Tendens: steeds minder gemeentepersoneel

WELISWAAR MET UITZONDERINGEN (EN UITSCHIETERS)

Een archiefbeeld van gemeentearbeiders die aan het werk zijn op de oude begraafplaats van Liedekerke. Voor de goede orde: die gemeente doet het in vergelijking met 2011 met 3,73 procent minder personeel.
Foto Mozkito Een archiefbeeld van gemeentearbeiders die aan het werk zijn op de oude begraafplaats van Liedekerke. Voor de goede orde: die gemeente doet het in vergelijking met 2011 met 3,73 procent minder personeel.
Steden en gemeenten besparen steeds meer op ambtenaren, en Lennik spant in deze de kroon. In vergelijking met 2011 is het personeelsbestand daar met dik 67 procent geslonken. Dat blijkt althans uit cijfers van pensioenminister Daniel Bacquelaine (MR), maar burgemeester Irina De Knop (Open Vld) heeft er zo haar twijfels bij.

Bacquelaine gaf cijfers vrij van het aantal statutaire en contractuele ambtenaren in Vlaamse gemeenten in de periode 2011-2017. En de conclusie is opvallend: 65 procent van de gemeentelijke administraties werd afgeslankt. Ook voor de Pajotse steden en gemeenten spreken de cijfers boekdelen, want op Linkebeek, Dilbeek, Roosdaal en Sint-Pieters-Leeuw na, werd er overal gesnoeid. En bij die snoeiers springt Lennik pas echt in het oog. De gemeente doet het in vergelijking met 2011 met liefst 67,47 procent personeel minder. In heel Vlaanderen doet enkel het West-Vlaamse Mesen het 'nog beter', met 77,14 procent.


Maar burgemeester Irina De Knop heeft zo haar twijfels bij de correctheid van de cijfers. "In 2011 zouden we meer dan 200 personeelsleden in dienst gehad hebben", werpt ze op. "Ik weet niet waar de minister die cijfers haalt, maar ze kloppen niet. Er is inderdaad een afslanking van het personeelsbestand, maar die is lang niet zo sterk. Overigens: in 2011 wordt ook het brandweerpersoneel nog in de cijfers meegeteld, terwijl dat voor de cijfers van 2017 niet het geval is. Het kan ook zo zijn dat het kabinet van minister Bacquelaine de vrijwillige brandweermannen in de cijfers opgenomen heeft, en dat maakt het verschil dan zo groot. Maar dit is dus zeker geen goede weergave van de realiteit."

Volgens die cijfers zouden we in 2011 meer dan 200 mensen in dienst gehad hebben. Dat klopt niet. Irina de knop, burgemeester Lennik
Mozkito Volgens die cijfers zouden we in 2011 meer dan 200 mensen in dienst gehad hebben. Dat klopt niet. Irina de knop, burgemeester Lennik

Verschuiving diensten

Maar dat er veelal een daling is, valt niet te ontkennen. Zo doet Asse het volgens de cijfers met 29,25 procent minder. Daarna volgen Pepingen (23,08 procent) en Halle (21,33 procent). Luc Decrick (CD&V), burgemeester van Pepingen, denkt evenwel dat de verschuiving van bepaalde diensten in deze ook een rol gespeeld heeft. "Wij hebben bijvoorbeeld onze kinderopvang overgedragen aan Infano", legt hij uit. "Dat zou het verschil kunnen verklaren. Het is alleszins niet zo dat wij besparen op gemeentepersoneel. Wij werken nog altijd met dezelfde mankracht."


En hoewel de dalingen de meerderheid uitmaken, zijn er ook gemeenten die net meer in eigen personeel geïnvesteerd hebben. Dilbeek is hier de koploper, met 7,14 procent meer personeel dan in 2011 - goed voor twintig nieuwe aanwervingen. "Of het personeelsbestand zo fors gegroeid is, moet ik even nakijken", aldus burgemeester Willy Segers (N-VA). "Dilbeek stond altijd onderaan de lijst van het aantal ambtenaren, dus het kan best zijn dat er een lichte stijging is. Waarom de andere gemeenten dan een daling voorleggen? Omdat ze in 2012 beleidskeuzes moesten maken. In Halle zijn er bijvoorbeeld grote besparingen geweest op vlak van stadspersoneel."