan dat de ziekte ondertussen allang geen doodsvonnis meer hoeft te betekenen. "Nochtans voelt dat voor bepaalde patiënten nog zo. Voor ze hier binnenwandelen voor een screening voelen ze niets en zijn ze in hun hoofd kerngezond, terwijl na een consultatie sommigen al meteen hun begrafenis zouden plannen. Maar dit percentage bevestigt dat dat zo niet hoeft te zijn. Of we dat aantal nog omhoog kunnen trekken? 100 procent overlevingskans kan je natuurlijk niet verwachten. Die 86,5 procent is echt wel top. Nog beter doen zal moeilijker worden."