Tenniswonder scoort ook op voetbalveld

JONGE TELG (10) UIT TENNISFAMILIE OPGEPIKT DOOR TENNIS VLAANDEREN

Otto in actie: hij speelt twaalf uur tennis per week.
Wannes Nimmegeers Otto in actie: hij speelt twaalf uur tennis per week.
Otto Beirnaert moet nog 10 jaar worden, maar wordt nu al nauwlettend gevolgd doorTennis Vlaanderen. Hij werd gescout en behoort tot een select clubje dat les mag volgen in Wilrijk, nabij Antwerpen. Otto heeft het van geen vreemden. Zijn grootvader had ooit een eigen tennisclub, zijn papa tennist, en ook zijn broer Wolf is een meer dan verdienstelijke speler. En als de jongens niet aan het net staan, dan lopen ze op een voetbalveld.

België heeft in het recente verleden en zelfs nu nog meer dan verdienstelijke tennissers gehad. Maar ook de toekomst lijkt verzekerd. Tennis Vlaanderen richt zich steeds meer op jong talent. Zo hebben ze vorig jaar de kleine Gentenaar Otto Beirnaert gescout, toen 8 jaar oud. Hij werd geselecteerd voor het 'Kids Development Team, en sindsdien mag hij les volgen in Wilrijk. Van Otto's leeftijd spelen daar slechts twintig andere kinderen uit heel Vlaanderen. "De tenniscarrière van Wolf (pas 11) en Otto (bijna 10) startte toen ze een jaar of 4 oud waren, gewoon op straat, aan zee", vertelt papa Boris Beirnaert. Hij is zelf ook een verdienstelijk speler, en werkt bij de recherche van de Gentse politie. Af en toe is hij ook te zien in de televisiereeks De Recherche. "Maar het is vooral mijn vader Daniël die hen geïnspireerd heeft. Hij had vroeger zijn eigen tennisclub, en is nog steeds een gediplomeerd trainer. Wolf en Otto zijn dus opgegroeid rond het tennisterrein, en zo kregen ze de microbe te pakken."

Een Gents tennisgeslacht: Otto (links) met broer Wolf, papa Boris en opa Daniël.
Wannes Nimmegeers Een Gents tennisgeslacht: Otto (links) met broer Wolf, papa Boris en opa Daniël.

Aan zee

Eerst speelden de jongens alleen tijdens de vakanties aan zee, maar al snel sloten ze zich aan bij een club. Momenteel zijn ze lid bij de tennisclub van Zomergem. Zowel Wolf als Otto spelen én winnen geregeld tornooien. En op één van die tornooien werd Otto gescout. Resultaat: de jongen speelt momenteel 12 uur per week tennis. Daarin zitten conditietraining, stabiliteitsoefeningen bij de kinesist, privétrainingen, clubtraining en wedstrijden, én trainingen met opa Daniël en broer Wolf. De hele zaterdagnamiddag zit hij op de Antwerpse tennisschool.


"Maar ik vind het gewoon heel leuk", lacht Otto. "Ik heb nog nooit tegen mijn zin getennist, ik heb nog nooit gedacht dat ik liever iets anders zou doen dan tennissen." Voor broer Wolf was het aanvankelijk niet zo leuk dat zijn jongere broer 'beter' is dan hem. "Maar nu is Wolf de ideale 'sparring partner' voor Otto. Wolf is iets ouder en heeft al wat meer kracht, maar het gaat echt gelijk op tussen die twee. Ze komen heel goed overeen, maar op het veld spelen ze op leven en dood", zegt papa Boris.


Wat de toekomst brengt voor Otto, valt af te wachten. "Eigenlijk wordt nu de basis gelegd voor een internationale profcarrière, maar die kans is uiteraard klein", zegt Boris. "We zien wel wat het wordt, niets moet. We houden hem alvast met zijn voeten op de grond. Als hij geblesseerd raakt, plots geen zin meer heeft of gewoon niet genoeg evolueert, kan het even snel gedaan zijn als het startte. Otto heeft nu al een speciaal statuut op school. Hij volgt les in De Wijze Eik in Mariakerke. Maandagmiddag gaat hij niet, en op donderdag en vrijdag stopt hij een uur vroeger, speciaal voor zijn tennistrainingen. Dat kan en mag, zolang zijn schoolresultaten er niet onder lijden. Daar zien wij nauwlettend op toe. En voorlopig is dat geen enkel probleem, integendeel. Otto doet het heel goed. "En mijn vrienden zijn jaloers dat ik minder naar school moet komen dan hen", knipoogt het tenniswonder. Roger Federer is zijn grote idool. "Maar Otto gaat nog beter worden", lacht broer Wolf.


Opmerkelijk: als Otto en Wolf niet tennissen, dan staan ze op het voetbalplein, ook al met veel succes. "Eén van mijn vrienden voetbalde en ik wilde dat eens zien", zegt Wolf. "En al gauw wilde ik zelf ook spelen. En Otto ook. We zaten eerst bij de club in Mariakerke, maar werden daar gescout, en nu spelen we bij Racing Gent-Zeehaven, interprovinciaal." De trainingen van Otto werden wel beperkt tot twee keer per week, omdat het anders niet te combineren valt. Vraag is waar de mama is in dit hele tennisverhaal. De jongens lachen en papa meldt: "Mama heeft een cursus 'start to tennis' gevolgd, maar het is toch niet zo helemaal haar ding".