Verplichte gemeenschapsdienst of geen leefloon

OCMW BLIJFT INZETTEN OP ACTIVERING VAN WERKLOZEN

"Iedere leefloner die in Geraardsbergen verblijft, gaat binnen de drie maanden aan het werk. Lukt dat niet via Artikel 60 of een Stage Artikel 60, dan moet die persoon gemeenschapsdienst verrichten. Wie weigert, verliest zijn leefloon. Ook wie weigert om Nederlands te leren, wordt voortaan geschrapt. Wie financiële steun wil, moet daar ook iets voor terug doen", zegt OCMW-voorzitter David Larmuseau.

Niets voor niets in Geraardsbergen. Het OCMW zet dan ook al jaren in op activering van leefloners. Vijftig leefloongerechtigde cliënten werken voltijds via Artikel 60.

Dienstverlening

Dat is een vorm van maatschappelijke dienstverlening waarbij het OCMW een baan bezorgt aan iemand die uit de arbeidsmarkt is gestapt of gevallen, met als doel deze opnieuw in te schakelen in het stelsel van de sociale zekerheid en in het arbeidsproces. "Iedereen die kan werken, komt maandelijks naar de jobclub. Maar vaak is een voltijdse job niet onmiddellijk haalbaar wegens medische redenen, een onvoldoende kennis van de Nederlandse taal of een gebrek aan werkervaring. Zij worden via een Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI) op maat van de cliënt begeleid naar een deeltijdse baan. Gedurende één en drie dagen per week wordt gewerkt aan de technische competenties en de arbeidsattitudes. De deelnemers krijgen per gewerkte dag een motivatiepremie van tien euro", zegt David Larmuseau.

Werkvloerbegeleiders

Vanaf dit jaar worden ook anderstaligen ingeschakeld in het arbeidscircuit. "Naast de lessen Nederlands bij Leerpunt en TISJ, leren zij ook op de werkvloer onze taal. Die aanpak werkt, maar vergt grote inspanningen van de werkvloerbegeleiders. Zij zijn daartoe immers niet opgeleid en hebben vaak niet de tijd om het Nederlands te oefenen tijdens het werk. Vandaag volgen negen cliënten ook een intensieve opleiding bij Groep Intro. Het doel is dat zij na een opleiding van vijf maanden doorstromen naar Artikel 60 of de gewone arbeidsmarkt."

Restgroep

Toch blijft er nog een restgroep voor wie een Stage Artikel 60 niet mogelijk is wegens psychische redenen, verslavingsproblemen, dakloosheid, een te beperkte kennis van het Nederlands of een gebrek aan kinderopvang. In dat geval wordt in het GPMI een stappenplan opgemaakt om die obstakels weg te werken.


"Ook die doelgroep gaat nu binnen de drie maanden aan het werk in een gemeenschapsdienst en dat gedurende minstens één dag per week. Het gaat over een betaalde job of onbetaald vrijwilligerswerk. Daarbij komen alleen activiteiten in aanmerking die vandaag nog niet worden uitgevoerd. Door de aanwerving van een bijkomende maatschappelijk werker en de aanstelling van een tweede hoofdmaatschappelijk werker krijgt de Sociale Dienst voldoende armslag om die ambitie waar te maken. Want een aanklampende aanpak is noodzakelijk om de werkgevers te overtuigen om een gemeenschapsdienst in te richten. Onze belangrijkste troef is dat wij die mensen op de werkvloer ook kunnen begeleiden", besluit Larmuseau.