Dossier rond treinramp wordt in mei in beroep behandeld

De advocaten van de verschillende partijen die nog in het geding zijn
BELGA De advocaten van de verschillende partijen die nog in het geding zijn
Eind mei zal de Brusselse correctionele rechtbank het dossier rond de treinramp in Buizingen behandelen. Enkel Infrabel staat nog terecht, aangezien zowel de NMBS als de treinbestuurder zich hebben neergelegd bij het vonnis dat de politierechtbank op 3 december uitsprak.

De zaak in beroep werd vandaag ingeleid voor de correctionele rechtbank. Het dossier zal van 25 tot 28 mei gepleit worden. Enkel Infrabel staat nog terecht in beroep. De politierechtbank oordeelde op 3 december dat er overvloedige materiële aanwijzingen waren die erop wezen dat de bestuurder van de P-trein voorbij een rood sein was gereden. Zo was hij even voordien voorbij een sein gereden dat op dubbel geel stond, waardoor hij moest weten dat het volgende sein op rood zou staan. Alle geregistreerde gegevens wijzen er ook op dat het bewuste sein wel degelijk op rood stond. De man reed echter met een locomotief die uitgerust was met een archaïsch veiligheidssysteem, en niet meer voldeed aan de wettelijke vereisten, terwijl er in dezelfde trein een andere locomotief was die uitgerust was met een recenter veiligheidssysteem. “Met een andere locomotief had de ramp waarschijnlijk niet plaatsgevonden”, luidde het vonnis. 

Mozkito

Fouten van Infrabel

Ook Infrabel werd verantwoordelijk gehouden omdat het het AVG-communicatiesysteem had weggehaald in het station van Halle, hoewel dat volgens de rechtbank had kunnen bijdragen tot de veiligheid. Daarnaast had Infrabel beslist twee treinen te laten kruisen zonder een spoorwissel te voorzien. “Die spoorwissel had de ramp kunnen vermijden”, aldus de rechtbank. “Er is beslist om de treinen te laten kruisen om op die manier een vertraging van 10 minuten in te halen.” Volgens de rechtbank hadden de NMBS en Infrabel niet de nodige lessen getrokken uit de treinramp van Pécrot en waren hun fouten veel groter dan die van de treinbestuurder. Daarom werd voor de treinbestuurder enkel de eenvoudige schuldigverklaring uitgesproken, terwijl de NMBS een effectieve geldboete van 550.000 euro krijgt, en Infrabel een boete van 550.000 euro waarvan de helft met uitstel. De treinbestuurder en de NMBS legden zich bij dat vonnis neer maar Infrabel ging in beroep omdat de motivatie van het vonnis het functioneren van het spoornet volgens hen op de helling zet. Het vonnis brengt volgens Infrabel immers mee dat het de wissels op 80 procent van het spoornet in beschermingsstand zou moeten plaatsen. Daartoe zou het spoornet volledig hertekend en het treinverkeer helemaal gereorganiseerd moeten worden. Zo zouden er bijvoorbeeld, om dit vonnis te kunnen uitvoeren, nog slechts 400 treinen per dag door de Brusselse noord-zuidverbinding kunnen rijden, in plaats van 1.200 vandaag. Het Brusselse parket ging mee in beroep, maar enkel tegen Infrabel, omdat het voor het bedrijf een zwaardere straf wil vorderen.

19 doden

De treinramp vond plaats op maandag 15 februari 2010 vlakbij het station van Buizingen. De P-trein CR E3678 van Leuven naar ‘s Gravenbrakel botste om 08.28 uur bijna frontaal tegen de IC-trein E1707 van Quiévrain naar Luik-Guillemins. Het ongeval kostte het leven aan 19 mensen, onder wie de treinbestuurder van de IC-trein, terwijl minstens 310 personen gewond raakten. Bij hen bevonden zich de treinbestuurder van de P-trein, en de 2 treinbegeleiders van beide treinen.